homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

HENK KUINDERSMA / NOVEMBER 2009

...

Theologiseren met kleuters

Theologiseren met kleuters kan dat? Dat is een interessante vraag. De ervaring leert dat kleuters bij bijbelverhalen heel verrassende opmerkingen kunnen maken. En soms stellen ze de meest onverwachte vragen over God. Maar is dat niet heel incidenteel en sterk afhankelijk van het toevallige moment? Kun je met regelmaat theologische gesprekken met kleuters voeren? Of is dat nog te veel gevraagd?

In verhalen uit de onderwijspraktijk komen we in ieder geval steeds meer inspirerende kindertheologische praktijken op het spoor, die uitdagen om ook met kleuters ‘te theologiseren’. Neem juf Angela bijvoorbeeld. Zij werkt op een Duitse kleuterschool. Daar wordt de godsdienstige vorming vanuit de kerk verzorgd. Dat is gebruikelijk bij onze oosterburen. We maken kennis met Angela. Ze studeerde fysiotherapie, maar in de voormalige DDR werd ze circusclown. Daar heeft ze geweldig van genoten. Bij haar optreden kreeg ze vaak met kinderen te maken. Hun spontane uitingen boeiden haar. Ze koos er uiteindelijk voor om theologie te gaan studeren met de aandacht voor kinderen als specialisatie. Nu is ze lerares godsdienst en tevens predikante. En desgevraagd treedt zij nog steeds op als clown op in kerkdiensten. En dat bevalt haar prima.

Angela heeft in haar omgang met kleuters een eigen benadering ontwikkeld. Hieronder een impressie.

 

De aanpak

Angela: “Theologiseren met kleuters moet je heel gevarieerd aanpakken. Je moet zeker niet alleen verbaal te werk gaan. En je moet evenmin vervallen in een spel van vraag – antwoord, vraag – antwoord…. Redeneren hoort ook bij kleuters. Maar je moet het gesprek wel afstemmen op hun eigen denkwereld. Bij kleuters moet je heel bewust een proces van verbeelding oproepen. Dat doe ik zelf met allerlei beeldmaterialen en voorwerpen. Ik zet dus telkens heel concreet in. Daarnaast werk ik met de voorstellingen van de kinderen zelf. Ik laat kleuters naar aanleiding van een verhaal, een gedicht, een lied of een film, hun eigen voorstellingen tekenen, knippen of scheuren en opplakken. Ik sta vaak werkelijk perplex wat ze vertellen bij hun zelfgemaakte voorstellingen, waaraan ik soms in eerste instantie geen enkele betekenis kan geven.

Ook bedenk ik samen met de kinderen schilderijen waarop ze allemaal iets mogen afbeelden. En op een werktafel mogen zij geregeld verhalen uitbeelden met zelfgemaakte poppetjes, dieren, huizen, en wat niet al. De kinderen krijgen al met al volop de ruimte om datgene wat ze zelf ervaren en denken tot expressie te brengen.

Met wat oudere kinderen bedenken we eveneens toneelstukjes. Ik sta er vaak versteld van wat ze vanuit een verhaal inbrengen en welke betekenis ze daaraan geven.”

 

Een inspirerende leeromgeving

“In een les moet je naar mijn opvatting echt toewerken naar ‘theologiseren met kleuters’. Wie een verhaal vertelt en vervolgens daarover met de kinderen in gesprek wil gaan, komt vaak tot niets. Je moet je les in fasen opbouwen, een gespreksfeer creëren en reële impulsen geven. Kortom je moet een inspirerende leeromgeving scheppen. Vanuit mijn studie en praktijkervaring doe ik dat met de volgende stappen:

 

 

1. Aankomst

“Iedere godsdienstles begin ik met een lied, een kort pakkend verhaal of een expressievorm in de kring. Ik wil daarmee een eigen sfeer, passend bij de godsdienstles oproepen. Tevens ben ik er telkens op uit om ieder kind persoonlijk en samen met anderen in het proces te betrekken en aan te spreken.

In ‘de aankomst’ is, wat ik ‘de bloem-steen-schelp-ronde’ noem, een vast ritueel. De kinderen mogen een fluwelen bloem, een steen of een schelp uit een mandje pakken en vertellen wat ze daarbij denken. Een steen staat voor iets treurigs, een bloem voor iets fijns en een schelp voor een wens. Hierbij een voorbeeld uit de praktijk.

 

Tessa: Ik leg een steen in het midden omdat mijn oma niet meer in haar huisje kan wonen.

Lars: Ik leg een bloem in het midden, omdat ik blij ben. Mijn pappa was heel ver weg en vandaag komt hij weer thuis.

Lucas: Ik leg een schelp in het midden, omdat ik wens dat mijn zieke broertje gauw weer beter wordt.

 

De kinderen krijgen in het kringgesprek alle ruimte om te zeggen wat hen bezig houdt. En wat bij hen klein en groot verdriet oplevert, of het andere uiterste: vreugde en blijdschap.

