homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

JOHAN VALSTAR / APRIL MEI 2011

...

De kindertheologische leeromgeving

Internationale conferentie PThU

Hoe ziet de kindertheologische leeromgeving er idealiter uit? Die vraag staat op de PThU Expert Programma.jpgagenda van de driedaagse Internationale Kindertheologische Conferentie aan de PThU Kampen. Over de bevindingen zullen we later op deze site verslag doen. Nu alvast een ter oriëntatie een paar kanttekeningen vooraf. Kindertheologen verrichten veel onderzoek. Dat speelt zich als zodanig tot nu toe vooral af op een wetenschappelijk metaniveau. De focus blijkt daarbij vooral gericht te zijn op het microniveau van het denken van kinderen en hun interacties met elkaar en hun leerkracht. Tegen die achtergrond is het thema van de conferentie aan de PThU: ‘Powerful Learning Environments and Theologizing & Philosophizing with Children' opmerkelijk. Deze thematiek kan op mesoniveau een verbreding met zich meebrengen naar de kwaliteit van onderwijsarrangementen en leerprocessen. Daarmee komen we op een betrekkelijk weinig ontgonnen godsdienstpedagogisch -/ didactisch en onderwijskundig terrein. Op termijn zou dat kunnen resulteren in innovatieve methodische benaderingen. Maar dat lonkende perspectief vraagt om de nodige realiteitszin. Aan onderwijsinnovaties zitten tal van haken en ogen. Welke interessante ideeën, ontwerpen en praktijken ten aanzien van leeromgevingen er ook op tafel komen, de acceptatie en de eventuele implementatie door het onderwijsveld blijft uiteindelijk een kritische factor. Innovatie is een lastige aangelegenheid. Zo veronderstelt de verandering van onderwijspraktijken bijvoorbeeld een zekere dissatisfactie met de bestaande gang van zaken. En anderzijds de aanwezigheid van een beter alternatief. Dat dient voor de betrokkenen in ieder geval aannemelijk en begrijpelijk te zijn, en bovendien een duidelijke toegevoegde waarde op te leveren. Allereerst in de vorm van toenemende leeropbrengsten bij de leerlingen.

Vakconcept

Hoe dan ook, wie zich waagt aan het ontwerp van rijke of krachtige leeromgevingen Schema - Het model Elementariseren (V&O-2008).jpg ...die zich lenen voor onderwijsleerprocessen van kindertheologische aard, staat voor een complexe uitdaging.
Die laat zich in principe alleen beantwoorden op basis van een praktijkrelevant en gefundeerd vakconcept. Zo'n concept is bij wijze van spreken even onmisbaar als het roer van een schip. Met andere woorden: pas wanneer aan de conditie van een meeromvattend vakconcept kan worden voldaan, mag men de resultaten van een innovatief ontwikkelingstraject met vertrouwen tegemoet zien. Uiteraard zijn er veel meer randvoorwaarden te noemen. Die laten we in het korte bestek van deze column buiten beschouwing. We zullen ons hier beperken tot het kardinale aspect van de kindertheologische communicatie en tot enkele aanvullende overwegingen met betrekking tot de thematiek van kindertheologische leeromgevingen.

Kindertheologische communicatie

De godsdienstpedagogische communicatie met kinderen laat zich beschouwen als het kloppend hart van de kindertheologische vernieuwing. Voor een concrete uitwerking van het communicatieve handelen kunnen we teruggrijpen naar de conceptuele drieslag van de godsdienstpedagoog Friedrich Schweitzer. In een eerdere column hebben we daar een toelichting op gegeven (zie: ‘Kindertheologische oriëntatie' / november 2010). Schweitzer definieert Theologiseren met kinderen (TMK) als een drievoudig proces, waarin activiteiten onder de noemers van (a) Theologiseren van kinderen, (b) Theologiseren met kinderen, en (c) Theologiseren voor kinderen op wisselende en complementaire wijze vorm en inhoud krijgen.
Petra Freudenberger - Lötz heeft vanuit haar werkzaamheden als kindertheoloog en lerarenopleider de drieslag van Schweitzer verbonden met de drie beroepsrollen van (1) waarnemer, (2) gesprekspartner en (3) inhoudsdeskundige. Deze rollen corresponderen op hun beurt weer met drie samenhangende pedagogische / didactische competenties, die in de nieuwe vakdidactiek Verwonderen & Ontdekken zijn beschreven. We doelen hier op professionele kwaliteiten van: (1) het waarnemen, (2) het interpreteren, en (3) het begeleiden van kinderen (zie V&O blz. 50 - 53).

