homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
ga naar de inhoudsopgave
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

3.1 De Romeinse bezettingsmacht, met hun handlangers

...

Na de afzetting van Archelaüs in het jaar 6 na Christus werd het Romeinse gezag Verrijkingsstof 3.1 Caesarea.jpgvertegenwoordigd door de gouverneur (prefect) over Judea. Hij delegeerde de interne Joodse aangelegenheden aan het Sanhedrin (de Hoge Raad) in Jeruzalem. De gouverneur bleef verantwoordelijk voor de handhaving van het Romeinse recht. Hij stond garant voor de orde en de rust en zorgde bovendien voor de inning van belastinggelden die naar Rome werden doorgesluisd. De gouverneur beschikte over 3000 man hulptroepen onder Romeins bevel en verbleef in een fraai bastion, de havenstad Caesarea Maritima.

 

In de tijd van Jezus regeerden de beide zonen van Herodes de Grote: Herodes Antipas en Herodes Philippus als vazallen over het noorden van het land. Hun politieke handlangers, die belangrijke maatschappelijke in vloed uitoefenden worden in het Nieuwe Testament aangeduid als ‘Herodianen’. Een specifieke categorie van handlangers werd gevormd door de tollenaars. We hebben ze geplaatst onder de overige groepen. Vanwege hun samenwerking met de Romeinen werden zij beschouwd als ‘collaborateurs’ en verraders van de Joodse tradities en religie. Door vrome Joden werden zij dan ook gezien als ‘zondaars’, die godsdienstig onrein waren. Tollenaars dienden dan ook genegeerd te worden. Dat rabbi Jezus desalniettemin met verschillende onreinen contact zocht, en nota bene zelfs met hen aan tafel zat, veroorzaakte verwondering en ergernis.

 

 

Pagina 2 van 5

Lees verder >>>