homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

GVO in de openbare basisschool

...

Enkele aandachtspunten bij BijbelWijs

“Om te beginnen het volgende. BijbelWijs is een initiatief van de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond in de Protestantse Kerk in Nederland. De HGJB heeft haar wortels in het orthodox gereformeerd protestantisme. Terwijl de HGJB als Johan Timmer.jpgbeweging volop in die traditie staat, ontwikkelt zij zich tegelijk tot een organisatie die in de volle breedte van de kerk jongeren wil toerusten. Tevens stelt zij zich als doel om jongeren die niet op de hoogte zijn van geloof en kerk te bereiken met het evangelie.

Een van de aandachtsvelden is het godsdienstonderwijs op de openbare basisscholen. In dit kader is de HGJB bezig met de nieuwe methode BijbelWijs voor het GVO. Kort samengevat, wil ik het volgende opmerken. De leerlingen kunnen via de GVO-lessen van BijbelWijs kennismaken met de wereld van godsdienst in het algemeen en het christendom in het bijzonder. Ze krijgen de gelegenheid om te ontdekken dat godsdienst en geloven belangrijk kunnen zijn in het menselijk leven. De docent speelt in het onderwijsleerproces een belangrijke rol. Zo kunnen de leerlingen hem of haar bijvoorbeeld vragen stellen over de eigen betrokkenheid en de persoonlijke beleving. Door de gesprekken worden de leerlingen op hun beurt gestimuleerd om zelf na te denken. Aan hen wordt de ruimte geboden om zich bewust te worden van hun eigen levensvragen. Die kunnen ze op hun eigen wijze onder woorden brengen. De leerlingen worden op een pedagogische wijze uitgenodigd om ideeën over godsdienst levensbeschouwing met elkaar uit te wisselen. Dat vraagt van de kant van de onderwijsgevende natuurlijk wel om de nodige communicatieve kwaliteiten en vaardigheden.

 

De telkens terugkerende vraag is natuurlijk hoe je dat als onderwijsgevende kunt doen: enerzijds vanuit je geloofsovertuiging met leerlingen in gesprek gaan over de bijbel en het christelijk geloof, terwijl je de leerlingen anderzijds de nodige ruimte wilt geven. Een belangrijk gegeven is dat de HGJB als organisatie juist ernst maakt met de missionaire missie. Die laat zich als volgt formuleren:

“...wij willen jongeren begeleiden bij:

- het leven in gemeenschap met God de Vader,

- het worden en zijn van discipelen van Jezus Christus,

- het groeien in de kerkelijke gemeente,

- het maken van keuzes in het persoonlijke leven, in de kerk en in de samenleving als discipelen van Jezus Christus.”

Deze missie staat op het eerste gezicht misschien op gespannen voet met de neutraliteit, of beter gezegd; de openheid die gevraagd wordt binnen het GVO op de openbare basisschool. De vraag die mij bezig houdt is of onderwijsgevenden op dit punt hun persoonlijke intuïties moeten volgen. Doen zij er niet beter aan om te kiezen voor een goede godsdienstdidactische benadering, die de mogelijkheid biedt tot een duidelijke verantwoording voor het GVO in de openbare basisschool? Een godsdienstpedagogische verantwoording van de eigen onderwijspraktijk is naar mijn idee in ieder geval gewenst en noodzakelijk. Allereerst op praktisch niveau.

 

Praktijkvoorbeeld

Ter illustratie geef ik het voorbeeld van Tilly Sonneveld, lerares GVO in Oudewater en een van de auteurs van BijbelWijs:

‘Ik probeer lessen uit op de school waar ik GVO geef. Het is een uitdaging om de verhalen uit de Bijbel dicht bij de kinderen te brengen. Christenen geloven en ervaren dat God zelf door de bijbelverhalen iets tot hen te zeggen heeft. Daardoor worden oude verhalen actueel. Ik vind het leuk om kinderen daarvoor nieuwsgierig te maken.

Onlangs gaf ik een les over Ruth. Zij was een vreemdeling op zoek naar werk. Heel actueel. Hoe wordt in de Bijbel tegen asielzoekers aangekeken? In dezelfde les kwam ook het thema ‘kruispunten in je leven' naar voren. Ruth moest kiezen tussen haar eigen land en het land Israël. Gewapend met twee ‘verkeersborden' stond ik voor de klas. Op elk bord kwamen de redenen te hangen waarom Ruth voor haar eigen land zou kiezen of juist voor het vreemde land. Wat gaf de doorslag? Ze koos voor het volk en voor de God van het vreemde land.

Door dit bijbelverhaal wil ik de kinderen prikkelen om erover na te denken waarop zij hun keuzes baseren. Groep 7/8 staat op het kruispunt om een nieuwe school te kiezen. Wat voor redenen staan er op de verkeersborden op jouw kruispunt? Zou het geloof, zoals bij Ruth, daar een rol in kunnen spelen?’

