homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

JOHAN VALSTAR / DECEMBER 2010 JANUARI 2011

...

JOHAN VALSTAR

Kijken & Zien / Pieter Breugel

Andere wereld

Het werk van Pieter Breugel de Oude doet het goed in de klas. Bij leerlingen blijken zijn voorstellingen en taferelen niet alleen een zekere nieuwsgierigheid Breugel - Spreekwoorden 1559.JPGop te roepen, maar ook een intrinsieke belangstelling. Wellicht omdat de vreemde alledaagse werkelijkheid van honderden jaren geleden opeens heel dichtbij komt. In schoolmethoden is het werk van Breugel terug te vinden. Het schilderij met de spreekwoorden (1559) is daarvan het meest bekende voorbeeld. Deze voorstelling oogt op het eerste gezicht als een rariteitenkabinet. Wil men de schilder en zijn wereld evenwel recht doen en op een zinvolle manier in het onderwijsleerproces ter sprake brengen, dan is enige verdieping in de historische context zondermeer noodzakelijk. Dan blijkt dat Breugel een serie levenswijsheden uit zijn tijd in beeld heeft gebracht, net zoals de beroemde Erasmus dat eerder in zijn bundel Adagia (1500) had gedaan. Deze bundel was de eerste bestseller ter wereld en we mogen aannemen dat Breugel door Erasmus werd geïnspireerd. Breugel had als tekenaar en schilder een open oog voor het menselijke bestaan in zijn tijd. Met zijn latere werk reageerde hij op de ingrijpende politieke en godsdienstige veranderingen waarmee hij gaandeweg ook zelf te maken kreeg. Wanneer we niet verder komen dan een oppervlakkige waarneming van merkwaardige en vreemd overkomende levensuitingen, blijven achterliggende intenties en betekenissen per definitie verborgen. Dat we die niet zomaar zien, laat zich verklaren uit de historische afstand tussen de wereld van toen en die van nu. We mogen sommige close-ups misschien herkennen, onze hedendaagse cultuur en moderne uitingsvormen zien er nu eenmaal heel anders uit.

 

In deze dubbele editie maken we een kunstzinnige oefening in het kijken en het zien. Die loopt tenslotte uit op de vraag hoe schoolmethoden / handleidingen voor het domein godsdienst en levensbeschouwinging de basisschool met het vervreemding veroorzakende effect van de historische afstand omgaan.

Roerige tijden

Als lid van het Sint Lucasgilde maakte Pieter niet alleen kennis met allerlei kunstenaars, maar ook met boekdrukkers. Vandaar dat hij bekend moet zijn geweest met het lot van het gildelid Jacob van Liesveld. Die had zich als boekdrukker ingezet voor een destijds even uniek als levensgevaarlijk project: de volledige uitgave van de bijbel in de Nederlandse taal. Voor die onderneming werd Jacob van Liesveld in 1545 te Antwerpen publiekelijk onthoofd.
In dit verband: er zijn aanwijzingen dat Breugel via de kring van het Sint Lucasgilde kennis heeft gemaakt met het gedachtegoed van de Duitse reformator Maarten Luther (1483 -1546). Tijdens het leven van Breugel Breugel - De ekster op de galg 1568.JPGescaleerden de politieke en godsdienstige twisten langzaam maar zeker tot een dramatische situatie, waarbij de Spaanse hertog van Alva namens de Spaanse machthebber koning Filips II een buitengewoon hardvochtige rol speelde. Hij liet onder andere twintig edelen op de grote markt in Brussel publiekelijk onthoofden, waaronder de graven Egmond en Hoorne (1567). Willem van Oranje wist tijdig te ontsnappen. Pieter Breugel moet de ‘antiterroristische maatregelen' van de door Alva ingestelde ‘Bloedraad' van dichtbij hebben meegemaakt. Carel van Mander noteerde in zijn Schilderboek (1604) dat Breugel op zijn sterfbed de opdracht heeft gegeven om prenten met bijtende of schimpende bijschriften te verbranden. Het is niet onaannemelijk dat hij zijn vrouw Mayke en zijn twee kinderen niet in moeilijkheden wilde brengen.
Dat Pieter zich terdege bewust moet zijn geweest van mogelijke gevaren, laat zich ondermeer afleiden uit een aanwijzing in een van zijn laatste magistrale schilderijen, dat de naam draagt van ‘De ekster op de galg'(1568) . De ekster stond in zijn tijd symbool voor de roddelaar, de verklikker, de verrader. Dat moet je maar net weten.

Meer zien...

