homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

HENK KUINDERSMA / OKTOBER 2009

...

 

Een gedicht van Willem Wilmink

Willem Wilmink - Column VO oktober 2009.jpgHet lukt niet altijd, maar als het maar even kan, lees ik elke dag een kort verhaal of een gedicht. Ik zou ik er niet graag zonder willen. Vaak doorbreken raak verwoorde beelden en gedachten mijn gepieker over kleine en grote vragen. Ze openen onverwachte luikjes, die nieuw licht laten vallen op datgene wat me bezig houdt. Ze leiden me naar allerlei associaties en zetten aan tot creatieve denkprocessen. En dat zowel naar allerlei persoonlijke en inhoudelijke thema’s, als naar het vakgebied van het godsdienstonderwijs dat me lief is.

 

Dat speelt ook allemaal rond de onderstaande tekst van Willem Wilmink uit een bijzonder bundeltje: Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Gedichten over geloven. Gekozen en toegelicht door Willem Wilmink, Amsterdam 2003. Ik kocht het onlangs in de ramsj, vooral omdat ik verrast werd door de gedachte, dat Willem van de ‘Stratenmaker-op-zee-show’ en ‘Kinderen voor kinderen’, zich zowaar met ‘Gedichten over geloven’ heeft bezig gehouden.

 

Met de onderstaande tekst van Wilmink ben ik wel een kleine week bezig geweest. En nog steeds ben ik er niet over uitgedacht. Juist omdat de eenvoudige tekst zoveel associaties oproept.

 

 

Gedicht: ‘Visite uit de hemel’

 

Willem Wilmink, naar een droom van mijn zoon Michiel

 

Ik ben een jongen uit de stad.

Ik heb een rare droom gehad:

ik droomde van een man die uit de hemel was gekomen.

Die bij ons op visite zat

en een heel dun lichaam had,

dat was een vreemde man waar ik vannacht van lag te dromen.

 

Toen ‘k hem gevraagd had, waarvandaan

hij naar beneden was gegaan,

zei hij: ‘Kijk naar de lucht, dan zie je ’t huis

waarin wij wonen.’

 

En niet zo heel ver van de maandag

zag ik zijn huisje duid’lijk staan:

een kleine boerderij met witte bloesems aan de bomen.

 

Daar was een weg met een heg vol bramen.

Daar was een weg waar heel weinig mensen kwamen.

Er stond een geitje bij

die boerderij.

Een geitje stond in het gras,

daar in de verte. Daar waar de hemel was.

 

Bron: Willem Wilmink, Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Gedichten over geloven. Gekozen en toegelicht door Willem Wilmink, Amsterdam 2003. blz. 22.

 

 

 

Leeservaring

Al lezend zie ik Michiel voor me als jongen uit de stad. Dat iemand die uit de hemel naar je toekomt en er ‘wat anders’ uitziet kan ik helemaal meemaken; ook al is het in een droom. Ik denk eveneens dat hemelwezens er anders uitzien dan aardse wezens. Zegt de apostel Paulus zoiets ook niet in één van zijn brieven?

En dan het beeld van de hemel van Michiel: dat is werkelijk prachtig! Hij tekent een ongerept, idyllisch en landschap met witte bloesems aan de bomen, weinig mensen en een enkel dier. Het heeft zondermeer iets paradijselijks.

Maar hoe zie ik, - zoveel jaren ouder dan de jonge Michiel, zelf de hemel? Bloeiende tuinen komen in mijn gedachten, maar ook mooie stadspleintjes met mensen en veel groen. Ook allerlei Bijbelse beelden komen bij me op. De hemel is in mijn beleving een religieus begrip. Hoe zeer hemel voor mij ook te gelijkertijd verweven is met het dagelijks taalgebruik in uitdrukkingen als ‘Een geschenk uit de hemel’ en ‘Ik waande mij in de zevende hemel’.

 

Achtergrond

Michiel, de zoon van de dichter, is in ‘Visite uit de hemel’ een jaar of zeven, of acht. Wat hij bij de maan aan beelden van de hemel ziet, is afkomstig van de jaarlijkse vakantiestek van de familie Wilmink in Zeeland. Met zijn beelden van boerderij tot geit droomt Michiel zíjn eigen hemel. Zo verhaalt hij zíjn hemel ook aan zijn vader. En dat is voor een kind van zijn leeftijd volstrekt authentiek. Hij droomt en denkt de hemel met beelden uit zijn directe (vakantie)omgeving. Het kan niet mooier.

