|
De Jezus van Raerd
Vondst
Onlangs werd bij de restauratie van de Laurentiuskerk in het Friese plaatsje Raerd een klein bronzen ornament gevonden. Mogelijkerwijze gaat het om een sierknop van een gesp of mantelspeld. Daarop is een afbeelding van Jezus te zien. Het bericht van de vondst haalde de landelijke dagbladen. Het Friesch Dagblad citeerde de mening van een deskundige. Die sloot een vroege datering in de achtste eeuw niet uit. Hij wees op “het primitieve karakter van de afbeelding van het hoofd van Christus met op de achtergrond een kruis.” Volgens het Friesch Dagblad was het zelfs niet uitgesloten dat het stukje metaal nog van vóór het jaar 800 dateert en gedragen is door een van de eerste bekeerlingen in Friesland. “Het roept beelden op van een houten kerkje, met Friese christenen die Willibrord of Bonifatius nog hebben gezien, of die door de missionarissen zijn gedoopt. Louter speculatie, maar zolang de archeologen nog geen definitief oordeel hebben geveld, mag de verbeelding haar werk nog even doen.” Tot zover het enthousiaste verhaal van de verslaggever.
Kruisnimbus
Ter aanvulling twee opmerkingen. In de eerste plaats: de voorstelling van Jezus op het ornament is voorzien van een zo geheten kruisnimbus. Dat wil zeggen dat Jezus in zijn hoedanigheid van Verlosser (Salvator) staat afgebeeld. In de tweede plaats: op grond van de kruisnimbus kan de Jezus van Raerd in principe worden verbonden met de episode van de Angelsaksische missionarissen Willibrord (658 - 739) en Bonifatius (672 - 754). Maar net zo goed met die van de Friese missionaris Liudger (742 – 809). Zij stichtten alle drie kerken die aan de Salvator werden gewijd. In dit verband: van Liudger is een draagaltaar bewaard gebleven. Daarin bewaarde hij onder andere relikwieën van het kruis van de Salvator. Op het de oorspronkelijke deksel van het draagaltaar staat de Salvator heel prominent afgebeeld. Zijn nimbus is voorzien van drie letters, die samen het Latijnse woord REX (Koning) vormen. De voorstelling op het draagaltaar vertoont een onmiskenbare gelijkenis met de Salvator van Raerd.
Thorspiic
De unieke vondst in de kerk van Raerd blijft mij fascineren. Misschien komt dat wel omdat ik ruim dertig jaar geleden van zeer nabij de opgraving heb gevolgd van de oude Liudgeruskerk in Doornspijk. Destijds heb ik mij verbaasd dat er na zo´n twaalfhonderd jaar van de begravingen alleen nog maar verkleuringen in het zand waren overgebleven. Misschien is dat ook in Raerd het geval. Met Thorspiic onderhield Liudger een relatie. Men veronderstelt dat Liudger op zijn reizen tussen Utrecht en Dokkum de plaats Thorspiic heeft bezocht en daar volgens de Iro-Schotse gewoonte een houten zaalkerkje heeft laten bouwen. Daarvan zijn althans bij de opgraving zeven paalgaten teruggevonden. Zij vormen met elkaar een rechthoek van 8.5 bij 6 meter. Gelet op de grootte van het zaalkerkje moet de eerste geloofsgemeenschap genoeg leden hebben geteld om een priester te onderhouden. Uit een afschrift van het Cartularium Werthinense blijkt dat Liudger van een naamgenoot, te weten: Liudger, de zoon van wijlen Redger, op 6 juni 796 voor eeuwig de beschikking kreeg over een deel van diens erfgoed bij Thorspiic. Deze Liudger moet grootgrondbezitter zijn geweest. In 805 en 806 deed hij nog meer schenkingen. Van de schenking in 796 is door de priester Thiatbaldus een acte opgemaakt ‘ad os amnis’, oftewel: ’ bij de monding van de beek’. Omdat hier niet het woord fluvius (rivier) wordt gebruikt, kan met deze locatie alleen de vroegere monding van de beek bij Elburg zijn bedoeld.
