homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

HENK KUINDERSMA / JULI 2009

...

Aan de slag met Ruth  

 

Uitnodiging

“Wil je onze leerkrachten kennis laten maken met Verwonderen en Ontdekken? En dan niet met een inleiding, maar met werkvormen en interactie? Het gaat om Column juli1.jpgtwee workshops van een uur.” Over dit verzoek moet ik een moment nadenken. Eén uur lijkt mij wel erg kort voor een kennismaking met een nieuwe vakdidactiek. Maar ik besluit de uitdaging aan te gaan. De doelgroep is me sympathiek: leerkrachten Godsdienstig Vormingsonderwijs (GVO) in het openbaar onderwijs. Hun nieuwe scholingsproject is me al even sympathiek. Daarin ondernemen ze tal van activiteiten om zich te professionaliseren. En er wordt samengewerkt met collega’s van het Humanistisch Vormingsonderwijs (HVO) en Islamitische Godsdienstonderwijs. Zie de site van GVO en HVO en de site V&O / Actuele ontwikkelingen.

En zo bevond ik me op 23 juni in het congrescentrum Antropia te midden van ongeveer 250 enthousiaste leerkrachten GVO, HVO en Islamitisch godsdienstonderwijs. Zo’n zestig van hen mocht ik in de workshops ontmoeten.

Het verhaal van Ruth vormde de inhoud van mijn aanbod. De opzet daarvan was die van de omgekeerde weg: van de praktijk naar de theorie. Maar helemaal zonder uitgangspunten van V&O gaat zoiets niet. In een korte PowerPoint-presentatie bracht ik er bij wijze van oriëntatie twee ter sprake.

 

Vragen

Een eerste basisprincipe van V&O is (heel kort samengevat): kinderen waarnemen en interpreteren zoals zij zijn. Dat betekent onder andere: oog krijgen voor hun ontwikkeling en hun verwondering over allerlei zaken. Zo’n moment is herkenbaar in het bovenstaande plaatje. Het zal duidelijk zijn dat er zonder vragen van de leerlingen zelf, weinig van betekenis valt te leren. Om die reden willen we datgene wat de leerlingen op de een of andere wijze bezig houdt, met hen ‘vertalen’ naar elementaire vragen. Idealiter zouden zij langs de weg van dialogische leerprocessen zelf antwoorden moeten kunnen ontdekken. Dat klinkt mooi, maar zo’n statement roept direct vragen op. Kun je als leerkracht kinderen inderdaad stimuleren tot zoiets bijzonders als ‘verwonderen’? En gaat het dan nog wel om authentieke vragen? Hoe kun je bevorderen dat ze hun eigen vragen stellen, en vragen van anderen herkennen en toe-eigenen? Wie bekend is met Verwonderen & Ontdekken, weet dat aan deze pedagogische kwestie ruim aandacht wordt besteed.

 

Leeromgeving

Een belangrijke onderwijskundige voorwaarde is in ieder geval de inrichting van een inspirerende en uitdagende leeromgeving, die rijk is aan verhalen en symbolen.

Met dit uitgangspunt zijn de leerkrachten GVO meteen op vertrouwd terrein. Hun leerlingen zijn vaak niet zo op de hoogte van de godsdienstige tradities. Dat vraagt om extra inspanning. De leerkrachten GVO investeren veel tijd en creativiteit in het ontwerpen van hun lessen. Ze verzamelen beeldmateriaal, voorwerpen en symbolen. Met inzicht en fantasie zetten ze die om in intro’s en leskernen. Continue oefenen ze zich in het vertellen van verhalen. En met het bedenken van de gevarieerde verwerkingen zijn ze voortdurend bezig.

Met de kort aangegeven noties als ‘aandacht voor kinderen’ en ‘het inrichten van de leeromgeving’ ondernemen we in de workshops een poging om de aanwezigen vanuit het perspectief van de leerlingen te laten ondervinden hoe lessen over Ruth zouden kunnen verlopen.

