homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

PAUL KUIPER / MAART 2009

...

Psalmen zingen?

David staat bekend als de muziekman bij uitstek. Hoewel het de vraag blijft welke psalmen nou eigenlijk door hem zijn gemaakt, doet dat er voor ons nu even niet toe. David kende in ieder geval het geheim van de muziek en daar kon zijn voorganger, koning Saul van meepraten. En ondertussen hebben wij in de Bijbel maar liefst 150 psalmen staan. Een boek vol! En in die psalmen geven de mensen lucht aan hun gemoed, ze roepen God ter verantwoording, ze smeken om hulp, ze schreeuwen hun nood uit, ze barsten uit in dank en lofprijzing en ze voelen zich soms bijna aan God gelijk, maar aan de andere kant soms ook belaagd door al wat een mens maar kan belagen. En daarom zijn die liederen ook zo menselijk. Maar zijn ze ook kinderlijk? Dat ligt er maar aan wat je daar onder verstaat. Ze zijn wel kinderlijk in hun eenvoud en hun directheid, wel kinderlijk in het vertrouwen. Zijn psalmen dan ook geschikt voor leerlingen in de basisschool? Zijn de basiservaringen die daarin ter sprake komen voor hen herkenbaar?

 

Praatplaten.jpgDat hangt er van af wat je als onderwijsgevende uit de kast haalt om een psalm voor de kinderen toegankelijk te maken en op ervaringsniveau te ontsluiten. Daar moet je van te voren over nadenken.

 

 

 

 

 

- Een mooi voorbeeld van de uitwerking van psalm 23 op het niveau van kleuters vind je elders op deze site. Zo’n vertaalslag vraagt natuurlijk enige tijd en de nodige creativiteit. Maar wanneer je eenmaal in de gaten hebt welke herkenbare bestaanservaringen in de betreffende psalm worden bezongen, heb je de sleutel te pakken.

 

 - Nog een voorbeeld uit de praktijk. Ooit was er eens een klas die in de tijd voor Pasen psalm 25 zong. De meester gaf ook blokfluitles en er waren een paar leerlingen die de melodie meefloten. Een enkele speelde de altpartij op een altfluit. De meester speelde de tenorpartij op een tenorblokfluit en dat alles in de zetting van Claude Goudimel. Dus muziek uit dezelfde tijd waarin de psalmmelodieën waren ontstaan. En, o wonder, op een bepaald moment gingen er kinderen op eigen initiatief die sopraan- en altpartij zingen! Een bijzondere gewaarwording. Dat dat kòn! Toen was het nog maar één stapje om met een aantal leerlingen op zondag diezelfde psalm 4-stemmig op de fluiten in de kerk te begeleiden (ja, er was ook nog een basblokfluit op school!).

  

- En dan heb je psalm 118 met die mooie eerste strofe waarin je de priesterkoren tegenover elkaar hoort zingen: “Dit zij het lied der priesterkoren – zijn liefde duurt in eeuwigheid.” Dit is een van de weinige psalmen waar een soort refrein in voorkomt en als dat het geval is, dan moet je daar altijd gebruik van maken. Hoe? De meisjes zingen de eerste regel, de hele klas regel 2, de jongens regel 3, allemaal regel 4 enzovoorts. Ik moet de eerste dominee nog tegenkomen die deze psalm in een kerkdienst zo laat zingen!

  

- Nu we het toch over psalmen hebben: psalm 150 kun je natuurlijk niet ongebruikt laten liggen. Pak alle muziekinstrumenten die voorhanden zijn en laat de leerlingen meedoen! Zijn er klankstaven op school? Gebruik ze dan en bij deze psalm neem je de D, de E, de FIS, de A en de B en eventueel de hoge D en je laat er iemand naar hartenlust op spelen. Omdat de G en de CIS niet meedoen, klinkt het eigenlijk nooit vals! Vraag de muziekdocent eens naar pentatonische muziek. Kinderen zullen onmiddellijk zeggen dat dit Chinese muziek is!

  

- En de andere 146 psalmen? Neem maar eens de moeite om ze te bekijken op hun inhoud en toegankelijkheid. Wat valt er voor de leerlingen te ontdekken? Waar gaan de psalmen over? En waar gaar het om?

En sla dan psalm 137 niet over (“By the rivers of Babylon”).

 Paul Kuiper - voorheen vakdidacticus voor de ...

  

  • Paul Kuiper - Voorheen vakdidacticus voor de musicale vorming in het basisonderwijs voor de regio Hengelo.

     

 

 

>>> terug