homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

Hoofdstuk 9 - Zingen met kinderen

...

H9 Zingen met kinderen.jpgKinderen groeien op met een veelheid aan muziek. Die horen zij op de tv, de radio, de cd-speler, de computer, op straat, op school, in de kerk en waar eigenlijk niet? Muziek doet iets met kinderen. Zij genieten bijvoorbeeld als ze bekende liederen mee kunnen zingen. Ze praten graag over hun idolen. Het muziekonderwijs op de basisschool is gericht op de ontdekking en ontwikkeling van de muzikale mogelijkheden van leerlingen. Volgens de kerndoelen voor het basisonderwijs dienen zij onder andere liederen uit de eigen cultuur en andere culturen in groepsverband te kunnen zingen. Op elke basisschool wordt met kinderen gezongen. Zomaar tussen de bedrijven door, maar ook tijdens de lessen muziek. In het kader van de godsdienstige vorming komen veelal liederen uit de christelijke traditie aan de orde. Inhoudelijk bekeken kunnen zij zowel betrekking hebben op levenservaringen als op elementaire gedachten uit de wereld van godsdienst en geloven. De praktijk wijst uit dat de veelkleurigheid hierbij zeer groot kan zijn. Waar gaan die liederen over, wat wil een school ermee, en welke liederen dragen bij aan de religieuze of godsdienstige ontwikkeling van leerlingen? En heel praktisch: waar let je op als je een lied kiest, zowel ten aanzien van de tekst als van de melodie, hoe gebruik je die en hoe bied je liederen aan? Dit soort vragen gaan heel direct spelen, wanneer je voor het eerst in de rol van leerkracht in het kader van godsdienstonderwijs met kinderen gaat zingen. Dit hoofdstuk wil je een eerste oriëntatie bieden op het terrein van geloofsliederen. We kijken naar muziekdidactische vragen, naar de kwaliteit van teksten en melodieën, maar ook naar godsdienstpedagogische aspecten. Daarbij worden exemplarisch doorkijkjes gegeven naar het gebruik en de functie van liedvoorbeelden in diverse contexten en praktijken. Dit hoofdstuk sluit af met een special waarin je een aanzet vindt voor het voeren van een gesprek naar aanleiding van een geloofslied. Daarbij gaat het niet om het toevoegen van een moraal, maar wel om betekenisgeving door de leerlingen. Om verwonderen en ontdekken.