 

Verdieping

Wat Michiel doet, komt geheel overeen met wat we van kinderen weten. Ze construeren hun eigen religieuze beelden en geven zelf invulling aan religieuze begrippen. Hun eigen zintuiglijke ervaringen en onderlinge contacten hebben daarbij het primaat. Door horen, zien, doen en door de communicatie met anderen verwerven zij hun persoonlijke préconcepten. Die worden verder voortdurend gevoed: via media, vertellingen en teksten uit kinderboeken. Dat alles is enerzijds een heel natuurlijk gebeuren. Het is anderzijds een gecompliceerd proces dat van groot belang is voor hun persoonsontwikkeling: zowel in affectieve als in cognitieve zin.

Daar was Willem Wilmink zich kennelijk ook ter dege van bewust. Hij wilde zich inleven in de authentieke ervaringen en de gevoelens van kinderen en die vervolgens tot expressie brengen in liedjes en in gedichten. Hij was er op uit om kinderen het idee te geven dat wat ze op hun eigen manier denken en voelen helemaal niet ‘raar’ is. Hij wilde kinderen die twijfelen en onzeker zijn over wat er in hen omgaat ‘een hart onder de riem’ steken. En zo werken zijn gedichten nog steeds door. Kinderen kunnen zichzelf in Wilminks gedichten herkennen als in een spiegel. En dat brengt hen tot het besef dat zij hun ervaringen met andere kinderen kunnen delen. Met andere woorden: het effect daarvan is dat Wilmink kinderen inspireert om zichzelf af te vragen: ‘Hoe zit dat nu precies bij mij?’

 

Verder op school

De school is als rijke uitdagende en inspirerende leeromgeving een prachtige plek om de beelden die bij kinderen leven te onderzoeken en daar op door te gaan. Ook als het gaat om hun beelden van hemel. Na inleving in het gedicht, bijvoorbeeld door verbeelding in de vorm van tekeningen van wat Michiel droomde, kan de vraag ‘Hoe dromen jullie de hemel?’ een prachtig theologisch gesprek opleveren. Door dichter Willem Wilmink worden zij echt gestimuleerd om met hun eigen beelden en gedachten voor de dag te komen. Omdat ook voor hen geldt: ‘Het is helemaal niet raar wat ik denk.”

 

 

Een stapje hoger

Ongetwijfeld zullen de kinderen veel in elkaars beelden en gedachten kunnen ontdekken. Ze zullen daarop inhaken en doordenken. De kans is groot dat de kinderen, - realistisch als ze zijn, met vragen komen als: ‘Waar is de hemel?’ en: ‘Hoe ziet de hemel eruit?’

We mogen niet verwachten dat de kinderen geheel op eigen kracht tot antwoorden komen. Als leerkracht zullen we hen op weg moeten helpen door iets aan theologiseren voor kinderen te doen. En dat betekent, dat we als leerkrachten ‘theologische kennis’ in moeten brengen, die kinderen te denken geeft. Een goed bijbels woordenboek kan ons aan de nodige relevante kennis en betekenissen helpen. Daarin kunnen we - kort samengevat - lezen dat de Bijbel drie betekenissen van ‘hemel’ kent:

 

  1. De hemel als uitspansel, als gewelf boven ons met de zon, de maan en de sterrenhemel. Denk maar aan het scheppingsverhaal.
  2. De hemel als de plaats waar God woont. Denk maar aan het Onze Vader met als beginwoorden: ‘Onze Vader, die in de hemelen zijt ….’
  3. ‘Hemelen’ in het beeld ‘koninkrijk der hemelen’ uit de evangeliën. Jezus duidt met dit beeld het leven aan van de ‘omgekeerde wereld’ waarin alles uiteindelijk goed zal komen. In dit hoopvolle perspectief gaat het om het leven naar Gods bedoeling.

 

Uitdaging

Wie de vakdidactiek ‘Verwonderen en Ontdekken’ kent, heeft vast opgemerkt dat daarvan verschillende noties in deze column zijn verwerkt. Met name uit hoofdstuk 5, waarin theologische gesprekken met kinderen zijn uitgewerkt.

De onderliggende bedoeling van deze column zal ook duidelijk zijn: onderwijsgevenden uitdagen om met een gedicht als VISITE UIT DE HEMEL aan het werk te gaan.

Een impressie daarvan zullen we graag ontvangen.

 

 

  • Henk Kuindersma is als godsdienstpedagoog verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), locatie Kampen.

 

 >>> Naar het archief