 

Fragmenten

Om te beginnen maken we kennis met Ruth. Haar naam betekent vriendin. Als leerlingen schrijven de onderwijsgevenden op wat zij bij het woord ‘vriendin’ denken. Een hele rij begrippen komt op de flap-over. Zoals: trouw, geheimen delen, elkaar helpen, elkaar vertrouwen, om elkaar denken, etcetera. De vraag is: Kunnen kinderen dat ook allemaal bedenken? Naar de mening van de leerkrachten zijn kinderen daartoe zeker in staat. ‘Vriendin’ hoort volgens hen tot de alledaagse leef- en belevingswereld van kinderen. En daaraan kunnen ze dan ook best invulling geven. Dan volgt het eerste verhaalfragment. Ruth verlaat haar familie en haar land en gaat met haar schoonmoeder Noömi mee, terug naar haar volk Israël en terug naar haar vroegere woonplaats Bethlehem.

In de workshop komt aan de hand van enkele vragen een gesprek op gang. Hoe bijzonder is het eigenlijk wat Ruth doet? Is ze werkelijk een vriendin? Welke woorden op de flap-over passen bij haar? Trouw? Elkaar helpen? Om elkaar denken?

Gemotiveerd gaan de deelnemers op de vragen in. Ze vinden Ruth een bijzondere vrouw en verwijzen naar hun eigen woorden op de flap-over: ze is een echte vriendin! “Ruth komt heel dichtbij,“ zegt iemand. “Hoe bedoel je dat?” vraagt een collega. “Als ik uit ervaring het woord ‘vriendin’ invulling geef, besef ik heel goed wat vriendschap is. Dat zal kinderen ook zo gaan!”

 

Het tweede fragment gaat over ‘Aren zoeken’. We beginnen weer met het oproepen van eigen gedachten. Nu in de vorm van vooronderstellingen. V&O spreekt in dit verband over ‘preconcepten’. Twee beelden, te weten: een lege portemonnee en een lege boodschappentas, zetten aan tot nadenken. De vraag luidt: Als je niets meer hebt, wie helpt je dan om boodschappen te kunnen kopen? Er komen heel verschillende reacties, die ook nu weer op de flap-over worden genoteerd: hulp van de familie, vrienden, buren, de kerk, de voedselbank, de regering. Maar ook: zelf aan het werk gaan.

De vraag ‘Wie helpt?’ blijkt heel actueel. Er ontstaan levendige discussies met open einden. Maar iedereen is het over eens: kinderen kunnen zeker over een dergelijke vraag nadenken en over hun antwoorden met elkaar in gesprek gaan.

We richten opnieuw onze aandacht op Ruth en haar schoonmoeder Noömi. Ook zij hebben geen geld om eten te kunnen kopen. Hoe moet het nu met hen?

 

Het verhaal zegt: Ruth gaat aren zoeken op een akker. Volgens de wet van God mochten de randen van de akkers niet gemaaid worden. Het koren aan de randen en het koren, dat bij het oogsten op het land bleef liggen, was voor de armen.

Ruth komt terecht op het land van Boaz, een ver familielid van Noömi’s man. Boaz raakt onder de indruk van Ruths inzet. Hij besluit haar extra goed te behandelen. Maar spreekt ook bijzondere woorden: “Moge de Heer je rijkelijk belonen – de Heer onder wiens vleugels je een toevlucht hebt gezocht.” Thuisgekomen bij Noömi vertelt Ruth hoe goed Boaz voor haar was. En Noömi bedenkt dat deze man, dit verre familielid, wel eens (ver)losser voor haar en Ruth zou kunnen zijn.

 

 

Column juli2.jpgNa het verhaal gaan we weer in gesprek. Deze keer naar aanleiding van een beeld van een kuikentje onder de vleugels van een moederkip. Het kopje met een oog en het snaveltje is nog net te zien. De vraag wordt gesteld: Hoe zou het kuikentje zich voelen onder de vleugels van moederkip?

