homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
ga naar de inhoudsopgave
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

3.3 Het leerproces en de motivatie

...

De kwaliteit van het leerproces

Actief leren verschilt als leervorm van traditionele praktijken bij het godsdienstonderwijs op de basisschool. Zoals Volman opmerkt, verandert bij de benadering van het actief leren in ieder geval de gebruikelijke rol van de onderwijsgevende. Die zal de eigen didactische vaardigheden niet langer inzetten om kant- en- klare ‘kennispakketten’ over te dragen.

Bij actief leren dat ‘ontdekkend leren’ beoogt (vgl.:´Guided Discovery´ bij Jerome Bruner), gaat het veeleer om het creëren van leervoorwaarden. Bijvoorbeeld in de vorm van een thematisch onderwijstraject (of: leeromgeving) met behulp waarvan de leerlingen in staat worden gesteld en gestimuleerd om hun leerproces zelf ter hand te nemen. Daarbij gaat het in eerste instantie vooral om de kwaliteit van het leerproces. Dat telt - op de keeper beschouwd - meer dan de door de leerkracht vooraf gewenste leerresultaten. Bij deze zienswijze is het leerresultaat overigens niet van mindere betekenis dan het leerproces, maar wel daarvan in hoge mate afhankelijk. Wanneer het leerproces als zodanig de nodige pedagogisch-didactische kwaliteit heeft, mag je verwachten dat de leerlingen meer kennis, inzichten en vaardigheden verwerven. Begrippen, regels en oplossingsmethoden die de leerlingen zelf ontdekken, zijn voor hen meer relevant, worden beter onthouden en zullen eerder in andere situaties opnieuw worden toegepast. In het geval van zelfontdekking kan het leren een diepere en een meer duurzame betekenis krijgen.

 

Intrinsiek motivatie

Studielandschap - Werkvormen - 3.  Intrinsieke ...In het algmeen gesproken gaat aan het leren het stellen van vragen vooraf.

Die vragen kunnen door de leerkracht, maar net zo goed door de leerlingen worden opgeroepen. Wie enigszins thuis is in de wereld van de basisschool, weet dat leerlingen van nature nieuwsgierig zijn en graag op de een of andere manier bezig gaan met hun eigen vragen omdat zij passende antwoorden willen ontdekken. Wanneer zij daartoe in de gelegenheid worden gesteld, zal dat een sterke intrinsieke motivatie opleveren.

Als leerlingen echter 'passief' met vraagstellingen en opdrachten van de onderwijsgevende aan het werk moeten, mag je verwachten dat ze hooguit geneigd zijn om voor een extrinsiek beloning te werken. Bijvoorbeeld in de vorm van waarderende reactie of een mooi cijfer.

Maar leren kan ook op basis van geheel andere motieven plaatsvinden. Het plezier dat leerlingen beleven aan het zelf ontdekken en het zelf iets uitgeknobbeld of gefabriceerd te hebben, is voor hen eigenlijk het mooiste dat bestaat. Dan kun je spreken van intrinsieke motivatie.

 

Wat werkt?

Wie de leerlingen van de eigen groep tot vormen van actief leren wil brengen, zal passende werkvormen moeten aanbieden en bijbehorende media of leermiddelen. Idealiter dienen de werkvormen en media voor de leerlingen zowel qua vraagstelling, als qua leerproces en leerinhoud incentieven te bevatten die hen fascineren en een intrinsieke motivatie oproepen. De handreikingen die de gangbare schoolmethoden voor het godsdienstonderwijs bieden, zijn op het punt van media, incentieven en intrinsieke motivatie in algemene zin geformuleerd. Dat kan ook niet anders. De schoolmethoden zijn voor een brede doelgroep van leerlingen geschreven. Het geheim van ‘wat al dan niet werkt’ in de eigen groep, blijft nu eenmaal aan de eigen leerkracht voorbehouden.

 

 

Pagina 3 van 3

Naar de volgende paragraaf >>>