Integraal kijkkader

De hierboven aangeduide godsdienstpedagogische opties uit het gedachtegoed Schema - [128kb] Theologiseren in leeromgeving ...van Friedrich Schweitzer, Petra Freudenberger - Lötz, en de auteurs van de vakdidactiek V&O, vragen om een nadere doordenking van de interactionele aspecten van kindertheologische leeromgeving. Dat bracht mij tot een eerste schematisch overzicht waarin de beroepsrollen van de leerkracht en de leeractiviteiten van de leerlingen op een overzichtelijke manier in kaart zijn gebracht. Het schema bevat tegelijkertijd herkenbare verwijzingen naar het basismodel Elementariseren en de overeenkomstige kennisbasis die in Verwonderen & Ontdekken is uitgewerkt. De ervaring leert inmiddels dat het overzicht zich niet alleen leent als integraal kijkkader voor de onderwijsvoorbereiding. Het laat zich tevens hanteren als katalysator bij het ontwerp en het design van kindertheologische leeromgevingen. Verder leent het kijkkader zich als eyeopener bij algemene introducties op het kindertheologisch handelen, - zowel in theologische opleidingen als in lerarenopleidingen en het onderwijsveld. [Een vergroting van het kijkkader kan hier worden gedownload.]

Kindertheologische leeromgevingen

Aansluitend op het kijkkader richten we ons nu op het bredere plaatje van de Een activerende leeromgeving.jpgkindertheologische leeromgeving. Een kenmerk van de rijke of krachtige leeromgeving is de intentie om het leren van leerlingen optimaal te faciliteren en te stimuleren. Onderwijsgevenden mogen dan met de beste bedoelingen van de wereld van alles en nog wat willen aanreiken, de leerlingen zullen het aanbod zélf moeten verwerken en toe-eigenen. Daarvoor hebben zij goed voorbereide leeromgevingen nodig en niet te vergeten: de onmisbare structuur en de support van deskundige leerkrachten. Als aan die beginvoorwaarden wordt voldaan, kan er in de school meer actief en ontdekkend worden geleerd. En dat kan bij de leerlingen meer ‘zin in leren' opleveren.

 

Bij wijze van verkenning schets ik hieronder - in alle voorlopigheid - enkele overwegingen die inspirerend kunnen werken bij het ontwerp van rijke of krachtige leeromgevingen. Vooraf: deze schets staat ter discussie en laat zich desgewenst verder verdiepen en verbreden. Reacties zijn van harte welkom.

  • Godsdienstpedagogisch motief

Algemene uitgangspunt bij het ontwerp van kindertheologische leeromgevingen is de godsdienstpedagogische intentie om: (1) de ontwikkeling van kinderen in het brede domein van godsdienst, spiritualiteit en levensbeschouwing als uitdaging te aanvaarden, en dienovereenkomstig (2) op een integrale en constructieve wijze recht te doen aan de betekenis van hun persoonlijke waarnemingen, ervaringen, belevingen, verbeeldingen, opvattingen en denkwijzen.

  • Verstaanshorizon van kinderen

Kindertheologische leeromgevingen hebben met elkaar gemeen dat zij op nadrukkelijke wijze beogen recht te doen aan de (pre)concepten, theologische percepties, oftewel: de verstaanshorizon van kinderen. Kinderen worden niet als passieve ontvangers of objecten gezien, maar als subjecten en actieve participanten aan levensbeschouwelijke, spirituele en godsdienstige leerprocessen, die zich voltrekken in wisselwerking met de culturele omgeving (Vygotsky).