Het werk van Breugel blijft ons tot de dag van vandaag intrigeren. Dat is zonder twijfel allereerst te danken aan zijn volstrekt persoonlijke weergave van de natuur in het algemeen en de menselijke natuur in het bijzonder. Bij een nadere beschouwing worden we vooral zijn didactische intenties gewaar. Zo zien we bijvoorbeeld in de gravure ‘De grote vissen eten de kleine' (Naar Breugel anno 1557) een opvoeder die een kind de ogen opent voor een belangrijke levenswijsheid.
Breugel - Grote vissen eten kleine vissen 1556.JPG ...Pieter Breugel heeft zijn tijdgenoten via zijn prenten die destijds in de huiskamers aan de muur werden geprikt, geconfronteerd met hun ambivalente werkelijkheid. Daarbij hebben godsdienstige motieven onmiskenbaar een rol gespeeld. Zijn vriend Abraham Ortelius, de Breugelkenner van het eerste uur, merkte terecht op: ‘ Deze Breugel heeft veel dingen geschilderd die men eigenlijk niet schilderen kan'. En: ‘Er valt meer uit op te maken dan hij schildert.' Met deze kanttekening geeft Ortelius een verklaring voor de aantrekkingskracht van de voorstellingen van Breugel: er valt meer te zien dan is weergegeven. Het werk van Pieter Breugel daagt de beschouwer uit om de achterliggende tekst en uitleg te vinden.

Zelfcensuur

Dat zelfs kardinaal Grandvelle werk van Breugel verzamelde, mag een aanwijzing zijn dat Pieter Breugel, - als hij inderdaad sympathieën heeft gekoesterd voor humanistische godsdienstige en politieke vernieuwingsbewegingen (de Reformatie), met zijn persoonlijke voorkeur klaarblijkelijk niet te koop heeft gelopen. Vermoedelijk heeft hij gekozen voor de toepassing van enige zelfcensuur.
Om daarvan een illustratie te geven: op de gravure van Luxuria (een van de hoofdzonden) zien we een opvallende bijstelling. De wellustige deugniet, die op de bewaard gebleven originele tekening van Breugel zelf nog is getooid met een bisschopsmijter, draagt op de prent een nietszeggend hoofddeksel. Het schilderij met de spreekwoorden (1558) met kritische gezegden ten aanzien van de geestelijkheid, zoals: ‘Onze Lieve Heer een vlassen baard omhangen', dat wil zeggen: ‘voor de show de godvruchtige schijnheilige spelen', is kennelijk niet als aanstootgevend aangemerkt en bewaard gebleven.

Van kijken naar zien

Het laatste geldt eveneens voor het schilderij van de blinden (1568). Daar ontwaren we een merkwaardig fenomeen: blinden leiden blinden. Het gevolg is dat zij als collectief in de sloot dreigen te belanden. Oogheelkundigen hebben bij Breugel - Blinden leiden blinden 1568.jpgde personages vijf verschillende oorzaken van de blindheid kunnen diagnosticeren. Dat detail maakt de scène nog opmerkelijker. Maar de welhaast noodlottige collectieve valbeweging laat zich daarmee niet verklaren. Er is meer aan de hand. Daarop heeft Ortelius al geattendeerd met zijn statement dat er bij Breugel meer valt te zien dan is weergegeven. Die regel laat zich ook nu toepassen. Wanneer we het geheel en de details in samenhang proberen te interpreteren, kan de impliciete bedoeling en oorsprong van de voorstelling zichtbaar worden. Dat blijft wel een lastige zaak, omdat we vanwege de historische afstand de diepere motieven niet zomaar kunnen achterhalen. Daarvoor is elementaire kennis van de schilder in zijn historische context nodig. In de kunsthistorische literatuur over het schilderij van de blinden wordt een tip van de sluier opgelicht. Bij herhaling komen we daar de verwijzing tegen naar een kritische uitspraak van Jezus aan het adres van de blinde geestelijke leiders uit zijn tijd. Zie: Mattheüs 15:14. Wie goed kijkt, ziet opeens dat Breugel die kritiek van Jezus actualiseert binnen de horizon van zijn eigen wereld. Sommige kunstkenners gaan bij hun interpretatie nog een stap verder door te attenderen op een impliciete relatie tussen het drama op de voorgrond en de kerk op de achtergrond. Of de tijdgenoten van Breugel die link hebben gelegd, en het understatement hebben gezien, is niet na te gaan. Zij zullen de kerk wel herkend hebben als de Sint-Anna-Pede in het nabije Pajottenland. Het vreemde drama van de blinden speelt zich bij hen in de buurt af. Dat zal de kijkers van toen te denken hebben gegeven.

