homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

JOHAN VALSTAR / OKTOBER 2010

...

National Framework for RE

Prof.dr. Brian Gates - Chair RE England and Wales.jpgNational Framework for RE (1)

In deze column ga ik terug naar twee momenten in het jaar 2004, te weten een werkoverleg in Duitsland en een collegevoor vierdejaarsstudenten aan de Pabo Windesheim. Wat die twee momenten met elkaar te maken hebben, zal straks duidelijk worden. Eerst gaan we naar een conferentieoord in de Duitse plaats Goslar. Daar was een gezelschap van twintig godsdienstpedagogen uit Europa bijeen gekomen voor een werkoverleg. De Engelse professor Brian Gates kondigde aan dat hij graag een bijdragewilde leveren over de vernieuwing van Religious Education in Engeland. Die mededeling maakte de aanwezigen nieuwsgierig. Al was het maar omdat RE in Engeland niet bepaald onder een gunstig gesternte stond. Jarenlang was het vakdomein een speelbal van politici en allerlei belangengroepen. Vandaar mijn verbazing toen Brian Gates fotokopieën uitdeelde van een document met de opmerkelijke titel: ‘The non-statutory National Framework for Religious Education'. Het bleek zowaar een spiksplinternieuw kaderdocument te zijn, verschenen onder de verantwoordelijkheid van the Qualifications and Curriculum Authority en de Secretary of State for Education and Skills. Het document was tot stand gekomen in nauw overleg met vertegenwoordigers van 25 verschillende geloofsrichtingen en levensbeschouwelijke organisaties.

Als voorzitter van de RE Council of England & Wales was Brian Gates direct betrokken bij de ontwikkeling van het National Framework. Zijn toelichting uit de eerste hand was dan ook zeer de moeite waard. Al bladerend door het toegankelijk geschreven Framework werd mij duidelijk dat RE met deze publicatie nu inderdaad als belangrijk vakdomein op de kaart stond. Gaandeweg begon ik me echter steeds meer af te vragen hoe dit ambitieuze document in het onderwijsveld zou landen. Over welke know how zouden leraren in Engeland wel niet moeten beschikken om adequaat en ter zake deskundig met het bijzonder brede spectrum van RE om te gaan? Brian Gates beschouwde deze vraag niet zozeer als lastig probleem, maar als een geweldige uitdaging. Hij zag hier om te beginnen een zeer belangrijke taak weggelegd voor de lerarenopleidingen. En de absolute winst was dat er nu een algemeen geaccepteerde landelijke standaard op tafel lag om de kwaliteit van RE te verbeteren.

National Framework for RE (2)

Enkele maanden later kwam ik bij de voorbereiding van de colleges over het didactische werkstuk in Pabo 4 op het idee om iets te doen met het National Framework. Dat zou kunnen tijdens het eerste college waarin steevast de basale vraag op tafel kwam wat de studenten zelf verstonden onder goed godsdienstonderwijs. Als incentief en katalysator voor het gesprek kwam een openingstekst uit het Framework in aanmerking. Door de opeenvolgende gedachten eenvoudigweg van nummers te voorzien ontstonden zes stellingen waar de studenten op konden reageren. En dat gebeurde ook. n eerste instantie vonden de meeste studenten de stellingen wel pittig, maar anderzijds toch zeker wel de moeite van het overwegen waard. Een aantal studenten voelden zich door de stellingen persoonlijk aangesproken en spraken hun waardering uit in termen als ‘geweldig goed'. Ter informatie noteer ik hieronder de betreffende stellingen.

