Begripsverheldering
Via de site Verwonderen & Ontdekken kwam de vraag binnen naar het verschil tussen ‘pedagogisch klimaat’ en ‘pedagogische kwaliteit’. De vraag komt voort uit de veronderstelling dat deze termen inhoudelijk van betekenis verschillen, terwijl ze in de opleidingpraktijk regelmatig als synoniemen worden gebruikt. Omdat de vragensteller meer grip wel krijgen op beide termen, plaatsen we in deze column enkele kanttekeningen ter verheldering.
‘Pedagogisch klimaat’
Allereerst een kanttekening over ‘het pedagogisch klimaat’. In het veel gebruikte handboek ‘Meer dan onderwijs, Theorie en praktijk van het onderwijs in de basisschool’ (Alkema, e.a. 2006), wordt aan deze term de volgende betekenis toegekend.
“Je zou kunnen zeggen dat het pedagogisch klimaat het totaal aan bewust gecreëerde en aanwezige omgevingsfactoren is die inspelen op het welbevinden van het kind waardoor het zich in meer of mindere mate kan ontwikkelen”.
Aansluitend wordt opgemerkt: ‘Wanneer er een goed pedagogisch klimaat is, zal er ook eerder een positief leerklimaat ontstaan.”
Wat in de omschrijving vooral opvalt, is de enorme spanwijdte van de term ‘pedagogisch klimaat’. Onder deze noemer laat zich een welhaast onbeperkte reeks van uiteenlopende factoren opsommen. Dat is natuurlijk verdraaid lastig, te meer omdat de ene omgevingsfactor de andere niet is. Omgevingsfactoren hebben elk een geheel eigensoortelijk gewicht. Dat besef komt ook al enigszins naar voren in de tweedeling die en passant in de bovenstaande definitie wordt gegeven. Enerzijds wordt gesproken over bewust gecreëerde factoren die van invloed zijn op het welbevinden van het kind. Anderzijds is er tegelijkertijd sprake van situatiegebonden gegevens die het welbevinden van het kind beïnvloeden. Binnen deze tweedeling laten zich overigens veel meer categorieën onderscheiden, die in principe elk op zich weer kunnen corresponderen met bepaalde pedagogische handelswijzen. Maar zonder systematische uitwerking in nader te onderscheiden categorieën blijft de term ’pedagogisch klimaat’ voor beginnende leraren een grabbelton met een verwarrende hoeveelheid aandachtspunten.
Interpretaties
De kritische opmerking neemt niet weg dat de term ‘pedagogisch klimaat’ in de wereld van het basisonderwijs nogal frequent wordt gebruikt. Wanneer we via Google een eerste indruk willen krijgen van gangbare interpretaties, komen we in alle voorlopigheid tot de volgende waarneming.
- Gelet op de frequentie mag de term ‘het pedagogisch klimaat’ zich in het basisonderwijs over een zekere belangstelling verheugen.
- De term fungeert veelal als container voor een brede reeks van onderwijsvoorwaarden.
- De term wordt vooral in verband gebracht met de aandacht voor het veilige klimaat en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
- De zorg voor ‘het pedagogisch klimaat’ wordt vooral geformuleerd in termen van de verbetering van het welbevinden bij de leerlingen.
- Het welbevinden van leerlingen wordt alom opgevat als voorwaarde voor het welslagen van onderwijsleerprocessen.
- Wat men onder het pedagogische aspect van het pedagogisch klimaat zou kunnen verstaan, blijft in de regel een diffuse aangelegenheid.
- Het besef dat de kwaliteit van het leef- en leerklimaat in het schoollokaal in hoge mate afhankelijk is van de pedagogische en didactische competenties van de onderwijsgevende, is een betrekkelijk weinig voorkomend gegeven.
De bovenstaande opmerkingen brengen ons op de vraag of de term ‘het pedagogisch klimaat’ zich in voldoende mate leent voor de ontdekking van de eigen pedagogische verantwoordelijkheid door (beginnende) onderwijsgevenden.
‘Pedagogische kwaliteit’
Onder deze noemer noteren we enkele aandachtspunten. Om het fenomeen pedagogische kwaliteit scherper in het vizier te krijgen, kunnen we om te beginnen teruggrijpen naar ‘de pedagogische competentie’, zoals die door de Stichting Beroepskwaliteit Leraren werd geformuleerd (2004).
“Een leraar die pedagogisch competent is, biedt de leerlingen in een veilige leeromgeving houvast en structuur bij de keuzes die zij moeten maken en hij bevordert dat zij zich verder kunnen ontwikkelen. Zo’n leraar zorgt er voor dat de kinderen weten dat ze er bij horen en welkom zijn; weten dat ze gewaardeerd worden; op een respectvolle manier met elkaar omgaan; uitgedaagd worden om verantwoordelijkheid te nemen voor elkaar; en initiatieven kunnen nemen en zelfstandig kunnen werken.” (SBL 2004)
De waarde van deze omschrijving is dat de focus nadrukkelijk wordt gericht op de pedagogische taak van de onderwijsgevende. Deze focus spoort met de notie van de opvoedingsverantwoordelijkheid, die de ouders als primaire opvoeders samen met de onderwijsgevenden delen. Bij de begeleiding van de leerlingen kunnen onderwijsgevenden als secundaire opvoeders een niet te onderschatten persoonsvormende rol spelen. Wanneer zij oog hebben voor de individuele beperkingen en mogelijkheden en de navenante groeiprocessen die de leerlingen doormaken, kunnen zij hen helpen bij hun identiteitsontwikkeling en menswording.
Om heel concreet aan te geven wat met het een en ander wordt bedoeld, verwijzen we naar het tweede hoofdstuk van Verwonderen & Ontdekken. Daar wordt een even verrassend als helder voorbeeld van pedagogische kwaliteit gegeven aan de hand van een verhaal van J. Vriens over meester Jaap (V&O blz. 47 / 48). Dankzij het pedagogische optreden van de meester ontstaat een veilig leef- en leerklimaat. Dat resultaat is onmiskenbaar te danken aan zijn empathisch vermogen. Door zijn tussenkomst redt meester Jaap zijn leerling Johan, die het slachtoffer van zijn groepsgenoten dreigt te worden. Johan krijgt tegen de verwachting in zelfs een nieuwe status. Hij wordt van ‘een niemand’ opeens iemand die er wel degelijk mag zijn. Wanneer we het verhaal nader analyseren, komen we tot de ontdekking dat er achter het optreden van de meester morele waarden zitten, zoals ‘justice’ (Kohlberg) en ‘care’ (Noddings). De meester is zowaar in eigen persoon niets meer en niets minder dan de personificatie van de ethiek en de moraal in het schoollokaal. In feite is hij voor alle leerlingen een ‘significant other’ van wie zij kunnen leren wat ‘goed’ en ‘juist’ is. Over ‘menswording’ gesproken…

-
Johan Valstar was als senior lerarenopleider godsdienst & levensbeschouwing werkzaam aan de Pabo Windesheim. Hij verricht thans promotieonderzoek mbt. de innovatie van het godsdienstonderwijs aan de lerarenopleidingen basisonderwijs.
>>> Naar het archief
|