homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

JOHAN VALSTAR / FEBRUARI MAART 2011

...

Kijken & Zien / Gabriël Metsu

Intro

Op dit moment zijn in het Rijksmuseum Amsterdam 35 werken van Gabriël Metsu (1629 - 1667) te bezichtigen. De overzichtstentoonstelling ‘Gabriël Metsu: een meester herontdekt' duurt tot Metsu - Het zieke kind (1663-1664).JPGen met 21 maart. Daarna gaat de unieke expositie naar de National Gallery of Art in Washington.
Metsu's schilderij ‘het zieke kind' hangt in het Rijksmuseum op een prominente plaats. Dat is niet zonder reden. Het werk wordt zondermeer als een van zijn topstukken beschouwd. Hoe het geïnterpreteerd dient te worden, blijft vooralsnog de vraag. De gedachte dat de voorstelling naar Charitas verwijst, is inmiddels door het Rijksmuseum verlaten. Op het bijschrift staat nu vermeld dat een associatie met de Pieta mogelijk is. Tevens wordt een relatie gelegd tussen de moeder met het lijdende kind op de voorgrond en de nauwelijks zichtbare scène van de kruisiging op de achtergrond. Verder verwijst het nieuwe bijschrift naar de pestepidemie die ten tijde van de vervaardiging van het schilderij in Amsterdam heerste. Het nieuwe bijschrift is de aanleiding om in deze V&O column nog enkele aandachtspunten en overwegingen toe te voegen.

Details

Hoe we het schilderij ook willen lezen en verstaan, Gabriël Metsu heeft op het kleine doek van 32,2 bij 27,2 cm in ieder geval twee keer een moeder met een Metsu - Kruisiging (1664).JPGlijdend kind geschilderd. De vaag weergegeven scène op de achtergrond verwijst namelijk naar een passage uit het evangelie van Johannes (19:25-27). Alleen daar vinden we de vermelding dat Maria de moeder van Jezus bij het kruis stond, samen met drie anderen, te weten haar zuster Maria en Maria van Magdala en de discipel Johannes. Moeder Maria is getuige van het lijden van haar kind, net zoals de moeder van het zieke kind. De verborgen parallellie geeft te denken. Wat is de achterliggende intentie van Metsu om uitgerekend deze scène uit het verleden te laten terugkeren binnen de context van zijn wereld? Die vraag fascineert ons des te meer omdat hij omstreeks dezelfde tijd (1664) een aangrijpend schilderij heeft gemaakt van dezelfde scène uit het vierde evangelie. In deze voorstelling komt het hartverscheurende verdriet van Maria van Magdala naar voren. Voor haar persoon heeft Isabella de Wolff, de vrouw van Metsu model gestaan.

 

Er zijn meer interessante details op het schilderij van het zieke kind die pas in tweede instantie zichtbaar worden. Volgens de kunstkenner Hoekzema (V&O, blz. 95) verwijst de lepel in de pappot mogelijk naar het liedje: ‘Zolang de lepel in de breipot staat, dan treuren wij nog niet...' Met andere woorden: er is nog hoop. En de omgekeerde landkaart zou naar zijn opvatting kunnen duiden op het verlangen om de ellende in de wereld niet te hoeven aanschouwen. Verrassend is verder de compositie. Wanneer we vanuit de vier hoeken van het schilderij twee lijnen trekken - van linksboven naar rechtsonder, en van rechtsboven naar linksonder - dan kruisen de diagonalen elkaar op het hart van de moeder. Op de interpretatie van het veronderstelde moederschap komen we straks terug.

Reacties

Als lerarenopleider godsdienst / levensbeschouwing heb ik het zieke kind van Metsu jarenlang als eyeopener gebruikt. In de eerste plaats om mijn studenten te confronteren met het vakmatige probleem van de historische distantie. In de tweede plaats om de kwestie van de existentiële betekenis van oude tradities in het vizier te krijgen. Daaraan ging een gemeenschappelijke interpretatie van het schilderij vooraf. De focus op datgene wat als vertrouwd of juist als vreemd werd ervaren, leverde van de kant van de studenten telkens betrokken reacties op. Zoals:

  • Zoiets wil je toch niet aan de muur hangen? Het is helemaal niet plezierig om de hele tijd met een ziek kind te worden geconfronteerd!'
  • ‘Wat was de reden om deze voorstelling te maken? Was het soms een opdracht?'
  • ‘Hoe kun je zien dat het kind ziek is? Is het trouwens ook beter geworden?'
  • ‘Hoe kun je zeker weten wat Metsu met dit schilderij heeft bedoeld?'