Stellingen

  1. Het godsdienstonderwijs zet leerlingen ertoe aan om uitdagende vragen te stellen over de uiteindelijke zin en het doel van het leven en over (geloofs)opvattingen ten aanzien van God, het eigen zelfbeeld en de werkelijkheid zoals die zich aan leerlingen voordoet en over wat goed en niet goed is en wat het betekent om mens te zijn.
  2. Het godsdienstonderwijs bevordert de kennis en het begrip van leerlingen ten aanzien van het christendom, andere belangrijke godsdiensten en tradities en andere levensbeschouwingen die antwoorden geven op bestaansvragen.
  3. Het godsdienstonderwijs biedt leerlingen de gelegenheid voor persoonlijke reflectie en spirituele ontwikkeling. Het versterkt bij leerlingen de bewustwording van en het begrip voor godsdiensten, overtuigingen en bijbehorende praktijken en expressievormen. Het bevordert tevens het besef van de doorwerking van godsdienst op personen, gezinnen, gemeenschappen en culturen.
  4. Het godsdienstonderwijs stimuleert leerlingen om te leren van de verschillende godsdiensten, overtuigingen, waarden en tradities en nodigt hen tegelijkertijd uit om eigen overtuigingen en vragen naar zingeving te verkennen. Het daagt leerlingen uit om diep na te denken en met elkaar te praten over vragen die te maken hebben met waarheid, geloofsopvattingen en ethiek.
  5. Het godsdienstonderwijs zet leerlingen aan tot het ontwikkelen van hun gevoel van identiteit en het besef dat zij tot een leefgemeenschap behoren. Het stelt hen in staat om als persoon binnen hun gemeenschappen te groeien en als burgers deel te nemen aan een pluralistische en mondiale samenleving.
  6. Het godsdienstonderwijs speelt een belangrijke rol bij de voorbereiding van leerlingen op hun volwassenheid, hun latere werkkring en het levenslang leren. Het stelt de leerlingen in staat om respect en gevoel voor anderen te ontwikkelen, in het bijzonder ten aanzien van degenen die een ander geloof en overtuigingen hebben. Het bevordert tevens het onderscheidingsvermogen van leerlingen en stelt hen in staat om vooroordelen te bestrijden.

Goed godsdienstonderwijs...

Toen ik de Pabo 4 studenten, afgaande op hun uitgesproken positieve reacties, voorstelde om de zes stellingen gelijk maar om te zetten tot criteria voor de uitwerking en de beoordeling van de nog te maken werkstukken (....), kwam de wind opeens uit een heel andere hoek: "Maar meneer, zoiets kunt u toch niet van ons vragen!?" en: "Behoren die zes stellingen echt bij het Godsdienstdiploma van de Pabo? Of komen ze soms ergens anders vandaan?" Enkele studenten hielden daarentegen vast aan hun eerdere standpunt dat de zes stellingen geweldig goed waren.
Het valt buiten het bestek van deze column om alle reacties te vermelden, maar het zal duidelijk zijn dat de studenten zich opeens allemaal uitgedaagd voelden om op hun eigen wijze criteria onder woorden te brengen voor goed godsdienstonderwijs, zoals zij dat op voorhand in hun didactische werkstuk zouden willen realiseren. Voor een eerste aanloop in die richting kregen de studenten dan ook in het plenaire vervolggesprek de nodige ruimte.

Reacties

Zoals te verwachten valt op een Pabo waar het leeuwendeel van de studenten Studenten.jpgstage loopt op protestants christelijke basisscholen, beschouwden de meeste studenten de betekenisgeving van Bijbelverhalen als het belangrijkste en het meest realistische criterium voor goed godsdienstonderwijs. Veel studenten vonden de inbreng van aspecten uit ‘andere godsdiensten' en het perspectief van ‘burgerschap' niet onbelangrijk, maar zij zagen wel problemen. Alleen al vanwege de beperkte tijd die normaliter in basisscholen voor het godsdienstonderwijs beschikbaar is. Een van de studenten merkte heel kritisch op: "Je moet nu eenmaal keuzes maken. Ook al zou je het misschien willen, je kunt gewoon niet alles behandelen onder de hoed van het godsdienstonderwijs. Bovendien krijg ik nu intussen een beetje het idee dat godsdienstonderwijs als het belangrijkste vormingsgebied wordt gezien. Ik zou zeggen: schoenmaker probeer je bij je eigen leest te houden!" Een andere student knikte instemmend en riept: " Ja hallo, daar ben ik het helemaal mee eens. Het is al meer dan genoeg wanneer de leerlingen iets godsdienstigs, of voor mijn part iets spiritueels oppikken en daarover nadenken." Na die opmerking blijft het even stil. Weer een andere student: "Dat klinkt heel mooi! Mag ik jouw werkstuk lezen als je daarmee klaar bent?" Er valt weer even een stilte. Het lijkt of iedereen zich afvraagt hoe de laatste reactie is bedoeld. Ik kijk op mijn horloge en zie dat er nog tien minuten resteren.

