homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
ga naar de inhoudsopgave
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

5.2 Lezen wat er staat

...

Lezen wat er staat

Het zal je inmiddels duidelijk zijn dat de allereerste stap op weg naar een verantwoorde interpretatie en een zinvolle godsdienstles begint met: goed lezen wat er staat. Alsof je voor het eerst kennis neemt van de inhoud van het verhaal. Het een en ander vergt natuurlijk studie en de nodige achtergrondinformatie. Wanneer je de moeite neemt om je in de originele tekst in Lucas 19 te verdiepen, kun je op verschillende vragen komen. Bijvoorbeeld: wat is eigenlijk een oppertollenaar? En: waarom waren de omstanders zo verbijsterd? Vervolgens kun je de vraag stellen naar de sociaal-maatschappelijke - en de politieke en godsdienstige situatie in de tijd van Jezus. Vanuit die context kom je vervolgens op nieuwe interessante vragen, zoals: wat heeft Lucas eigenlijk bezield om dit verhaal in zijn Evangelie vast te leggen? Het antwoord op dergelijke vragen zou wel eens van belang kunnen zijn bij de betekenisgeving van de godsdienstles over Zacheüs.

 

Slotverzen

De laatste twee verzen van het verhaal over Zacheüs zijn niet eenvoudig. Zij verdwijnen dan ook in veel godsdienstlessen (en eveneens in kinderbijbels) gewoon onder de tafel. Hoe dan ook: wat bedoelt Jezus met zijn opmerkingen? Zijn ze ook van belang voor het verhaal en de vertelling? Of hebben we hier te maken met een betrekkelijk onbelangrijk aanhangsel, dat we vanwege de moeilijke theologische begrippen net zo goed kunnen weglaten?

Duidelijk is in ieder geval dat we voor een moralistische uitleg de laatste twee verzen niet nodig

hebben. Want in vers 8 lezen we de goede voornemens van Zacheüs. Voor zover er ten onrechte geld in zijn zakken is verdwenen, komt dat gelukkig weer terug bij de mensen die zijn afgezet. Bovendien zal Zacheüs de helft van zijn vermogen aan arme mensen schenken. Dat is niet niks! Het is haast een sprookje. Vers 8 is als het ware een ‘happy end’, - en dat is onmisbaar bij een mooi verhaal.

 

Focus van Lucas

We kijken nog even naar die laatste twee verzen. Die zijn door Lucas niet genoteerd om te wijzen op het goede (= sociale) voorbeeld van Jezus. Het slot van het verhaal is – theologisch bekeken - niets anders dan goed nieuws voor al diegenen die zich verloren wanen. Net zoals de financieel rijke maar sociaal arme oppertollenaar Zacheüs in Jericho.

De evangelieschrijver Lucas vertelt dat God de verlorenen redt door het optreden van Jezus, de Zoon des Mensen. Hij beschrijft in het verhaal over Zacheüs het optreden van Jezus (let op: vlak voor het laatste paasfeest dat Jezus in Jeruzalem viert) in termen van redding van degenen die verloren zijn. Daarmee herhaalt hij een motief dat hij reeds eerder zeer nadrukkelijk aan de orde heeft gesteld. Denk maar eens aan de gelijkenissen van het verloren schaap, de verloren penning en de verloren zoon in het eerdere hoofdstuk Lucas 15. Dat hoofdstuk begint met de opmerking dat outcasts, zoals tollenaars en zondaars, Jezus opzochten om naar hem te luisteren. Bij de farizeeën en de schriftgeleerden riep dat grote ergernis op, (let op:) net zoals dat het geval was bij de omstanders in het verhaal van Zacheüs. De farizeeën en de schriftgeleerden belagen zich er in Lucas 15 ‘morrend’ over: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ Eigenlijk hadden zij met hun gemor over het gedrag van Jezus volgens de gangbare normen van toen helemaal gelijk. Een Rabbi hoorde gewoonweg niet met onreinen om te gaan. Door met hen aan tafel te gaan, maakte hij zichzelf onrein. Met de drie opeenvolgende verhalen in Lucas 15 over het verloren schaap, de verloren penning en de verloren zoon maakt Lucas vervolgens duidelijk waarom Jezus met de outcasts van toen omging. Het motief om hen zondermeer te accepteren, wordt volstrekt duidelijk in het derde verhaal van de zoon die door zijn eigen keuzen in het leven nog minder was dan de onreine varkens. Het verrassende in de derde gelijkenis is dat de vader zijn jongste zoon desalniettemin accepteert , - tot grote ergernis van zijn oudste zoon. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om een gelijkenis. Met zijn onvoorwaardelijke liefde vertoont de vader in dit verhaal een wezenlijke overeenkomst met God. Als je het evangelie van Lucas gelezen hebt – ga daar maar eens voor zitten -, weet je dat de goedheid van God daarin een structureel gegeven is. De positieve voorstelling van God verklaart ook de opmerkelijke opstelling van Jezus ten aanzien van de oppertollenaar Zacheüs.

Misschien heb je inmiddels een vermoeden waarom we de twee laatste twee verzen van het verhaal van Zacheüs niet onder de tafel kunnen laten vallen. Zo niet, dan attenderen we er op dat het hier om het kloppende hart van het Lucasevangelie gaat (zie voor meer informatie over de vier evangeliën: V&O blz. 217 – 220) . Wanneer we die laatste twee moeilijke verzen uit Lucas 19: 9 en 10 gemakshalve maar weglaten, lopen we het gevaar om het goede nieuws van de redding van outcasts voor de leerlingen verduisteren. Dan blijft er hooguit alleen nog maar het algemene moralistische advies over om recht te doen aan ‘buitenbeentjes’, zoals de kleine Zacheüs.

 

Ach, een verhaal met een happy end en een stukje sociale vorming (acceptatie) is nooit weg natuurlijk. Maar op zich hebben we daar de Bijbel niet voor nodig! Wanneer wij alleen uit zijn op algemene wijsheden en meer niet, kunnen wij wellicht beter uit de voeten met stichtelijke verhalen eigentijdse kinderliteratuur...

 

De eigenlijke kern

Resumerend: de oproep tot acceptatie van buitenbeentjes is (-hoe belangrijk ook), in dit verhaal niet de primaire spits. De boodschap die Lucas in die laatste verzen onder woorden brengt, steekt veel dieper. Het omzien van God naar de verlorene is een centraal motief, of beter gezegd: de eigenlijke kern van het Lucasevangelie. En het zou toch helemaal te grijs zijn wanneer juist deze belangrijke notie bij wijze van spreken als een onbruikbaar restant koffiedik achterblijft in onze moralistische filters...

 

 

Pagina 3 van 4

Lees verder >>>

 

Zacheüs Lucas 19: 1

Jezus ging Jericho in en trok door de stad. 2 Er was daar een man die Zacheüs heette, een rijke hoofdtollenaar. 3 Hij wilde Jezus zien, om te weten te komen wat voor iemand het was, maar dat lukte hem niet vanwege de menigte, want hij was klein van stuk. 4 Daarom liep hij snel vooruit en klom in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien wanneer hij voorbijkwam. 5 Toen Jezus daar langskwam, keek hij naar boven en zei: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven.’ 6 Zacheüs kwam meteen naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis. 7 Allen die dit zagen, zeiden morrend tegen elkaar: ‘Hij is het huis van een zondig mens binnengegaan om onderdak te vinden voor de nacht.’ 8 Maar Zacheüs was gaan staan en zei tegen de Heer: ‘Kijk, Heer, de helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst vergoed ik het viervoudig.’ 9 Jezus zei tegen hem: ‘Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham. 10 De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’