homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

Hoofdstuk 5 - Theologische gesprekken met kinderen

...

H5 Theologische gesprekken met kinderen.jpgKinderen ervaren de wereld en het gedrag van mensen vaak als een wonderlijk geheim, dat hen voortdurend aanzet tot het stellen van vragen. Vragen waarmee ze ook jou als leraar soms plotseling kunnen overvallen. Zelfs in verlegenheid kunnen brengen. Bijvoorbeeld met vragen als: Hoe zijn bloemen gemaakt? Waarom doen mensen zo naar? Waarom gaan mensen eigenlijk dood? Wie goed naar kinderen luistert, komt tot de ontdekking dat hun vragen veelal voortkomen uit ervaringen die zij niet in hun denkschema’s kunnen plaatsen (zie hoofdstuk 2.7). Maar dat wordt je meestal pas duidelijk wanneer je ze de ruimte geeft om de vraag die hen op het hart ligt nader uit te leggen. Die uitleg is ook een absolute voorwaarde om een gemeenschappelijke zoektocht naar mogelijke antwoorden te beginnen. Als aankomende leraar ben je daar nauwelijks op voorbereid. En dat laat zich begrijpen. Wanneer een vraag wordt gesteld, ben je geneigd om daarop ‘het goede antwoord’ te geven. Dat is immers van oudsher de taak van een goede meester of juf! Hoewel, is dat wel zo? In dit hoofdstuk gaat het om gesprekken met kinderen. Daarin zul je ontdekken, dat de omgang met kindervragen geen zaak is van ‘het kind vraagt en de leerkracht antwoordt’. Integendeel. De hoofdgedachte is, dat een goed leerproces bestaat uit het stellen, uitdiepen en verhelderen van vragen en het zoeken en vinden van antwoorden door de kinderen zelf. Pasklare antwoorden blokkeren hun onderzoekende houding. Er valt dan niets meer te ontdekken en niets meer te leren. Dat is wel het geval wanneer je met kinderen over een vraag in dialoog gaat en optreedt als begeleider of leergids. Deze rol is ooit geadviseerd door de kerkvader Augustinus als reactie op de vraag van een catecheet naar goed onderwijs. Het advies van Augustinus luidde: ‘Eigenlijk moet je de leerlingen zien als vreemdelingen die bij jou komen logeren. Stel dat je hen de stad wilt laten zien, dan moet je jezelf helemaal met hen vereenzelvigen. Vanuit die persoonlijke betrokkenheid kun je door hun ogen de stad opnieuw ontdekken. Leren is de moeite waard wanneer je samen met de leerlingen een ontdekkingsreis maakt.’(Augustinus 354-430, De catechezandis rudibus). In het vorige hoofdstuk is de benadering van het elementariseren in kaart gebracht. We zullen ons nu richten op het kloppende hart van het godsdienstonderwijs: de praktijk van de godsdienstpedagogische communicatie. In het model Elementariseren is die praktijk aangeduid met de term ‘theologische gesprekken met kinderen’. Dat klinkt op het eerste gehoor misschien ingewikkeld, maar gaandeweg zul je ontdekken dat deze gesprekken essentiële leerervaringen kunnen opleveren. Niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor jezelf. We beginnen dit hoofdstuk met een leerzame ervaring van Mieke.