|
In het 12e hoofdstuk van het Marcusevangelie zien we hoe Jezus in Jeruzalem wordt aangesproken door overpriesters, schriftgeleerden en oudsten. Met een discussie over de belastingkwestie willen ze hem een fatale uitspraak ontlokken. We geven eerst de passage uit Marcus 12. Daarna volgt een toelichting. Marcus 12:13. Ze stuurden enkele Farizeeën en Herodianen naar hem toe om hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken. 14 Toen ze bij hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: 'Meester, we weten dat u oprecht bent en dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we betalen of niet?'15 Maar omdat hij hun huichelarij doorzag, antwoordde hij: 'Waarom stelt u me op de proef? Laat me eens een geldstuk zien. '16 Ze gaven hem een munt en hij vroeg hun: 'Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?' 'Van de keizer,'antwoordden ze. 17 Toen zei Jezus tegen hen: 'Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.' En ze waren met stomheid geslagen.
Reactie van Jezus Opmerkelijk is de manier waarop Jezus reageert. Klaarblijkelijk doorziet hij de bedoeling van de Herodianen en de Farizeeën. - Als hij op hun vraag, of je al dan niet belasting moet betalen aan de Romeinen reageert met 'nee', - dan wacht hem als oproerkraaier uit Galilea ongetwijfeld de doodstraf.
- Reageert hij daarentegen met met 'ja', - dan raakt hij zijn gezag en tevens zijn volgelingen kwijt.
Dat Jezus zijn tegenstanders uitnodigt om een Romeinse denarius te voorschijn te halen, zullen zij hem niet in dank hebben afgenomen. Dat hij hen vervolgens confronteert met de beeldenaar, de afbeelding van keizer Tiberius, en met het aanstootgevende opschrift, was ongetwijfeld een beschamend moment. De vergoddelijking van de keizer was voor elke Jood nu eenmaal een gruwel. Dat Jezus hen bovendien toevoegt: "geef aan de Keizer wat de Keizer toekomt, en geef aan God wat God toekomt", moet voor de Herodianen en de Farizeeën een duidelijk understatement zijn geweest. Jezus’ uitspraak: "...en geef aan God wat God toekomt", raakt hen diep in hun eigen godsdienstige bestaan. Voor de goede verstaander was de impliciete boodschap duidelijk: geef jezelf niet aan de heidense keizer, maar aan God. De aanvankelijke bedoeling om Jezus te pakken, is op een onverwachte wijze uitgelopen op een vraag naar hun eigen levenspraktijken. Op een dergelijke zelfconfrontatie hadden zij niet gerekend. Pagina 2 van 3 Lees verder >>>
|