  • Kindertheologische geletterdheid

Theologiseren met kinderen vindt niet plaats in het filosofische kader van de vrijplaats, maar binnen de reguliere en meer omvattende context van de leeromgeving. Deze metaforische term staat voor een betrekkelijk open onderwijsleerarrangement dat kinderen uitnodigt om met elkaar kleine en grote (levens)vragen te onderzoeken (Schweitzer 2000, 2006). Kindertheologische leeromgevingen zijn geen utopie. Reeds ontwikkelde hermeneutische onderwijsarrangementen geven exemplarische aanwijzingen voor wat we onder theologische kwaliteit en kindertheologische geletterdheid kunnen verstaan. Daarvan zijn inspirerende schoolvoorbeelden te vinden in het werk van de godsdienstpedagoog Rainer Oberthür (1995, 1998).

  • Dialogische interacties

Binnen de goed voorbereide leeromgeving vormen dialogische interacties de kern van het kindertheologische handelen. Zij staan als zodanig op de een of andere manier in een vooraf gearrangeerde structuur. Dat neemt niet weg dat zich buiten de onderwijscontext bepaalde situaties voordoen waardoor kinderen opeens gefascineerd zijn door brandende (levens)vragen en daar spontaan mee komen. Op zulke momenten ligt de mogelijkheid van een theologisch gesprek voor de hand. Zeker wanneer de kinderen reeds eerder ervaringen hebben opgedaan met theologische gespreksvormen. Dialogische interacties kunnen al naar gelang de gang en de dynamiek van het leerproces in elke fase van het onderwijsarrangement plaats vinden. Dit gegeven is kenmerkend voor het open karakter van de kindertheologische leeromgeving.

  • Incentieven

Theologische gesprekken komen niet zomaar ‘vanzelf' tot stand. Zij zijn afhankelijk van incentieven, - in welke mediale vorm dan ook, die een sterke intrinsieke motivatie oproepen, waardoor de kinderen as if by magic in hoge mate betrokken raken op hun leerproces. De term incentief is ontleend aan het Engelse woord ‘incentive'. De oorsprong daarvan ligt bij het Latijnse werkwoord ‘incendere', dat in brand steken, of ontbranden betekent.
Dankzij het betreffende incentief nemen kinderen iets bijzonders waar en komen zij in een spanningsveld terecht dat om een nog niet bekende oplossing vraagt. Dat maakt bij hen een dynamiek los die vergelijkbaar is met de werking van een vliegwiel. Kortom: met de term incentief komen bijzondere leermomenten in het vizier. Het leren binnen de leeromgeving kan dan het karakter krijgen van een gemeenschappelijke ontdekkingsreis.

  • Kindertheologische speelruimte

Onderwijsleerprocessen waaraan leerlingen op een actieve wijze deelnemen, veronderstellen een onderwijsontwerp waarin op een reële wijze wordt geanticipeerd op mogelijke interacties. Let wel: niet van de ‘gemiddelde leerling', maar van deze unieke leerlingen in deze specifieke groep. Hoe het leerproces uiteindelijk realiter zal verlopen, blijft per definitie afhankelijk van wisselende variabelen. Die laten zich bij de voorbereiding van de leeromgeving in kaart brengen met behulp van de vakdidactische gereedschapskist van het model Elementariseren. Kindertheologische leeromgevingen bieden leerlingen de nodige structuur, relevante inhouden, diverse media en incentieven, werkvormen en niet te vergeten: speelruimte.

  • Hermeneutisch basispatroon

Ontwerppraktijken van (beginnende) leraren basisonderwijs geven aan dat kindertheologische leeromgevingen, - al naar gelang de thematiek en de leeftijd van de leerlingen in de doelgroep, een breed en veelkleurig spectrum aan leeractiviteiten kunnen opleveren. De praktijk wijst uit dat zich daarachter in veel gevallen een cyclisch basispatroon aftekent.
Het betreft: (a) de verkenning en verdieping van authentieke levensvragen; (b) de ontsluiting van verborgen inzichten uit de godsdienstige tradities; (c) de ontdekking van nieuwe en uitdagende zienswijzen op de werkelijkheid zoals die zich aan kinderen voordoet; en (d) de mogelijke transfer naar nieuwe zijnswijzen en handelingsmogelijkheden in de werkelijkheid van het eigen bestaan.


