homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
ga naar de inhoudsopgave
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

7.5 Werken met een spel

...

(Deze werkvorm is hiervoor al exemplarisch behandeld.)

 

Kinderen in de leeftijd van het basisonderwijs leren de wereld vooral spelenderwijze kennen.  

Dat is een reden om ook eens na te denken over het gebruik van spelvormen in het godsdienstonderwijs. Een suggestie: je maakt een ganzenbordspel met als titel ‘Op weg naar huis’. Onderweg gebeuren allerlei dingen waarmee de spelers worden geconfronteerd. Een enkel voorbeeld: een pester valt van de fiets en heeft pijn, wat doe je? 1) Je lacht hem uit, 2) je ziet niks, 3) je helpt hem. Bij elke keuze pak je de bijbehorende aanwijzing. Als je helpt blijkt dat je een beurt moet overslaan (…). Bij de andere twee keuzen mag je daarentegen sneller vooruit. Let op: je moet dit spel wel subtiel opbouwen. Anders komen er direct protesten.  

De kinderen die het eerst binnen komen, hebben voornamelijk aan zichzelf gedacht en ‘negatief’ gekozen. Dit ganzenbordspel kun je koppelen aan het thema: ‘de eersten zullen de laatsten zijn. Pedagogisch bekeken moet je als leerkracht meedoen en zorgen dat jij ook als eerste binnenkomt. Pas bij de bespreking van het spel op voor het moralistische wijsvingertje. Laat de leerlingen zich verwonderen over hun eigen motieven. Dan kan de (pedagogische) vraag op tafel komen: ‘Wie wil ik eigenlijk zijn / Wie wil ik worden?’ Wanneer je dan met de leerlingen het lied van ‘de eersten en de laatsten’ zingt, krijgt dat voor hen opeens een diepe betekenis.

 

 

Pagina 5 van 10

Lees verder >>>

 

7.5 Spel.jpg