homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

Vensters op de geschiedenis

...

Over religie

In het rapport van de commissie van Oostrom komt religie voor onder de noemer van ‘Mens en samenleving’. We nemen hier de betreffende passage over. Daarin worden tevens de gekozen items vermeld.

 

‘Volgens kerndoel 38 dienen leerlingen “hoofdzaken over geestelijke stromingen Wat geloofden onze voorouders....jpgdie in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen” bijgebracht te worden. Religie, en logischerwijze in het bijzonder de christelijke religie, vormt een belangrijke thematische lijn in het verhaal van Nederland en dus ook in de Nederlandse canon. Aan de hand van de vensters Willibrord, Beeldenstorm, Statenbijbel en Veelkleurig Nederland kan de invloed van het geloof op de cultuur in de brede zin van het woord, en de zich ontwikkelende traditie van godsdienstvrijheid aan de orde gesteld worden. Via andere vensters, zoals Erasmus en Spinoza, kan deze thematische lijn nader worden geaccentueerd.’

 

Zienswijzen

Aan de sociaal-culturele betekenis en de invloed van de christelijke religie na de verschijning de Statenbijbel (1618) wordt in het rapport van de commissie Van Oostrom nauwelijks enige aandacht besteed. Ook het typisch Nederlandse fenomeen van de verzuiling komt niet ter sprake. Professor Frits van Oostrom legde in een interview uit waarom de verzuiling niet in de canon is opgenomen. ‘Wij hebben gezocht naar het bindende, datgene wat de verzuiling overstijgt. Daar mag je de conclusie uit trekken dat wij het niet goed vinden als Nederland naar allerlei aspecten van verzuiling zou terugkeren.’ Juist op dit punt maakte de oud VU-hoogleraar A. Th. van Deursen de kritische opmerking dat het hier niet gaat om een beter verstaan van het verleden.

Van Deursen: ‘Dan zou je immers die verzuiling beslist niet mogen schrappen. Maar de commissie laat een ander belang vooraf gaan. Ze wil voorkomen dat de verzuiling terugkeert. Daarom moet die zoveel mogelijk weggedrukt worden, om kinderen te beschermen tegen verkeerde invloeden. Erg behaaglijk voel ik mij daarbij niet. Met dit soort pedagogiek op inspiratie van de overheid wordt in feite een politiek doel nagestreefd.’ Van Deursen ging ook in op het verband tussen de Nederlandse geschiedenis in het algemeen en die van de kerk in het bijzonder. Van Deursen: ‘Als je jezelf afvraagt wat elke Nederlander dient te weten van de kerkgeschiedenis, dan moet je allereerst duidelijk maken waarom je de Nederlandse geschiedenis niet goed kunt begrijpen, als je niet iets over die kerk weet. Daarom vind ik dat elke Nederlander moet weten dat onze staat geboren is uit een opstand, waarin de gereformeerden een hoofdrol speelden. Zij hebben hun dominerende kerk niet cadeau gekregen van de Staten-Generaal. Het was de logische uitkomst van een godsdienstoorlog. Moderne Nederlanders mogen best goed onthouden dat hun land geworden is wat het is, doordat het een godsdienstoorlog heeft gewonnen.’

De schrijver Herman Vuijsje, journalist van NRC Handelsblad, zit op een soortgelijk spoor. Hij merkt in zijn voorwoord bij ‘ Beeldenstormers en bruggenbouwers’ (zie onder) het volgende op.

‘Ondanks onze reputatie van een nuchtere natie, waar alles verloopt in kalm beraad en langs lijnen van geleidelijkheid, is er geen land ter wereld dat een zo bonte en heftige religiegeschiedenis heeft gekend als het onze.’ Deze zienswijze van Herman Vuijsje is echter in het geheel niet terug te vinden in de canon van de commissie Van Oosterom.

 

Een relicanon

Als reactie op de Canon van de Nederlandse geschiedenis, stelde het Paginas .jpgOecumenische opinieblad VolZin, samen met de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis, een relicanon op. Deze canon bood in eerste instantie 25 vensters met een perspectief op de christelijke godsdienst in Nederland. Geïnspireerd door reacties, omissies en voortschrijdend inzicht, werd de eerdere relicanon in tweede instantie uitgebreid tot een totaal van 33 vensters. Zij zijn op een lezenswaardige beschreven door de kerkhistoricus Willem van der Meiden in de uitgave: ‘Beeldenstormers en bruggenbouwers, Canon van de Nederlandse religiegeschiedenis’.

De vensters zijn fraai geïllustreerd en voorzien van citaten, ontleend aan bronnen uit de Nederlandse religiegeschiedenis. Het initiatief van de auteur Van der Meiden verdient op zich genomen alle waardering. Dat neemt niet weg dat we een pedagogische aantekening maken, die overigens ook van toepassing is op de canon van de commissie van Oostrom.

 

Educatief tekort

De auteur heeft ‘Beeldenstormers en Bruggenbouwer’ vanuit zijn expertise als historicus op een interessante wijze geschreven. Omdat de aanleiding voor de canonontwikkeling van educatieve aard is, (denk aan de oorspronkelijke doelgroep van leerlingen tussen de acht en veertien jaar!), blijven onderwijsgevenden die werk willen maken van hun ‘kerkhistorische opdracht’ met een probleem zitten. Het ontbreekt hen aan een handreiking waarin allereerst duidelijk wordt gemaakt waarom de beschreven vensters relevant zouden kunnen zijn voor leerlingen van nu. Dat gemis is des te problematischer, omdat de vakinhoudelijke component in de lerarenopleidingen volgens de Onderwijsraad alleen al in de periode tussen 1980/1981 en 2004/2005 in kwantitatieve zin is afgenomen tot nog geen 40%. De prijs die sindsdien voor de focus op het competentiegerichte onderwijs wordt betaald, is dat kerkgeschiedenis als zodanig veelal volstrekt geruisloos uit het opleidingscurriculum van Pabo’s is verdwenen.

 
>>> terug

 

WILLIBRORD

Reactie van een leerling.JPG

 

In de canon van de commissie Van Oostrom komt de persoon van Willibrord (658 – 739) expliciet aan de orde. Maar op de manier waarop dat mediaal gebeurt, valt het nodige aan te merken. Neem bijvoorbeeld de canonclip. In dit filmfragment is de invalshoek: ‘De Friezen vereerden meerdere goden’. Wat die goden voor de Nederlanders van toen in feite betekenden, wordt in de toelichtingen en de canonclip voor groep 7/8 van de basisschool niet uit de doeken gedaan. In de clip wordt de actuele betekenis simpelweg gereduceerd tot de vraag ‘Hoever ga jij om anderen te overtuigen van jouw geloof?’ Op zich is dat natuurlijk een interessante kwestie, maar zonder contextuele toelichting en zonder vermelding van de spirituele motieven van Willibrord is deze actualisering wel heel erg kort door de bocht.

OVERZICHTSARTIKEL

Drs. Huub Kurstjens, toetsdeskundig verbonden aan het Cito, zette de problematiek van de historische canon op een rij. Hij gaat om te beginnen in op ‘De vergruizing van het geschiedenisonderwijs’. Vervolgens stelt hij op kritische wijze de voorliggende concepten aan de orde en de mogelijkheden om vorm en inhoud te geven aan het geschiedenisonderwijs. Verder noteert hij punten van kritiek op de voorgestelde geschiedeniscanon. Afsluitend schetst hij de stand van zaken. Zie hier zijn artikel: Nederlandse geschiedeniscanon: een discussie zonder eind?!