homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
ga naar de inhoudsopgave
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

5.4.4 Een op Elementaire levensbetekenissen gerichte werkvorm

...

Aanbod: een oorkonde voor de winnaars van 10.000 Euro. De leerlingen uit de d Levens -betekenissen.JPGdoelgroep van de bovenbouw krijgen (let op: een dag na de behandeling van het verhaal van de Samaritaan) de vraag voorgelegd: ‘Stel dat je met een prijsvraag 10.000 Euro wint!’. Aan de toekenning van dit bedrag is het nadrukkelijke verzoek verbonden om aan te geven wat je met het geld gaat doen…. Dat blijkt uit de oorkonde die elke leerling ontvangt. Daarop mogen zij de eventuele bestemming(en) van de prijs noteren.

Inhoud: Met de gelijkenis van de Samaritaan propageerde Rabbi Jezus van Nazareth het inclusieve denken, als een menselijker alternatief voor het exclusieve denken dat ‘anderen die anders zijn’ bijvoorbaat negeert en uitsluit.

In de gelijkenis blijkt uitgerekend een paria zoals de Samaritaan zich aan het grote gebod te houden. Met de werkvorm waarbij de leerlingen worden uitgenodigd om via de oorkonde aan te geven wat zij met het gewonnen bedrag zouden willen doen, staan zij – nog niets vermoedend - voor de vraag naar het inclusieve denken versus het exclusieve denken. Dat wordt hen pas duidelijk wanneer de leerkracht bij de inventarisatie van hun bestedingen de resultaten in twee kolommen links en rechts op het schoolbord noteert. Overigens zonder daarbij enig waardeoordeel uit te spreken. Ter afsluiting van de inventarisatie noteert de leerkracht de eigen bestedingen onder de langste kolom (…). Door zichzelf op deze manier te rangschikken bij degenen die een exclusieve keuze hebben gemaakt, heeft de leerkracht bij de nabespreking een pedagogisch recht van spreken.

 

Toelichting: velen hebben gewezen op de universele levensbetekenis van de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Exemplarisch verwijzen we naar het vele malen herdrukte boekje van dr. Feitse Boerwinkel, dat onder de titel ´Inclusief Denken´ in 1966 de eerste druk beleefde. Boerwinkel pleitte voor een nieuwe maatschappelijke manier van inclusief denken, ‘dat er principieel van uit gaat dat mijn heil (geluk, leven, welvaart) niet verkregen wordt ten koste van of zonder de ander, maar alleen als ik tegelijk het heil van de ander beoog en bevorder’. Boerwinkel vatte zijn visie heel nuchter op: ‘De bedoeling is niet dat het edeler of mooier is om het heil van de ander te bevorderen, maar dat het verstandiger is. Het is dwaas om alleen voor eigen heil te werken. Door het eigen heil ten koste van, of zonder de ander te zoeken, wordt een situatie geschapen, die vroeg of laat ook het eigen heil bedreigt, hetzij direct, hetzij indirect, doordat een spanningssituatie wordt geschapen die in oorlog of revolutie zijn uitweg zal zoeken’. De werkvorm waarbij de leerlingen via de opdracht om bij de oorkonde een keuze maken, confronteert hen misschien wel voor het eerst van hun leven met het verschil tussen inclusief en exclusief denken. Die twee moeilijke termen hoeven zij nog niet te horen. Als ze maar ontdekken dat het veel uitmaakt of je vanuit je eigen belang denkt, of vanuit het belang van de ander. Dat is al heel wat. En het is nog veel meer wanneer zij zich bewust worden van het verschil tussen het denken en doen vanuit het perspectief van de ander en het perspectief van het directe eigen belang. Tenslotte nog een vrolijke opmerking. Met deze werkvorm is in het verleden door honderden Pabo-studenten in de bovenbouw van de basisschool geëxperimenteerd. Van hen kwam de feedback binnen dat juist de niet moralistische, maar de pedagogische opstelling van de leerkracht tot onverwachte en zelfs onvergetelijke gesprekken hadden geleid. Waarvan acte.

 

 

Pagina 7 van 7

Naar de volgende paragraaf >>>