Heilige Boeken

Bij wijze van afsluiting van het college besluit ik alsnog te verhelderen waar de zes stellingen vandaan komen. De vermelding van de bron en de oorspronkelijke context van Religious Education blijkt als een verassende eyeopener over te komen. Het levert wel meteen de vraag op of er bij RE in de Engelse public schools nog wel aandacht wordt besteed aan Bijbelverhalen. Die vraag brengt mij op een verwijzing naar de Britse godsdienstpedagoog Ronald Goldman. Uitgaande van de inzichten van Piaget onderzocht hij in de jaren zestig van de vorige eeuw hoe leerlingen in Engelse basisscholen Bijbelverhalen uitlegden. Voortbouwend op de denktheorieën van Piaget trok Goldman de discutabele conclusie dat Bijbelverhalen voor leerlingen in de basisschoolleeftijd nog niet te begrijpen zijn. Dat kwam hem op zware kritiek te staan. Desondanks bleven zijn uitspraken resoneren. Zij speelden mee bij nieuwe ontwikkelingen in het domein van Religious Education. Daarbij kunnen we enerzijds denken aan meer impliciete godsdienstpedagogische praktijken onder de algemene noemer van ‘spiritualiteit'. Anderzijds kwam de fenomenologische benadering van het multicultureel / intercultureel godsdienstonderwijs in zwang, met een latere verbreding naar het terrein van burgerschap.
De keerzijde van deze heroriëntaties laat zich raden. In Engeland bestaat voor de kennismaking met de binnenkant van de godsdienstige culturen, - die niet in de laatste plaats kan worden ontdekt in Heilige Boeken, betrekkelijk weinig aandacht. Deze uitspraak is overigens niet van toepassing op de zogenoemde Faith Schools van verschillende godsdienstige signaturen die met elkaar ongeveer een derde deel vormen van het totale aantal van de door de Engelse overheid gesubsidieerde scholen.

 

Tot zover deze flashbacks naar aanleiding van twee bijzondere momenten uit het jaar 2004.

 

Literatuur:

  • Michael Grimmitt (Ed.) (2000) Pedagogies of religious education. Great Wakering.
  • Qualifications and Curriculum Authority (2004) The non-statutory national framework for religious education. QCA & DfES. London.

Hyperlinks:

 Drs JG Valstar.jpg

  • Johan Valstar werkte als senior lerarenopleider godsdienst & levensbeschouwing aan de Pabo Windesheim. Hij verricht thans promotieonderzoek met betrekking tot de innovatie van het godsdienstonderwijs aan de lerarenopleidingen basisonderwijs.

 

 

Naar het archief >>>

 

Religious Education

RE in England Wales.jpg

 

Attitudes

In de Engelse scholen wordt Religious Education als een regulier vak beschouwd. Net zoals dat bijvoorbeeld het geval is met aardrijkskunde of geschiedenis. Het gaat bij RE niet om godsdienstige vorming of geloofsopvoeding, maar meer om een brede levensbeschouwelijke oriëntatie, die mede gebaseerd is op principes van goed burgerschap. Bij Religious Education spelen twee invalshoeken een belangrijke rol, te weten: (a) Learning about religion, en: (b) Learning from religion. Men veronderstelt dat beide invalshoeken resulteren in spirituele en morele attitudes die leerlingen zichzelf dienen te verwerven.

 

Pluspunten

In voorlichtingsmateriaal wordt ten aanzien van Religious Education het volgende gesteld. + Religious Education is relevant voor alle kinderen, ongeacht hun godsdienst of levensovertuiging. + RE brengt begrip ten aanzien van wereld religies en levensovertuigingen. + RE laat zien hoe religies invloed hebben op individuen, gezinnen, gemeenschappen en culturen. + RE verkent de politieke en sociale impact van religies. + RE moedigt aan om na te denken over kwesties van rechtvaardigheid en waarheid. + RE roept vragen op over de zin van het leven. + RE biedt kansen voor persoonlijke reflectie. + RE ontwikkelt en versterkt de persoonlijke identiteit en verantwoordelijk burgerschap. + RE bereidt kinderen voor op het leven als volwassene.