homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

Introductie: Omkijken naar elkaar en anderen

...

Beeldbank - Omkijken naar elkaar en anderen.jpg ...

 

Op de beeldbank kom je in de eerste vijf rubrieken personen tegen zoals Albert Schweitzer, Florence Nightingale, Henri Dunant, Moeder Theresa en Pater Damiaan. De kennismaking met hun ongewone levensloop geeft te denken. Enerzijds blijkt uit hun doen en laten dat niets menselijks hen vreemd is. Anderzijds onderscheiden zij zich door op ongewone wijze naar anderen om te zien en hen naastenliefde te bewijzen. Hun geloofsinspiratie speelt daarbij een belangrijke rol.

Leerlingen weten uit eigen ervaring dat het belangeloos omkijken naar elkaar en anderen niet zomaar vanzelfsprekend is. Het wordt nog lastiger wanneer zoiets moeite kost. In dat geval ligt het voor de hand om er maar niet aan te beginnen. Het is waar: natuurlijk willen we wel iets doen en een ander zo nodig helpen, maar er zijn ook grenzen. En die liggen voor iedereen verschillend. Juist dit gegeven kan voor leerlingen een eyeopener zijn. Zeker als via open gesprekken de achterliggende motieven bespreekbaar worden gemaakt.

 

 

Sociaal gedrag

Helpen is een vorm van sociaal gedrag. Op de lijst van de Herziene Kerndoelen Basisonderwijs worden sociale aspecten als een leergebiedoverstijgende dimensie aangeduid. Dat wil zeggen dat de sociale ontwikkeling binnen alle leergebieden van de basisschool plaats vindt. In principe ben je als leerkracht niet af en toe, maar eigenlijk permanent met de sociale ontwikkeling van leerlingen bezig. Zowel haast ongemerkt tussen de bedrijven door, maar net zo goed opzettelijk door een bepaalde situatie of een thema aan de orde te stellen. En dat kan bij wijze van spreken op duizend manieren. Ook met behulp van verhalen over ‘helpers uit het verleden’. Het meest bekende verhaal uit de christelijke traditie is de aanstootgevende gelijkenis van ‘de barmhartige Samaritaan’, die zich uitgerekend ontfermt over een vijand! (Lucas 10: 25 - 36) In de levensverhalen van de helpers die op de beeldbank voorkomen, kom je een gelijksoortig vervreemdingsaspect tegen. Kortgezegd: het eigenbelang wordt ondergeschikt gemaakt aan het belang van degenen die hulp nodig hebben.

Het verdient overigens aanbeveling om de verhalen over helpers niet geïsoleerd aan te bieden, maar te verbinden met ‘helpen’ (in welke vorm dan ook) zoals dat in de alledaagse omgang op school speelt. Vandaar hierbij een paar vragen om als leerkracht even over na te denken:

  • Binnen de school en in de klas zijn er tal van situaties waarin leerlingen op elkaar zijn aangewezen. In welke situaties helpen leerlingen elkaar?
  • Waarom helpen zij elkaar?
  • Waarom weigeren zij soms om elkaar te helpen?
  • Wanneer mogen zij elkaar niet helpen?
  • Wanneer moeten zij elkaar helpen?
  • Kunnen leerlingen op school eigenlijk wel leren helpen?
  • Heb jij destijds zelf op de basisschool iets geleerd over helpen?
  • Hoe wordt aan sociaal gedrag op jouw school concreet vorm en inhoud gegeven?
  • Hoe zijn ouders daarbij betrokken?
  • Wat merkt de omgeving van sociaal gedrag op jouw basisschool?
  • Organiseer jij het onderwijs zodanig dat kinderen leren samenwerken?
  • Hoe, wanneer en waarom help jij leerlingen?
  • Kun je het thema 'helpen' expliciet aan de orde stellen in jouw klas?
  • Hoe voorkom je dat dit thema ontaardt in moralistisch gepraat?

 

Voordat je met het beeldmateriaal over een helper in deze rubriek aan de slag gaat, geven we je ter oriëntatie een verheldering van enkele begrippen mee.

 

Prosociaal gedrag en altruïsme

Bij 'helpen' kun je een onderscheid maken tussen prosociaal gedrag en altruïsme.

Onder prosociaal gedrag verstaat men elke handeling die gericht is op het welzijn of welbevinden van een ander. Voor het tegendeel van prosociaal handelen, gebruiken we de omschrijving asociaal gedrag.

Altruïsme is een bijzondere vorm van prosociaal gedrag. Een altruïst verricht een niet vanzelfsprekende handeling ten gunste van een ander (Lat.: alter), zonder daar zelf enig (verborgen) belang of voordeel bij te hebben. Het klassieke voorbeeld van een altruïst kun je vinden in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. In deze gelijkenis helpt de hoofdpersoon iemand van een andere (vijandige) bevolkingsgroep, en loopt daarbij het risico om mogelijk zelf overvallen te worden. De Samaritaan betaalt ook nog op royale wijze de bijkomende kosten, - hoewel hij daartoe niet verplicht is en al meer dan het gewone heeft gedaan!

 

Empathisch vermogen

Altruïsme is een fenomeen, dat men in verband brengt met empathie; d.w.z.: het vermogen om zich in te leven in -, of mee te lijden met de ander. De ontwikkeling van het empathisch vermogen wordt onder andere gerelateerd aan de voorwaarde van een warme sociale leeromgeving, waarin van jongs af aan de principes van 'caring' en 'sharing' worden gepraktiseerd. Daarbij zijn belangrijke aandachtspunten: het leren onderkennen en omgaan met perspectieven van anderen.

