homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

PAUL KUIPER / MEI 2009

...

 

Zelf aan de slag

Iedereen weet hoe lastig het is een bruiloftsliedje te maken op een bestaande melodie. Het resultaat is vaak tenenkrommend, maar op een bruiloft kan dat niet zoveel kwaad.

Stel nou dat je zelf een lied bij een verhaal wilt maken, of nog mooier: je geeft je klas die taak als verwerkingsopdracht!

Hoe pak je dat aan?

Het is het handigst om niet een bepaalde melodie te nemen, maar een bepaald ritme, of een zelfbedacht ritme, bij voorbeeld:

 Column Mei (1).jpg

Hier kun je mee aan de slag: klappen, stampen, allerlei slaginstrumenten (op de rusten een tik op de triangel!), kortom laat je fantasie er maar op los. En als iedereen dit ritme lekker in de vingers, in zijn/haar lijf heeft, dan kun je proberen er een tekst onder te zetten, bijvoorbeeld:. ‘Kijk naar de vogels boven in de lucht, kijk de wolken ze slaan op de vlucht. Lukt het niet goed dan slaak je toch een zucht, want dit liedje is maar een klucht.’ Ook met deze tekst kun je allerlei spreekvariaties bedenken. Zit die tekst – maar liever een echt goede tekst! – er ook goed in, dan kun je een leerling wat klankstaven of een klokkenspel geven (neem maar weer dezelfde tonen als in de eerdere column: D, E, Fis, A, B en D) en laat die leerling dan precies het ingestudeerde ritme op dat muziekinstrument spelen. Je kunt de opdracht natuurlijk ook in groepjes laten uitvoeren. Bedenk van tevoren voor de zekerheid ook vast een melodie: als het helemaal niks wordt, vraag jij of je het ook eens mag proberen!

 

Een muziekstuk componeren met de groep is natuurlijk een ander verhaal. Maar zeg niet meteen: ‘Dat kan ik niet’, of nog erger: ‘Daar is mijn groep nog niet aan toe’. Die laatste opmerking betekent alleen maar dat jij denkt er nog niet aan toe te zijn. Toch is het minder moeilijk dan het lijkt, alleen je moet niet uitgaan van het bestaande notenschrift, maar van een zogenaamde ‘grafische partituur’.

Het onderstaande voorbeeld is overgenomen uit ‘Hoy, een lied’ (uitgave ‘Stichting ter bevordering van de muzikale vorming’ in samenwerking met de ‘Gehrels vereniging’. Het is een klankspel bij het lied ‘Is er wat te doen voor de ketellapper’, niet direct een lied voor ons onderwerp, maar het principe is toe te passen op andere situaties en op andere liederen.

Hoe werkt zo’n klankspel? Jij of een leerling houdt een aanwijsstok verticaal links aan het begin van de (grafische) partituur en beweegt die langzaam van links naar rechts. Waar de stok is, maken de betreffende muzikanten hun geluid. Je kunt het natuurlijk ook met z’n tweeën doen. Dan begint de tweede ‘dirigent’ na bij voorbeeld 2 maten. Je kunt nog variëren in tempo, maar wees daar niet te gul mee!

Stel je zoiets nou eens voor naar aanleiding van een verhaal over Noach en de ark – wat een mogelijkheden doen zich dan voor!

Welnu, experimenteren maar!

Column Mei (2).jpg

Dit zijn twee voorbeelden die uitgaan van de muziek, maar je kunt natuurlijk ook met tekst beginnen: laat je kinderen na een Bijbelverhaal eens proberen er een gedicht over te maken. Vraag je dan van te voren af of je ze helemaal vrij laat (dat lijkt gemakkelijk, maar is het niet!), of dat je bepaalde beperkingen oplegt, bij voorbeeld of en zo ja hoe het moet rijmen (rijmschema’s!), hoeveel regels het mogen zijn enzovoorts. Het resultaat is dan een x-aantal gedichten en of dat praktisch is, moet je zelf maar uitmaken. Je kunt natuurlijk ook klassikaal of in groepjes aan de slag gaan. En als het klaar is? Met een computer in de klas is het geen groot probleem om alle kinderen over alle gedichten te laten beschikken. Tijdens een volgende les kun je er dan muzikaal verder mee aan de slag. Paul Kuiper - voorheen vakdidacticus voor de ...

 

  • Paul Kuiper - Voorheen vakdidacticus voor de musicale vorming in het basisonderwijs voor de regio Hengelo.

     

 

 

>>> terug