Vaak heb ik gedacht: ‘toch jammer dat Metsu niet zèlf aanwezig kan zijn om een persoonlijke toelichting te geven.' Maar het is niet anders. We moeten het zoveel jaar na dato nu eenmaal doen met deze voorstelling, die even uniek als vreemd is. Dat laatste hebben de tijdgenoten van Metsu waarschijnlijk ook beseft. Een dergelijke afbeelding van een ziek kind hadden ze nooit eerder gezien. Anderzijds konden zij het schilderij vanuit hun eigentijdse context waarnemen. Zij zullen wellicht veel meer hebben gezien dan wij, drieënhalve eeuw later.

De pest

We gaan terug naar de tijd van toen. In haar studie over het zieke kind wijst Valerie Hedquist (2005) er op dat tot voor kort geen relatie is gelegd met de destijds heersende pest. De Nederlandse bevolking werd in de zeventiende eeuw viermaal door tsunamis van de pest geteisterd. De ziekte sloeg bij tijd en wijle ook op kleinere schaal toe. Zo stierf de jonge Titus, de zoon van Rembrandt in 1668 tengevolge van de pest. Daartegen bestond geen enkele remedie. Men wist ook niet wat de oorzaak was. Dat de ziekte zich via ratten en door de beet van geïnfecteerde vlooien verspreidde, werd pas in 1894 ontdekt. Zie voor meer informatie het tweede tekstkader.

Leiden en Amsterdam

Metsu had als jongetje van zeven jaar de eerdere pestgolf van 1635-36 in Leiden overleefd. Voor 20% tot 25% van de Leidse bevolking liep de ziekte echter fataal af. Metsu verhuisde omstreeks 1655 / 1656 naar Amsterdam. In die tijd sloeg de pest opnieuw toe. In Amsterdam liep het aantal sterfgevallen op tot 16.727. Een nieuwe uitbraak van de pest vond in de jaren 1663-1664 plaats. Amsterdam telde toen ongeveer 200.000 inwoners. Daarvan stierven er 34.000.
In de zomer en het najaar van 1664 bereikte de epidemie een hoogtepunt, met 800 tot 1.000 sterfgevallen per week. De stad was geheel gekleed in rouw. Volgens Hedquist (2005) schilderde Metsu het zieke kind in 1663 of 1664. Andere deskundigen houden het op de periode van 1663 - 1666. Beide dateringen laten ruimte voor het vermoeden dat het zieke kind misschien wel een van de vele slachtoffers van de pest geweest kan zijn.

Testament

Op de avond van 22 juli 1664 lieten Gabriël Metsu en zijn vrouw Isabella de Wolff bij een notaris hun testament opmaken. In die week stierven 676 Amsterdammers. Tot erfgenamen werden Gabriël's halfbroer Philips, zijn beide halfzusters Sara en Maria en tevens een zekere Jacomijn Cool benoemd. Kinderen van Gabriël en Isabella worden niet in het testament vermeld (A.D. de Vries, 1883). Daaruit mogen we afleiden dat Gabriël en Isabella klaarblijkelijk geen kind(eren) hadden. Dat wil zeggen: op 22 juli 1664.

Herinnering?

Over de symptomen en ziektebeeld van het zieke kind is tot nu toe geen definitief uitsluitsel gegeven. De medische hoogleraar Jan Dequeker (2007) opperde de mogelijkheid van mazelen. Maar de bult op de neus, en de wond op boven de enkel van het rechter been van het kind geven een aanwijzing in een andere richting. De bult is een duidelijke papel en mogelijk een pustel. De donkere plek op de enkel heeft veel weg van een (deels necrotische) ulcus. De verschijnselen passen niet bij de mazelen. De waarneming in 2D vraagt om een nadere analyse van wat Metsu precies heeft weergegeven. Voor zo'n analyse moet het schilderij onder de loep worden genomen. De vraag naar de aard van de beide plekken zal naar men mag aannemen ook zijn gesteld bij de restauratie van het schilderij, enkele jaren geleden.
Mochten de twee symptomen duiden op een beginnende (?) vorm van pest, dan is het de vraag of het schilderij is bedoeld als aansprekend genrestukje voor de verkoop. Het valt naar mijn idee niet uit te sluiten dat het werd gemaakt als een persoonlijke herinnering aan een overleden kind. Als een dierbaar aandenken in het ouderlijk huis. De vraag komt dan op: wie zijn de ouders van dit zieke kind?

