homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
ga naar de inhoudsopgave
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

1.2 De gelijkenis van 'de werkers van het laatste uur'

...

Studielandschap - Werkvormen - 1.  Rembrandt ...

Rembrandt heeft de slotdialoog getekend, waarin de vraag naar rechtvaardigheid speelt.

 

Link naar de Bijbeltekst op Internet

 

Enkele kanttekeningen

Gelijkenis

Het verhaal uit Mattheüs 20: 1 – 16 is een gelijkenis. Wanneer Rabbi Jezus van Nazareth over God en spreekt, doet hij dat niet abstract, maar op een verhalende manier. Dat kan ook moeilijk anders, want de werkelijkheid van God en de komst van zijn Koninkrijk gaat iedere voorstelling te boven. "Vergelijk het maar met ......", zegt Jezus. En dan vertelt hij gelijkenissen, die op een symbolische wijze naar de andere wereld van God verwijzen. Gelijkenissen zijn voor ons op het eerste gehoor raadselachtige verhalen. Om de concrete betekenis te vatten, moet je de ‘tweede taal’ van het geloof leren verstaan (zie de special bij het eerste hoofdstuk van V&O) en weet hebben van de wereld van toen.

 

Context

De schrijvers van de vier Evangeliën plaatsen de verhalen in een bepaalde samenhang. De gelijkenis maakt deel uit van het grotere vertelraam van Mattheüs 18:3 - 23:12. Mattheüs laat de gelijkenis volgen op een driedubbele aanloop in het voorafgaande hoofdstuk 19. Daarin gaat het achtereenvolgens over 1) Jezus die de kinderen het Koninkrijk toezegt, 2) de rijke jongeling die zijn geld boven het Koninkrijk verkiest, en 3) Petrus die als haantje de voorste aanspraak maakt op het Koninkrijk.

De gelijkenis in Mattheüs verwijst naar de komst van de omgekeerde wereld van het Koninkrijk. Daar zullen mensen tot hun recht komen en van God’s goedheid genieten. Niet door hun prestaties, maar zomaar dank zij de onverdiende – en daarom buitengewoon verrassende – goedheid van de heer van de wijngaard. Je mag aannemen dat Jezus deze gelijkenis heel direct heeft gericht aan het adres van zijn tegenstanders, die zich tot 'de eersten' rekenden en 'de laatsten' reeds bijvoorbaat hadden afgeschreven.

Mattheüs actualiseert het thema van 'de eersten en de laatsten' voor zijn lezerskring: de christelijke gemeente.

 

Hoofdpersoon

Bij nadere bestudering blijkt het optreden van de heer van de wijngaard in het eerste deel van de gelijkenis toch wel uitermate merkwaardig. Tot vijfmaal toe contracteert hij op een dag een aantal dagloners. Dan vraag je jezelf af: is die heer een slechte manager die niet in staat is om de omvang van de werkzaamheden in de wijngaard van te voren in te schatten? Of – en dat is een andere mogelijkheid - kan hij het gewoon niet hebben dat er mensen werkeloos aan de kant blijven staan?

In het tweede gedeelte van de gelijkenis legt die heer dynamiet onder de algemeen geaccepteerde maatschappelijke regel: 'loon naar werken'. Hij vermenigvuldigt de prestatie van 'de laatsten' zowaar met de factor 12..., tot grote ergernis en verbijstering van 'de eersten' Waarom is die heer zo buitengewoon royaal? Waarom heft hij het verschil tussen ‘de eersten’ en ‘de laatsten’ op?

 

De strekking van de gelijkenis van ‘de werkers van het laatste uur’ of ‘de arbeiders in de wijngaard’ spoort inhoudelijk met het evangelie (= ‘het goede nieuws‘) van Jezus Christus: God is grenzeloos goed.

Het gedrag van de heer van de wijngaard is en blijft hoe dan ook hoogst abnormaal en uitzonderlijk: hij doet in zijn goedheid veel meer dan het principe van de gerechtigheid normaliter vereist. En dat geeft te denken. Wat je ook over God denkt en zou willen beweren, achter zijn onvoorstelbare en werkelijk ergerniswekkende goedheid kan - volgens de gelijkenis - niemand meer terug.

 

 

Pagina 2 van 4 

Lees verder >>>