Dergelijke leerprocessen heeft men onder invloed van Piaget aanvankelijk sterk gekoppeld aan leeftijdsfasen. Inmiddels leeft bij onderzoekers de gedachte dat de fasenindelingen een meer theoretische dan praktische betekenis hebben. Zo heeft William Damon opgemerkt dat kinderen van vier jaar reeds in staat kunnen zijn tot vormen van niet-egocentrisch denken en doen. Wetenschappers zien ten aanzien van de stimulering van de sociale en morele ontwikkeling al narratieve mogelijkheden bij kinderen in de leeftijd vanaf twee jaar.

 

Empathisch opvoeden

In zijn studie 'Empathy and Moral Development' heeft Martin Hoffman, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van New York, een veelheid van relevante concepten en sleutelbegrippen geordend. Met zijn standaardwerk van 300 bladzijden ben je dan ook niet op een achternamiddag klaar. We beperken ons tot de vermelding van enkele kanttekeningen die Hoffman maakt. Kinderen komen niet zomaar tot moreel inzicht en moreel handelen. Daar gaat een lang proces aan vooraf, waarbij de ontwikkeling van empathie een belangrijke rol speelt. Deze ontwikkeling begint met het vermogen om te voelen en te begrijpen wat anderen ervaren. Opvoeders spelen in dit verband een zeer belangrijke rol. Om een voorbeeld te geven: in de periode tussen het tweede en tiende levensjaar proberen ouders gemiddeld 15.000 keer per jaar het gedrag van het kind te veranderen, of bij te sturen. Wanneer zij daarbij focussen op het perspectief en de gevoelens van anderen, en tevens de uitwerking van het eigen gedrag van het kind verhelderen, leveren zij een krachtige bijdrage aan de sociale en morele ontwikkeling. Volgens Hoffman doen kinderen tijdens hun socialisatie diverse 'scripts' op, die in nieuwe situaties geactiveerd worden en uiteindelijk kunnen resulteren in pro-sociaal gedrag.

 

Perspectief nemen

Professor Robert Selman, ontwikkelingspsycholoog aan de Harvard Universiteit, heeft zich de afgelopen veertig jaar gespecialiseerd in het sociale proces van het perspectief nemen. Zijn onderzoek strekt zich uit naar de mogelijkheden om ‘social awareness’ bij leerlingen te bevorderen. In zijn vroegere publicaties ging Selman (in de lijn van Kohlberg) uit van een fasetheorie. In zijn recente uitgaven focust hij op het gelijktijdig leren coördineren van verschillende perspectieven; bijvoorbeeld met behulp van dialogen in kinder- en jeugdliteratuur. In zijn onderzoek staan de kinderboeken ‘Amazing Grace’ en ‘Felita’ centraal. In beide boeken spelen dialogen een belangrijke rol. De personages Grace en Felita beantwoorden aan het profiel van een ‘Round Character’(E.M. Forster). In hun veranderende zienswijzen en zijnswijzen zijn de beide meisjes niet van te voren te plaatsen. Zij ontwikkelen zich gaandeweg en dat maakt het verhaal voor kinderen verrassend en boeiend.

 

 

Nog meer onderzoek

Het algemene onderzoek ten aanzien van 'helpen' heeft verschillende interessante waarnemingen opgeleverd. We vatten hier enkele punten beknopt samen.

 

  • Wanneer het helpen een beloning oplevert (bijvoorbeeld: een waardering, een prettig gevoel, een zuiver geweten. etc.), is het waarschijnlijk dat mensen tot hulp zullen overgaan. En dat des te eerder, wanneer de waardering groter is dan de kosten van de te verrichten inspanning.
  • Mensen die beroepsmatig gericht zijn op dienstverlening (bijvoorbeeld een politieagent, een verpleegster), zullen in het algemeen gemakkelijker tot hulp overgaan, - indien de vorm van de gevraagde hulp althans bij hun beroep hoort.
  • Hetzelfde geldt voor mensen die in een gelijksoortige situatie ooit zelf zijn geholpen.
  • Voorts blijkt dat mensen die de hulpbehoevende kennen, omdat zij bijvoorbeeld tot een bepaalde groep horen, eerder bereid zijn tot hulp. Het omgekeerde geldt eveneens; mensen die op welke manier ook 'anders' zijn (bijvoorbeeld door hun uiterlijk of hun manier van gedrag en denken) laat men eerder aan hun lot over.
  • Hetzelfde geldt wanneer men vermoedt dat de hulpvrager zijn ongelukkige situatie aan zichzelf te wijten heeft.
  • Wanneer omstanders in een grotere groep verkeren, kan het gebeuren dat zij zich minder verantwoordelijk voelen om tot hulp over te gaan ('diffusion of responsibility' / 'bystander effect') en soms zelfs helemaal de noodzaak niet onderkennen om te helpen.

 

 

Literatuur

 

- Linda Leonard Lamme, Suzanne L. Krogh, Kathy A. Yachmetz (1992). Literature-Based Moral Education, Childrens Books & Activities for Teaching Values, Responsibility & Good Judgment in the Elementary School.

 

- Martin L. Hoffman (2000). Empathy and Moral Development, Implications for Caring and Justice.

 

- Robert L. Selman (2003). The Promotion of Social Awareness: Powerful Lessons from the Partnership of Developmental Theory and Classroom Practice.

 

 

>>> terug