Optie 1

Naar de mening van mijn studenten is het zieke kind waarschijnlijk een meisje. Een identieke ondermuts zien we terug bij een meisje op een door Jan Steen geschilderd Sinterklaasfeest (ca. 1663-65).
Metsu - Het gezin Hinlopen (anno 1663).jpgMaar het is niet onaannemelijk dat jongetjes eveneens zo'n muts droegen. Het op de stoel gelegen bovenmutsje doet vermoeden dat het inderdaad om een meisje gaat. Daar houd ik het voorlopig op. Zelf heb ik een tijd lang met de gedachte gespeeld dat het meisje, misschien wel een dochtertje zou kunnen zijn van de welgestelde lakenkoopman Jan Jacob Hinlopen en zijn vrouw Eleonora Huydecoper. Zij gaven Metsu tweemaal de opdracht tot het schilderen van gezinssituaties. In 1661 betrof het de kraamvisite naar aanleiding van de geboorte van hun dochter Sara. In 1663 werd het complete gezin met vier kinderen en huisdieren afgebeeld. De beide voorstellingen geven een beeld van huiselijk geluk en voorspoed.
Maar nog in hetzelfde jaar voltrok zich een vreselijk drama. Jan Hinlopen verloor in augustus zijn jongste dochter Geertruyt. Twee maanden later werd de kleine Jacob op het kerkhof van de Lage Vuursche begraven. Hij overleed op het nabijgelegen familielandgoed Pijnenburg, waar hij waarschijnlijk verbleef om de in Amsterdam heersende pest te ontlopen. In haar studie merkt Judith van Gent (1998) op dat zijn dood onverwacht kwam, want in het testament van zijn ouders, dat twee weken daarvoor was opgemaakt, wordt hij nog als erfgenaam genoemd.
Een dag voor de begrafenis van Jacob werd moeder Leonora op het kraambed door de pest overvallen. Zij overleed zeven dagen later. Vader Jan Jacob Hinlopen stierf in 1666. De twee achtergebleven dochtertjes Johanna Maria en Sara was een langer leven beschoren. Zij overleden respectievelijk op de leeftijd van zestig en negenentachtig jaar. Het is niet aannemelijk dat een van beiden model heeft gestaan voor het zieke kind.

Optie 2

Het zieke kind zou de eigen dochter van Gabriël en Isabella kunnen zijn. Gelet op de schatting van haar leeftijd en gelet op het gegeven dat Gabriël en Isabella Detail - Metsu - Moeder en Kind.jpgop 12 April 1658 in het huwelijk traden, lijkt de optie van een eigen kind het overwegen waard. In dit verband nog enkele details.
Naar het zich laat aanzien is de vrouwspersoon geen dienstmaagd. Zij draagt een kapje van een gehuwde vrouw. Opvallend is de aanwezigheid van de trouwring, die destijds aan de rechter wijsvinger werd gedragen. Qua fysionomie (met name de spitse vorm van de neus en de haarinplant), vertoont de vrouw gelijkenis met Isabella. De vrouw draagt verder oorbellen die we op verschillende voorstellingen van Isabella terugzien. Verder: we hebben al eerder gewezen op de diagonalen: zij kruisen elkaar op het hart van de vrouw.
Nog afgezien van de genoemde details is het vooral de bijzondere houding waarmee zij het kind omvat en de daarmee corresponderende uitdrukking van geborgenheid bij het kind. Die roepen de gedachte op dat de vrouw welhaast haar moeder moet zijn. En waarom dan niet Isabella de Wolff, getrouwd met de schilder Gabriël Metsu?

Afloop

We blijven nieuwsgierig naar de identiteit van de moeder en het kind. Wat Isabella betreft: zij keerde na de dood van Gabriël in 1667 (ten gevolge van een mislukte blaassteenoperatie, Houbraken, 1721) kinderloos terug naar Enkhuizen. Daar woonde haar moeder, de schilderes Maria de Wolff - de Grebber.
In 1678 lieten Maria en (haar enige kind) Isabella een testament opmaken waarin zij elkaar tot erfgenaam benoemden. Twee jaar later werd Maria in de Westerkerk van Enkhuizen begraven.
Hoe het verder met Isabella ging? In archiefstukken van 1685 en 1692 wordt zij als weduwe vermeld. In 1708 overleed Isabella. Zij overleefde haar Gabriël ruim veertig jaar.
Tenslotte: het is mij niet bekend of er in het testament van 1678 melding wordt gemaakt van schilderijen van Gabriël Metsu. Al was het maar dat ene fascinerende schilderij van het zieke kind. Zou het werkelijk het dochtertje van Gabriël en Isabella zijn geweest? Wanneer die vraag zich ooit in positieve zin laat beantwoorden, verdient het zieke kind een nieuwe naam: ‘Het meisje van Metsu'.

Literatuur  

  • Dequeker, Jan, (2007) Gabriël Metsu, het zieke kind. In: De kunstenaar en de dokter: anders kijken naar schilderijen. Leuven.
  • Gent, J. van, (1998) Portretten van Jan Jacobsz Hinlopen en zijn familie door Gabriël Metsu en Bartholomeüs van der Helst. In: Oud Holland 112, p. 127-138.
  • Hedquist, V., (2008), Dutch Genre Paintings As Religious Art: Gabriel Metsu's Roman Catholic Imagery. In: Art History, 31: 159-186.
  • Houbraken, Arnold, (1718-1721) De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. Deel 3.
  • Valstar, J.G. & Kuindersma, H.,(2008) Verwonderen & ontdekken: Vakdidactiek godsdienst primair onderwijs, p.93 - 96. Amersfoort.
  • Vries, A.D. de, Az.,(1883) Het testament en sterfjaar van Gabriel Metsu. In: Oud Holland, 1, p. 78-80.


