homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
ga naar de inhoudsopgave
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

5.4.3 Een op de Elementaire structuur & context gerichte werkvorm

...

Aanbod: het verhaal van ‘de barmhartige Samaritaan‘, zoals dat beschreven a Structuur & context.JPGstaat in het Evangelie van Lucas, hoofdstuk 10: 25 – 37. Omdat de leerlingen van groep 7 en 8, - dankzij eerdere vertellingen er vermoedelijk van op de hoogte zijn dat de gelijkenis betrekking heeft op de vraag hoe je met je vijanden dient om te gaan, wordt bij dit aanbod gekozen voor een klassikale lezing. De tekst wordt vers voor vers gelezen. Over de betekenis van elk vers wordt met de leerlingen een gesprek gevoerd. De leerkracht heeft zich vooraf georiënteerd op de context van het verhaal en de achterliggende betekenissen.

Inhoud: De directe aanleiding voor het verhaal is gelegen in de discussie over de vraag wie je naaste is. In de tijd van Jezus werd daar zeer verschillend over gedacht. Tip: Lees deze gelijkenis (Lucas) eerst zelf. Wanneer je computer is aangesloten op het Internet kun je via de link naar de betreffende passage in de Bijbelonline.

 

Toelichting: Het verhaal staat in het evangelie van Lucas. De auteur was zelf arts en dat kan een verklaring zijn voor zijn manier van kijken en voor de keuze voor bepaalde verhalen die alleen in zijn evangelie zijn opgenomen. Lucas geeft er blijk van een bijzondere aandacht te hebben voor mensen die behoren tot de zelfkant van de samenleving. Juist voor outsiders is volgens Lucas het evangelie goed nieuws.

- De directe aanleiding voor de gelijkenis is een strikvraag van een Thorageleerde. Dit aspect wordt in de onderwijspraktijk regelmatig weggelaten. Maar het gaat hier om een wezenlijk contextueel gegeven, dat als zodanig verhelderd dient te worden. Anders verliest de gelijkenis z’n wezenlijke pointe en dan blijft er slechts de algemene wijsheid over die er op neer komt ‘dat mensen hun naaste lief moeten hebben’. Op zich zal iedereen deze wijsheid kunnen ‘be-amen’.

Het lastige punt is dat de verwaarlozing van de authentieke context alleen maar kan resulteren in een moralistische interpretatie, die de leerlingen niet tot aanzet tot een diepere reflectie, en evenmin inspireert tot een mogelijke verandering van het eigen gedrag. En dat is uiteindelijk wel degelijk de bedoeling van deze gelijkenis.

- Wat de vragensteller betreft: er zijn drie samenhangende redenen om te veronderstellen dat hij tot de groep van de Sadduceeën behoort. Om te beginnen: De vragensteller wordt heel nadrukkelijk Thorageleerde genoemd. Zijn theologische deskundigheid lag primair bij de kennis en de naleving van de Thora (de eerste vijf boeken van Mozes). In de tweede plaats valt op dat de vragensteller Jezus ‘waarderend’ aanspreekt. Hij benadert hem in zijn hoedanigheid van Rabbi, een titel die gevoerd wordt door de leraren van de Farizeeën. Het ligt niet direct voor de hand dat een Sadduceeër publiekelijk een strikvraag stelt aan een collega-Sadduceeër.

En in de derde plaats, de strikvraag:'Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?' wordt toegespitst op de kwestie van ‘het eeuwig leven’. Dat leven is een aanname die als zodanig niet voorkomt in de boeken van Mozes, en daarom door de Sadduceeën wordt afgewezen.

- Jezus pareert de vraag met een tegenvraag: 'Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?' De wetgeleerde antwoordt: 'Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.' Vervolgens volgt de conclusie van Jezus: 'U hebt juist geantwoord'. 'Doe dat en u zult leven.’ Opmerkelijk in de reactie van Jezus is dat hij niet van een eeuwig leven spreekt. Misschien wel om aan te geven dat het eeuwige leven,

oftewel: ‘de hemel’, oftewel: ‘het hiernamaals’ reeds in ‘het hiernumaals’ kan beginnen, - wanneer mensen zich althans aan de betekenis van de wet houden.

- De wetgeleerde wilde Rabbi Jezus op de proef stellen, maar dat is hem niet gelukt. Daarom wil hil een revanche en doet nog een tweede poging om Jezus een tot een discutabele uitspraak te verleiden. Daarom stelt hij een (destijds) andere actuele kwestie aan de orde: 'Wie is mijn naaste?' En dan antwoordt Jezus met een inmiddels wereldbekende gelijkenis, die bekend staat als ‘De Barmhartige Samaritaan’. (Tussen haakjes: het vertellen van gelijkenissen was in de cultuur van toen een onderwijsvorm van het hoogste niveau, waarin luisteraars op narratieve wijze elementaire religieuze inzichten konden ontdekken. Het gaat hier om een proces dat in hedendaagse termen als ‘guided discovery’ wordt benoemd.) Typisch voor het genre van de gelijkenis is het gegeven dat de Thorageleerde zèlf in het verhaal meespeelt (in dit geval via de identificatie met de Priester en de Leviet die een uitgesproken affiniteit hadden met de Sadduceeën ).

- Het lijkt een detail, maar het is van belang om op te merken dat de Priester en de Leviet afdalen uit Jeruzalem. De rituele verplichting om rein te blijven met het oog op hun werkzaamheden in de Tempel geldt voor hen niet meer. Met andere woorden: zij hebben geen alibi om niet te helpen.

- De Samaritaan wordt evenwel met ontferming bewogen (letterlijk: tot in zijn diepste gevoelens geraakt), en doet - tot verbijstering van de Thorageleerde, wat zijn eigen partijgenoten achterwege lieten. Uitgerekend een Samaritaan, die om redenen van politieke, biologische en godsdienstige aard werd verafschuwd, wordt door de Rabbi uit Nazareth getekend als het voorbeeld van moreel handelen.

- Cruciaal in de gelijkenis is de omkering van de vraagstelling van de Thorageleerde (vrs. 29) die helemaal vanuit een ego-positie redeneert. De afsluitende wedervraag van Jezus (vrs. 36): ‘Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?' is daarentegen geformuleerd vanuit een heel ander het perspectief: dat van het slachtoffer. De aanvankelijke vraag van de wetgeleerde: 'Wie is mijn naaste?' wordt dus door Jezus omgekeerd.

- De wetgeleerde die Jezus een strikvraag wilde stellen, is opeens in een pijnlijke situatie beland. Uitgerekend de Priester en de Leviet (mensen van zijn eigen groep waarmee hij zichzelf geheel kan vereenzelvigen), laten het slachtoffer links liggen. Dat is een pijnlijke gewaarwording. En uitgerekend een verwerpelijke Samaritaan wordt hem als voorbeeld voorgehouden.

- Eigenlijk is deze gelijkenis een onmogelijk verhaal; de wereld wordt in de gelijkenis van Jezus op z’n kop gezet. Omzien naar je vijand is voor de Sadduceeër immers een onmogelijke mogelijkheid. Vandaar dat hij in zijn reactie niet verder komt dan de uitspraak: 'De man die medelijden met hem heeft getoond’. Dat het hier een Samaritaan betreft, krijgt hij niet over z’n lippen. De opmerking van Jezus: 'Doet u dan voortaan net zo', zal hem dan ook diep hebben geraakt. Samenvattend: Naastenliefde impliceert volgens Jezus liefde voor je vijand (…). Dat is een schokkende ontdekking.

 

 

Pagina 6 van 7

Lees verder >>>