Wichmond
Uit het jaar 797 is een gelijksoortige overeenkomst bewaard gebleven. Daarin schenkt de grootgrondbezitter Oodhelm enkele boerderijen aan de relieken van de door Liudger gestichte St. Salvatorkerk te Wichmond, onder Zutphen. Om een beeld te krijgen van Oodhelm’s motieven, citeren we een passage uit de betreffende oorkonde.
"Ik, Oodhelm, een zoon van wijlen Oodwerc, wens, dat bekend wordt aan allen, die op dit ogenblik leven, alsook aan de mensen, die in de toekomst zullen leven, dat ik voor mijn zieleheil, en opdat het mij in de Eeuwigheid vergolden mag worden, een derde deel van mijn erfgoederen geschonken heb aan de relieken van de Allerheiligste Verlosser en andere heiligen, die de monnik Liudger in Wichmond geplaatst heeft, en ik wil dat deze overdracht voor eeuwig geldt, en dat er verder nooit verandering in deze overdracht gebracht zal worden, met dien verstande echter, dat zolang ik leef, het aan mij moge behoren, onder juist beheer, om het te vermeerderen en niet om het te verminderen; maar dat het na mijn dood in rechte geheel en al moge toekomen aan bovengenoemde relieken en dienaren Gods, die naar bevinden voor deze relieken op wettige wijze zorg dragen.”
Bron: M. Paskamp-van Santen (pdf)
Salvator
De schenkingsoorkonde van Oodhelm uit Wichmond verschilt met die van Thorspiic. Wie de gehele oorkonde doorneemt, ziet dat hij zo waar tot zeven maal toe verwijst naar de door Liudger verzamelde kruisrelieken van de Allerheiligste Verlosser (Salvator) en de relieken van andere heiligen. Klaarblijkelijk maakten die op hem buitengewoon veel indruk. Men veronderstelt dat de reliekenrond de jaren 784/787 door de Paus aan Liudger zijn geschonken, met het oog op diens plan om met zijn familie een klooster te stichten. Aanvankelijk speelde Liudger met de gedachte om het beoogde klooster in Wichmond te bouwen. Daar verrees weliswaar een Salvatorkerk, maar als locatie voor het familieklooster koos Liudger uiteindelijk de plaats Werden (gelegen in het Duitse Ruhrgebied). In 799 werden de fundamenten gelegd. In 801 liet Liudger de relieken van Wichmond naar Werden overbrengen en in 804 werd de abdij van Werden ingewijd en opgedragen aan de Allerheiligste Salvator. Een jaar later werd Liudger tot bisschop van Münster benoemd. In 809 overleed hij op de leeftijd van 67 jaar. Zijn stoffelijk overschot werd na enige omzwervingen bijgezet in de abdij van Werden. In de Schatzkammer St. Ludgerus van Werden staat nog steeds het eerder vermelde draagaltaar waarin Liudger de voor Oodhelm zo belangrijke relieken bewaarde. Kortom: naast de episode van het optreden van Willibrord en Bonifatius zou ook het tijdvak van Liudger aan de vondst in Raerd gelieerd kunnen worden. Daar staat tegenover dat Sierksma (1984) de kerk van Raerd niet vermeldt in zijn iconotopografische lijst van 32 kerken in de Lage landen die met de naam van de Friese bisschop verbonden zijn. Daar moeten we het voorlopig maar even mee doen. Of meeromvattend vervolgvervolgonderzoek zal uitwijzen of een datering van ‘de Jezus van Raerd’ mogelijk is, zal de toekomst leren.
Relevantie
Na de bovenstaande verkenning, rest nog de vraag naar de godsdienstpedagogische relevantie van de vondst van ‘de Jezus van Raerd’. Het antwoord op die vraag hangt om te beginnen af van wat men onder godsdienstpedagogiek verstaat en welke dienovereenkomstige inhouden op welke wijzen in de onderwijssetting aan de orde zouden moeten komen. Deze kanttekening lijkt mij niet overbodig, gelet op het gegeven dat Kerkgeschiedenis in veel basisscholen en lerarenopleidingen basisonderwijs uit het onderwijsprogramma is verdwenen. Omdat deze problematiek te complex is voor een column, laat ik het hier bij een signalering.