Heeft God volgens Boaz ook vleugels? Of bedoelt hij iets anders?

 

Het gesprek over deze vragen verloopt heel geanimeerd. Onder andere over het symbool ‘vleugels’, waarin warmte, vertrouwen en bescherming wordt uitgedrukt. Dat de kinderen zich in het beeld ‘onder de vleugels’ vast wel kunnen inleven, blijkt een algemene gedachte.

De leerkrachten herkennen in het beeld ‘vleugels’ de wet van God (Thora), die de armen bescherming biedt. Over de vraag of de kinderen aan de hand van het verhaal, dat ook kunnen ‘ontdekken’, zijn de meningen verdeeld. Maar een ieder vindt het de moeite waard om dat na te gaan.

Bij het derde verhaalfragment met als scènes Ruth en Boaz op de dorsvloer, Boaz als ‘losser’ en de geboorte van Obed wordt tenslotte op een soortgelijke dialogische wijze gecommuniceerd.

 

Afronding

De deelnemers aan de workshops geven aan geïnspireerd te zijn door de aangereikte oriëntatiepunten. Zij herkennen het belang van: aandacht voor kinderen en het inrichten van een hoogwaardige leeromgeving. Vervolgens breng ik het V&O-model voor de onderwijsvoorbereiding ter sprake. De begrippen worden voorzien van een korte toelichting. Dan nemen we het lesfragment over ‘Aren zoeken’ als casus.

 

Column juli3.jpgAan de leerkrachten vraag ik of ze de functie van de samenhangende invalshoeken van het model op het spoor kunnen komen. Het gesprek

verloopt verrassend vlot. Achtereenvolgens komen de zes ‘spotlights’ van het model Elementariseren aan de orde.

De deelnemers vullen aan de hand van de voorafgaande bespreking zelf de invalshoeken in. Hierbij enkele voorbeelden.

Incentieven & Media: de eerste suggesties betreffen de lege beurs, de lege boodschappentas en de afbeelding ‘onder de vleugels’. Ervaringen: men noemt het besef van armoede, het beleven van een tekort, en de mogelijkheid van helpen. Toegangen: er wordt opgemerkt dat kinderen vanaf groep vier zeker begrip hebben van het thema’s als armoede en recht. De vraag is of ze ook toegang hebben tot de symboliek ‘onder de vleugels’. Structuur & context: er wordt opgemerkt dat onderwijsgevenden de kennis van de Wet en de betekenis van (ver)losser en ‘de feestrol Ruth’ (Pinksterfeest) zouden moeten verwerven en verwerken in de leeromgeving. Levensbetekenissen: de lesgevers wijzen op het belang van de opstelling van Ruth, de hulp van Boaz, en de betekenis van het recht (Gods wet: Thora).

Tenslotte komt de godsdienstpedagogische kwestie op tafel waarom het goed zou kunnen zijn om het verhaal van Ruth aan leerlingen op de openbare school te vertellen. In dat verband stelt een van de leerkrachten de intrigerende vraag: “We doen niet aan geloofsoverdracht of evangelisatie op de openbare school. Maar een verhaal als van Ruth zit vol geloofsoriëntaties. Hoe gaan we daarmee om?” Een collega antwoordt meteen: “Dat hebt je vanmorgen kunnen ervaren. Het verhaal met zijn betekenissen doet zijn eigen werk. De kinderen krijgen alle ruimte om de waarden zelf te ontdekken en te bepalen.”

 

Na afloop van de workshops wordt nog verder van gedachten gewisseld. Daarbij gaat het met name over de verschillende beroepsrollen die je als onderwijsgevende hebt. Voor wie daar eveneens belangstelling voor heeft: die staan in de special van hoofdstuk 5 van Verwonderen & Ontdekken.

 

 Dr. Henk Kuindersma.jpg

 

 

  • Henk Kuindersma is als godsdienstpedagoog verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), locatie Kampen.

 

 

 

 

 

 

 >>> Naar het archief