homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
ga naar de inhoudsopgave
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

1.3 Nog meer kanttekeningen bij de gelijkenis

...

Nog meer achtergrondinformatie

  • Voor de lezer / de luisteraar van toen was het verhaal direct te volgen. Anders dan je zou verwachten, was de situatie van dagloners destijds problematischer dan die van slaven. In tijden van hongersnood crepeerden zij onverbiddelijk als eersten. Dagloners waren telkens opnieuw volstrekt afhankelijk van goedwillende werkgevers.
  • Per dag werd 12 uur gewerkt. Een Denarie is een dagloon. In de tijd van Jezus had een gezin met 4 kinderen op jaarbasis minimaal 200 Denaries nodig om rond te komen. De gelijkenis maakt duidelijk dat zoiets destijds bepaald niet vanzelfsprekend was. Een dagloner had vanwege het ontbreken van een vast inkomen een bijzonder riskant bestaan. De eindjes moesten aan elkaar worden geknopt. In tijden van armoede waren dagloners zelfs genoodzaakt om hun kinderen als slaaf te verkopen.
  • De argumentatie van ‘de eersten’ in het verhaal is gebaseerd op het principe van de billijkheid. Het loon diende overeen te komen met de geleverde prestaties.
  • De heer van de wijngaard hanteert in zijn reactie drie argumenten.
  • (1) Als werkgever staat het hem vrij om ‘meer dan het gewone’ te betalen.
  • (2) Zijn goedheid tegenover ‘de laatsten’ is niet in strijd met zijn redelijke afspraak met ‘de eersten’. Er is daarom geen reden tot klagen.
  • (3) De heer van de wijngaard houdt zich aan zijn afspraak. Daar is dus niets mis mee. Op zijn handelen is niets aan te merken.
  • Bij deze gelijkenis resoneert voor de lezer / de luisteraar van toen in het woord wijngaard een diepere betekenis. De wijngaard was symbool van gerechtigheid in Israël; zie het bekende lied in Jesaja 5.
  • Anno nu is sociale gerechtigheid voor kinderen een belangrijk thema: zowel thuis als op school. Binnen hun eigen alledaagse ervaringen doen zich uiteenlopende morele dilemma’s voor, waarbij ‘goed handelen’ bepaald niet altijd vanzelfsprekend is. In het maatschappelijke / politieke debat is sociale gerechtigheid een permanent hoofdthema. Het alledaagse journaal en de berichten in de krant bevatten een groot aantal onderwerpen die betrekking hebben op onrecht en het ontbreken van rechtvaardige verhoudingen. Het thema gerechtigheid maakt eigen ervaringen en emoties bij leerlingen los: Elke leerling kan er over meepraten. 
  • De psycholoog Jean Piaget verklaart de kijk van kinderen op gerechtigheid onder andere vanuit cognitieve ontwikkelingsfasen die zij doorlopen. Vanuit die benadering komt de vraag op wanneer leerlingen de pointe van de gelijkenis verstaan en de buitengewone goedheid van de heer van de wijngaard en zijn ongebruikelijke manier van doen als voorbeeld van God’s handelen kunnen interpreteren. Vanuit de opvattingen van Piaget zijn de volgende opmerkingen temaken. - Voor jonge kinderen is gerechtigheid primair een plicht. Onrecht staat gelijk aan ongehoorzaamheid. Het doen van gerechtigheid is afhankelijk van de visie van een gezaghebbende persoon. Diens mening is doorslaggevend. - Vanaf het achtste jaar gaan kinderen uit van het principe van gelijkheid. - Na het elfde jaar krijgen kinderen oog voor te verdisconteren verschillen en omstandigheden die meewegen. Gelijkheid wordt dan gaande weg meer gedefinieerd in termen van billijkheid. Tegen de achtergrond van de (cognitieve) fasenindeling van Piaget is het begrijpelijk dan jonge kinderen (aanvankelijk) onbegrip tonen ten aanzien van de heer: hij handelt immers ‘niet eerlijk’. Een verwijzing naar de goedheid van God is voor hen dan ook niet zomaar te volgen.  
  • De kwestie van gerechtigheid spreekt kinderen aan en biedt een hen een belangrijke mogelijkheid om te komen tot het leren verstaan van de wereld zoals die zich aan hen voordoet en de bewustwording van de eigen verantwoordelijkheid in allerlei sociale verbanden.

  

Pagina 3 van 4

Lees verder >>>