Voor de leerlingen van groep 7 en 8 van de Friese basisschool It Raerderhiem, die tijdens een excursie ‘hun kerk’ met grote nieuwsgierigheid hebben bekeken, kan de vondst van het unieke ornament met de Salvator ongetwijfeld betekenis krijgen. Voorwaarde is wel dat de vondst in een bredere cultuur- en kerkhistorische setting wordt geplaatst. Het liefst in het kader van een bescheiden onderwijsproject met narratieve kwaliteit. Maar ja, zoiets vraagt natuurlijk wel het een en ander van de leerkrachten. Vooral wanneer zij tijdens hun opleiding aan de Pabo weinig, of zelfs helemaal geen kerkhistorische bagage hebben meegekregen. Willibrord mag dan deel uit maken van de canon van de Nederlandse geschiedenis, maar zonder een contextueel-inhoudelijke en didactische handreiking, zal de doorsnee leerkracht van een basisschool daar maar weinig mee kunnen. De wereld van Willibrord, Bonifatius en Liudger is in de regel nu eenmaal gewoon een ’black box’.
Om de kwestie van de relevantie wat concreter te stellen, nog enkele kanttekeningen bij Liudger. In zijn door Arnold Angenendt (2005) beschreven levensloop zien we hoe hij zich van een adellijke analfabeet uit de stamcultuur der Friezen ontwikkelde tot een geletterde persoonlijkheid met een eigen verantwoordelijkheid jegens de enige God. Achter datgene wat ik hier in een enkele volzin noteer, zit een complete religieuze revolutie, die met zijn grootvader Wursing is begonnen. De religie van de Friezen, Angelen en Saksen was antropomorf, polytheïstisch en gericht op een graf- en offercultus. Voor hen was de Christelijke God, die ook nog als een vader werd beschouwd, een vreemd gegeven. Dat die ene God niet om het cultische offer van mensen of dieren vraagt, maar om een zuiver en rechtvaardig hart, moet voor grootvader Wursing en vervolgens voor zijn hele familie een inter-generatieve ontdekking met ingrijpende consequenties zijn geweest. Het besef van de gelijkheid van alle mensen voor God, bleef voor hen niet zonder gevolgen. Gaandeweg realiseerden zij zich dat ze op een geheel andere, en meer medemenselijke wijze dienden aan te kijken tegen vrouwen, slaven en alle anderen die buiten het stamgenootschap vielen. Liudger heeft zich bij Gregorius, zijn Saksische leermeester in Utrecht, verder kunnen verdiepen in de godsdienstige bronnen en in nieuwe zienswijzen en zijnswijzen. Vervolgens nam hij het initiatief om de Noordzee over te steken om zich te laten scholen door de Angelsaksische bijbelgeleerde Alcuines van York (735 – 804), de meest vooraanstaande vertegenwoordiger van de Karolingische renaissance. Bij zijn terugkeer verkondigde Liudger het evangelie van de Salvator aan zijn Friese volksgenoten in de Lage Landen en aan de naburige Saksen.
Het is waar: onze moderne wereld is niet te vergelijken met de totaal andere werkelijkheid van figuren als Willibrord, Bonifatius, en Liudger. Dat geldt uiteraard ook voor een aantal interpretaties van de christelijke traditie. Tijden en culturen veranderen, maar de impact van de Salvator op het menselijke bestaan blijft nog even actueel.
Literatuur
K. Sierksma (red.) Liudger, 742-809 Tussen de confrontatie heidendom en christendom in de Lage Landen. Muiderberg 1984.
Arnold Angenendt, Liudger. Missionar, Abt, Bischof im frühen Mittelalter. Münster 2005.
PowerPoint
Op deze site vind je in de rubriek PowerPoints een presentatie naar aanleiding van de vondst van de 'De Jezus van Raerd'. Deze PPSX- presentatie heeft een omvang van 26.1 MB en is gemaakt op Windows 7.

- Johan Valstar werkte als senior lerarenopleider godsdienst & levensbeschouwing aan de Pabo Windesheim. Hij verricht thans promotieonderzoek met betrekking tot de innovatie van het godsdienstonderwijs aan de lerarenopleidingen basisonderwijs.
>>> Naar het archief
|