|
Het omzien naar de ander komt vanaf de eerste bladzijden van de Bijbel aan de orde. Zo vraagt de Heer aan Kaïn: 'Waar is Abel, je broeder?' Zijn reactie is: ‘Dat weet ik niet. Moet ik soms waken over mijn broer?’ (Genesis 4: 9). In de boeken van de TeNaCH is het doen van gerechtigheid en de daarmee samenhangende zorg voor anderen een uiterst belangrijk basisthema. Wanneer Jezus van Nazareth later zijn ‘gulden regel’ formuleert: 'Behandel de ander, zoals jijzelf behandeld wilt worden' (Mattheüs 7:12), grijpt hij terug naar de kern van de boeken van Mozes en de Profeten. In het Nieuwe Testament is de gelijkenis van 'De Barmhartige Samaritaan' (Lucas 10: 25 - 36) het meest bekende verhaal waarin de kwestie van de ander speelt. Deze gelijkenis gaat verder dan de zorg voor de naaste. Het gaat nota bene om belangeloze liefde jegens de vijand. In de Christelijke kerk is vanaf het begin daadwerkelijk gehoor gegeven aan de oproep van Jezus om te zorgen voor anderen (Handelingen 2: 43 - 47). In dit verband nog een veelzeggend gegeven: in de gemeente van Jeruzalem waren zeven diakenen de eerste ambtsdragers. Het was hun taak om hulp te geven aan degenen die - ondanks de goede bedoelingen - niet tot hun recht kwamen (Handelingen 6: 1 - 7). Tenslotte: in de brief van Jacobus wordt op een zeer duidelijke relatie gelegd tussen geloven en doen. Lees er bijvoorbeeld hoofdstuk 1:19 - 27 maar eens op na. Meer informatie over de auteur Jacobus, die volgens de overlevering een broer van Jezus is, vind je op de site Bijbel en Cultuur. >>> terug
|