Tot zover het verhaal van Tilly Sonneveld. Daarin kun je tussen de regels door lezen hoe zij theologische en pedagogische aspecten met elkaar verbindt. Wanneer dat het geval is, valt er voor de leerlingen inderdaad iets nieuws te leren.

 

Vakdidactische basis

Het geval wilde dat ik pas op een later tijdstip betrokken raakte bij de ontwikkeling van de methode BijbelWijs. Ik kwam tot de ontdekking dat de groep schrijvers en ontwikkelaars intuïtief wel een gemeenschappelijk idee had over de dragende gedachte onder de methode. Maar het ontbrak nog aan een heldere systematiek. Ik heb de taak op me genomen om de ontworpen lessen te analyseren op de (onbewuste) uitgangspunten en daar een helder en eenduidig concept uit te destilleren. Als referentiekader gebruikte ik het model Verwonderen & Ontdekken.

Een aantal elementen uit dit model was goed terug te vinden in het ontwikkelde materiaal voor BijbelWijs. Aan de hand van de didactische opzet van BijbelWijs geef ik een impressie.

 

Instap

Elke les begint met een instap. Hierin worden de ervaringen en de toegangen van de leerlingen benut om het thema van de les te introduceren. Leerlingen worden uitgenodigd om hun ervaringen te uiten en te delen. Ze moeten dan met hun inbreng tot hun recht komen en niet worden afgekapt omwille van het thema. Hier schuilt wel het gevaar om de instap als een vlug opstapje te gebruiken.

Voorkennis 

Vervolgens wordt de voorkennis geactiveerd. Bij de leerlingen wordt nagegaan hoe en waar het verhaal een plek heeft in wat ze zich al emotioneel en cognitief verworven hebben. Het aspect van de voorkennis correspondeert niet alleen met Elementaire ervaringen maar inhoudelijk het meest met Structuur & Context en Levensbetekenissen in het model van V&O. Toch zou dat systematischer kunnen.

Verwerving 

Daarna wordt het verhaal verteld. Dat kan op tal van manieren en in BijbelWijs gebeurt dat dan ook. De fase van de verwerving correspondeert met Leeractiviteiten bij V&O. Er is voldoende variatie. Leerlingen met verschillende leerstijlen komen door de breedte van het aanbod voldoende aan hun trekken.

Verwerking 

Bij de fase van de verwerking liggen de meest voor de hand liggende mogelijkheden om leerlingen relevante Levensbetekenissen te laten ontdekken, hetzij in het verhaal, hetzij in hun eigen leven, of idealiter in een combinatie van beiden. In BijbelWijs zijn hier een behoorlijk aantal geslaagde pogingen te vinden. Hier valt nog wel wat te optimaliseren en in deel 2 van BijbelWijs zal hier ook meer aandacht aan worden gegeven.

Bij de verwerkingsfase zijn juist de Levensbetekenissen van belang. Naast de kennis die de leerlingen verwerven over de bijbelverhalen kan hier de waarde en betekenisgeving van de bijbel worden ontdekt. Leerlingen behoeven zelf geen christen te zijn om te ontdekken dat het hier om betekenissen gaat die voor henzelf van belang zijn. Overigens wordt er in onze samenleving en cultuur zo vaak verwezen naar noties uit de bijbel en het christelijk geloof, dat alleen al de elementaire kennis en begrip bijzonder behulpzaam zijn om een eigen plek in de samenleving in te nemen.

In die zin kan BijbelWijs worden opgevat als een onderdeel van de presentia Christi waarin niet expliciet naar geloof of kerk wordt verwezen.

 

Conclusie

Afsluitend kom ik tot de volgende aandachtspunten.

- In de methode BijbelWijs zijn een aantal elementen uit het model van Verwonderen & Ontdekken terug te vinden. In de instructie voor docenten zal het model V&O verder worden geïntroduceerd, vooral wat betreft de Incentieven, de Levensbetekenissen en Structuur & Context.

- Achter het model V&O zit nog een ander aspect dat van godsdienstpedagogisch belang is. Door de benadering van ‘de wederzijdse ontsluiting’ ontstaat krachtiger vorm van onderwijs, waarin de leerling meer centraal staat en daarom beter tot z’n recht kan komen. De kans op het hanteren van een verborgen agenda verdwijnt: het Woord komt aan het woord en de leerling is verantwoordelijk voor het eigen antwoord.

- De rol van de docent is die van waarnemer, gesprekspartner en inhoudsdeskundige. Om het een en ander vorm en inhoud te geven is Verwonderen & Ontdekken als basis bijzonder behulpzaam (en eigenlijk onontbeerlijk).”

 

 

  • Johan Timmer is missionair consulent bij de IZB en werkzaam in de PKN.

 

 

>>> terug