Nieuwswaarde

Vreemde voorstellingen, situaties en verhalen uit vroegere tijden komen we sinds jaar en dag tegen in leerplannen voor het domein godsdienstonderwijs / levensbeschouwing. De bovenstaande lezing van voorstellingen uit de wereld van Breugel brengt ons op de vraag hoe schoolmethoden / handleidingen voor het betreffende vakdomein in de basisschool met het vervreemdende effect van de historische afstand omgaan. Uitzonderingen daargelaten, moeten we stellen dat dit gegeven geen wezenlijk aandachtspunt schijnt te zijn en als zodanig niet in godsdienstpedagogische zin wordt verdisconteerd in het methodische aanbod van leeromgevingen.

Dat teksten uit Heilige Boeken om te beginnen een reactie zijn op belangrijke vragen, problemen en uitdagingen uit een andere, onbekende en vreemde wereld, wordt nauwelijks of zelfs helemaal niet onderkend, - laat staan uitgewerkt. Verhalen uit de Joodse -, Christelijke en de Islamitische tradities komen vaak willekeurig en zonder structurele samenhang in methoden / handleidingen ter sprake. Om over onderliggende theologische zienswijzen maar te zwijgen. Wat dan overblijft is zoveel als ‘de uitleg van het bestaan'(V&O, blz. 87). Bij die beperkte horizon blijven betekenissen en relevante godsdienstige perspectieven verborgen. In de eerste plaats voor de onderwijsgevenden die zich graag willen inzetten voor onderwijs met een zekere theologische en godsdienstpedagogische kwaliteit. Zonder adequate en inspirerende inhoudelijke handreikingen valt er door hen en vervolgens door hun leerlingen weinig nieuws van enige betekenis te ontdekken. Het probleem is niet zozeer gelegen in de gap tussen het heden en voorstellingen uit een lang vervlogen vreemd verleden (vgl. de voorstelling van Breugel's blinden). Het probleem zit ‘m veeleer in het ontbreken van eigentijdse godsdienstpedagogische inzichten en didactische tools om met de leerlingen tot een verstaan te komen van impliciete betekenissen die het menselijke bestaan meer zinvol, leefbaar en de moeite waard maken.

 Drs JG Valstar.jpg

  • Johan Valstar werkte als senior lerarenopleider godsdienst & levensbeschouwing aan de Pabo Windesheim. Hij verricht thans promotieonderzoek met betrekking tot de innovatie van het godsdienstonderwijs aan de lerarenopleidingen basisonderwijs.

 


Naar het archief >>>

 

Pieter Breugel

Breugel - Zelfportret met koper circa 1565.JPG ...

Op dit zelfportret zie je Pieter Breugel (circa 1520 - 1569). Achter hem staat een geïnteresseerde koper die in zijn buidel tast. Dat hij een vermogend man was, kun je afleiden uit zijn bril. Die moet destijds een vermogen hebben gekost. Over het leven van Breugel zijn niet zoveel gegevens bekend. Desalniettemin kunnen we zijn levensloop toch op hoofdlijnen schetsen. Vermoedelijk is Pieter in de regio van Breda geboren en in het begin van de jaren '40 naar Antwerpen verhuisd. Omstreeks 1546 trad hij toe tot het Antwerpse schildersgilde van Sint Lucas en ging hij in de leer bij Pieter Coecke. Tussen de bedrijven door maakte Pieter een studiereis naar Italië. In de periode van 1555 tot 1563 heeft Breugel bijna veertig tekeningen gemaakt voor Hiëronymus Cock, destijds de belangrijkste uitgever van prenten in de Nederlanden. De afzonderlijke prenten en prentenseries, zoals de zeven Deugden en de zeven Ondeugden (Hoofdzonden) vonden grote aftrek bij een breed publiek.
Tot de afnemers van de schilderijen behoorden zijn vrienden Hans Frankert, een koopman uit Neurenberg en Abraham Ortelius, destijds een vermaarde cartograaf. Maar ook de hofdignitaris en bankier Nicolaes Jonghelinck en zelfs kardinaal Grandvelle behoorden tot de fervente collectioneurs van Breugel. Vanaf 1559 verlegde hij zijn kunstzinnige activiteiten. Na de periode waarin hij zich voornamelijk toelegde op het maken van tekeningen en prenten (gravures), specialiseerde hij zich vooral op het terrein van de schilderkunst. Rond 1563 verhuisde Pieter naar Brussel waar hij met Mayken, de dochter van zijn leermeester Coecke trouwde. In zijn Brusselse tijd zien we de locale boerenomgeving rond Brussel terug. Breugel overleed op 9 september 1569 in Brussel. Hij liet zijn jeugdige vrouw Mayke met de twee zeer jonge zoontjes Pieter en Jan achter.

Een PowerPoint

Breugel attendering PPT - Kijken & Zien.jpg

Deze PowerPoint geeft een kleine beeldimpressie bij het thema Kijken & Zien. De grootte is 2.7 MB.