  • De tentoonstelling ‘Gabriël Metsu: een meester herontdekt' duurt tot en met 21 maart.
    Locatie: Het Rijksmuseum, Jan Luijkenstraat 1, Amsterdam.

 

  • Drs JG Valstar.jpgJohan Valstar werkte als senior lerarenopleider godsdienst & levensbeschouwing aan de Pabo Windesheim. Hij verricht thans promotieonderzoek met betrekking tot de innovatie van het godsdienstonderwijs aan de lerarenopleidingen basisonderwijs.
     

 

 

 

Naar het archief >>>

 

VAKDIDACTISCH

Principe van de Wederkerige Ontsluiting.jpg

In de vakdidactiek Verwonderen & Ontdekken komt het zieke kind van Metsu uitvoerig aan de orde. Zie hoofdstuk 3, blz. 93 - 96. Het schilderij fungeert als een blikopener voor het hermeneutische principe van de wederkerige ontsluiting. Dat komt kort gezegd neer op de gelijktijdige uitleg van (1) de actuele werkelijkheid in het licht van de godsdienstige traditie, en omgekeerd (2) de uitleg van de godsdienstige traditie in de context van de actuele werkelijkheid. Het principe van de wederkerige ontsluiting is gebaseerd op het gedachtegoed van de onderwijswetenschapper en lerarenopleider Wolfgang Klafki. Hij hechtte grote waarde aan de vormende kwaliteit van het onderwijs. De basisideeën van het model Elementariseren komen bij Klafki vandaan. Zij zijn later overgenomen en verder uitgewerkt door godsdienstpedagogen zoals Nipkow en Schweitzer. Zie hoofdstuk 4, blz. 111 - 124.

  • Op de Site V&O staat in de Rubriek Powerpoints een Metsu-presentatie (download).
  • Een drie minuten durende video-impressie, in 2005 gemaakt voor Pabo studenten, is hier te downloaden. Grootte: 3 MB.
BUILENPEST

De Zwarte Dood - voorstelling anno 1400.jpg

- Het bovenstaande plaatje herinnert aan de epidemie van ‘De Zwarte Dood' ( tussen 1347 en 1351). Bij benadering stierf 30% van de Europese bevolking aan deze verschrikkelijke plaag. Bij de laatste grote pestepidemie in ons land (1663 - 1664) stierf 17% van de Amsterdamse bevolking. De (builen)pest wordt veroorzaakt door de bacterie Yersinia pestis, die zich verspreidt door beten van geïnfecteerde vlooien.


- In 1894 ontdekten Alexandre Yersin en Kitasato Shibasaburō de oorzaak van de ziekte. Hun bacteriologisch onderzoek (Hongkong) leverde in 1895 het eerste serum tegen de builenpest op. De builenpest komt in Europa niet meer voor. Wel kennen we de varkenspest. Die wordt door mensen verspreid, maar zij zijn niet vatbaar voor het virus.


Ziektebeeld

In hun studie over de pest geven Noordegraaf & Valk (1996) het volgende kenmerken.
"Bij de builenpest (is de incubatietijd één tot zes dagen. De besmetting verloopt via een vlooienbeet op een ledemaat. Op de plaats van de beet vormt zich een puistje, dat snel uitgroeit tot een zwarte zweer, een karbonkel genaamd. Daarna ontstaat er op de tweede of derde dag een vergroting van de lymfklieren, meestal in de lies, maar soms ook in de oksel en nek. De lymfklieren worden hard, groot, zeer pijnlijk en neigen tot etteren. De gezwollen klieren worden bubonen genoemd. Na acht of tien dagen kan de pest verdwijnen. Ongeveer 20 tot 40% van de besmette personen heeft kans te overleven. Als dat niet het geval is, treedt er een stadium in van acute bloedvergiftiging, die inslaat op ingewanden als hart, nieren en longen. Tegelijkertijd wordt het lichaam geteisterd door koortsen, waarbij de lichaamstemperatuur oploopt tot 40°- 42° C. In deze situatie kan de dood intreden. Als dat niet het geval is, kunnen er nieuwe karbonkels gevormd worden. De slijmvliezen en ingewanden gaan spontaan bloeden en er verschijnen onderhuidse vlekken met kleuren variërend van oranje, zwart, blauw, paars en geel. De patiënt gaat hallucineren, waarna hij heel plotseling in coma raakt en sterft."