Die emoties komen ze van elkaar aan de weet. Ze horen ook waar hun klasgenoten naar verlangen. Zo doen zich allerlei mogelijkheden voor om zich in te leven in de emoties van anderen. En ondertussen leer ik als onderwijsgevende de kinderen steeds beter kennen.”

 

2. Impuls

“De impuls tot een theologisch gesprek kan van alles zijn: verhalen (bijbelverhalen), een levensmoment (een geboorte), een ervaring (herfstkleuren), een dilemma (wat kies je?).

Zo vertelde ik eens de gelijkenis van ‘De Parel van grote waarde’ om met de kinderen een aansluitend ‘theologisch gesprek’ te voeren. Het verhaal omvat maar enkel bijbelverzen (Mattheüs 13: 45 en 46):

 

Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen.

 

Ik had zelf best wel moeite met deze gelijkenis. Alles doen om dat ene…Tja, hoe moeten de kinderen dat interpreteren? De beeldtaal in de gelijkenis is echter heel goed aanschouwelijk te maken. Het symbool parel spreekt de kleuters zondermeer aan. Maar of de ze ook tot eigen betekenissen kunnen komen? Dat is best wel spannend.

 

Midden in de kring zet ik een kaars neer op een kleine verhoging. Eén van de kleuters mag die aansteken. Ze weten: nu komt er een verhaal.

 

Er staan allemaal mensen om Jezus heen en Jezus vertelt mensen verhalen. Bijzondere verhalen zoals deze. Er was eens een koopman die heel veel van parels hield. Steeds was hij op zoek naar de allermooiste. Op een dag hoort hij van een prachtige, hele kostbare parel. (ik laat een glanzende vergulde ‘parel’ zien). Als hij die parel ziet dan wil hij niets liever dan die hebben. (Ik laat de vergulde ‘parel’ in de kring rondgaan). Maar om die parel te kopen moet hij alle parels, die hij bezit, verkopen. En dat doet hij. De koopman verkoopt zijn hele verzameling. En hij geeft al zijn geld uit aan die ene kostbare, allermooiste parel.

 

3. Reflecteren en duiden

De gelijkenis van de parel wordt aanleiding voor een ‘het theologisch gesprek’ met kleuters van vier en vijf jaar. Hierbij een gespreksfragment.

 

Ik: Wat vinden jullie van dit verhaal?

Eric: Ik vind het heel goed van de koopman.

Ik: Waarom?

Lena: Hij is nu heel gelukkig, dat hij die ene parel heeft.

Sandra: Maar nu heeft hij die andere parels niet meer. En hij heeft geen geld. Hij moet weer opnieuw geld verdienen.

Eric: Maar hij heeft wel een heel mooie parel.

Fabian: Hij wilde die parel beslist hebben.

 

 column november.jpg

 

Ik: Waarom vertelde Jezus dit verhaal eigenlijk?

(De kinderen zwijgen. Ze kijken wat verlegen naar elkaar en naar mij).

Ik: Heeft het verhaal met God te maken?

Jantine: Het lijkt allemaal op God.

Ik: Waarom moet je bij de parel God denken?

Jantine: Omdat de mooie parel van God komt. Het mooie komt van God.

Eric: Dat mooie van God wil de koopman hebben.

 

4. Verwerking

Als verwerking maakten de kinderen met mij in de volgende les een schilderij over ‘het mooie van God’. En daar kwam van alles en nog wat op te staan. De zon kreeg een centrale plaats. “De zon geeft warmte. En maakt blij.” Het woord ‘koninkrijk van God’ werd in de kleutergroep niet genoemd. Dat was wel het geval in een groep met oudere leerlingen, waarin ik dezelfde les gaf.

 

5. Afsluiting

Met de kleuters werden bij wijze van afsluiting liederen gezocht en gezongen, die naar hun gedachte iets vertellen van ‘het mooie van God’.

 

Na afloop

Juf Angela na afloop: “Ik heb de kinderen achteraf gevraagd wat ze van deze lessen vonden. De parel sprak hen sterk aan. Het ging om een voor hen herkenbaar en krachtig symbool. Dat de koopman er alles voor over had om het allermooiste te bezitten, begrepen de kinderen heel goed. Maar naar hun idee was het allermooiste er eigenlijk al. Ze hadden het zelf met elkaar geschilderd…” Dat de parel als zodanig voor het koninkrijk van God staat, is er bij de kleuters niet expliciet uitgekomen. Die betekenis was voor hen nog een brug te ver. Maar zaten ze er niet heel dichtbij?

 Dr. Henk Kuindersma.jpg

 

 

  • Henk Kuindersma is als godsdienstpedagoog verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), locatie Kampen.

 

 

 

 

 

* Deze column is geïnspireerd op een artikel van Angela Kunze-Beiküfner: Kindertheologie im Kontext des Kindergartens – Grundlagen und Praxis-Beispiele. In: Anton A. Bucher, Gerhard Büttner, Petra Freudenberger-Lötz und Martin Schreiner, Mit Kindergartenkindern theologische Gespräche führen. Beiträge der Kindertheologie zur Elementarpädagogiek. Stuttgart 2008, 47-62.

 

 

>>> Naar het archief