Literatuur

  • Bucher, A. (1992) Kinder als Theologen? In: Zeitschrift für Religionsunterricht und Lebenskunde 20.
  • Henning Schluss, J.H. (2008) Kindertheologie - zu Gegenstand und Grenze einer neuen Methode. Gesamtkonvent Mühlhausen (Eichsfeld).
  • Oberthür, R. (1995) Kinder und die großen Fragen. Ein Praxisbuch für den Religionsunterricht unter Mitarbeit von Alois Mayer. München.
  • Oberthür, R. (1998) Kinder fragen nach Leid und Gott. Lernen mit der Bibel im Religionsunterricht (Unter Mitarbeit von Alois Mayer). München.
  • Schweizer, F. (2000) Das Recht des Kindes auf Religion. Ermutigungen für Eltern und Erzieher. Gütersloh.
  • Schweitzer, F. (2006) Children as Theologians. In: Education, Religion, and Society. Essays in Honour of
    John Hull. D. Bates et alii (Eds.). London.
  • Schweitzer, F. (2010) Religionsunterricht - Thema der Religionspädagogik oder der Religionswissenschaft? In: Zeitschrift für Pädagogik und Theologie. 3/10.
  • Valstar, J.G. (2007). Elementariseren als multiperspectivisch model voor de onderwijsvoorbereiding. In: VELON Tijdschrift voor lerarenopleiders. Jrg. 28 (3).
  • Valstar, J.G. & Kuindersma, H. (2008) Verwonderen & Ontdekken. Vakdidactiek godsdienst primair onderwijs. Amersfoort.
  • Valstar, J.G. & Kuindersma, H. (2011) ‘... And what about prospective teachers?' Some reflections on the development of proficiency. In: Symmetrical communication? Philosophy and Theology in Classrooms across Europe. Friedhelm Kraft, Gerhard Büttner, Hanna Roose (Eds.) RPI Loccum.

 

  • Drs JG Valstar.jpgJohan Valstar werkte als senior lerarenopleider godsdienst & levensbeschouwing aan de Pabo Windesheim. Hij verricht thans promotieonderzoek met betrekking tot de innovatie van het godsdienstonderwijs aan de lerarenopleidingen basisonderwijs.
     

 

 

Naar het archief >>>

 

LEEROMGEVING (1)

Het boek als leeromgeving (Comenius).jpg

 

De invoering van het schoolboek als leeromgeving gaat terug op de theoloog, pedagoog en didacticus Johan Amos Comenius (1592 - 1630). Zijn uitgave van ‘De Orbis Sensualium Pictus' werd een wereldwijd succes. Het originele didactisch gebruik van beelden om de wereld voor leerlingen zichtbaar en toegankelijk te maken, is een van de opvallende kwaliteiten van het meesterwerk. Comenius was zijn tijd ver vooruit. Zo propageerde hij de begeleidende rol van de onderwijsgevende. In dit verband een citaat: "Erstes und letztes Ziel unserer Didaktik soll es sein die Unterrichtsweise aufzuspüren und zu erkunden bei welcher die Lehrer weniger zu lehren brauchen, die Schüler dennoch mehr lernen." Dit moderne principe heeft Comenius in 150 hoofdstukken op elementaire wijze vorm en inhoud gegeven. Nog een bijzonderheid: ‘De Orbis Sensualium Pictus' is het eerste boek waarin het Jodendom, het Christendom en de Islam naast elkaar als geestelijke stromingen worden behandeld.

LEEROMGEVING (2)

Voorbeeld van een digitale leeromgeving (anno ...

 

Met de opkomst van de computer werd al gauw gezocht naar effectieve educatieve toepassingen. Dat heeft vanaf de beginjaren '90 geleid tot de ontwikkeling van elektronische leeromgevingen. Het bijgaande plaatje is een screenshot van een programma uit 1993 waarmee gebruikers geheel zelfstandig medische deskundigheid kunnen verwerven. Deze leeromgeving biedt daartoe de nodige ondersteuning. Onder andere door een aanbod van een oriënteringsbasis; een geheel van gestructureerde leertaken; een adequate kennisbasis, en alternatieve vormen van kennisrepresentaties.
Opmerkelijke is dat de begeleidende deskundigen als digital assistants zijn ingebouwd.
De ontwikkeling van digitale leeromgevingen heeft tot reeks nieuwe inzichten geleid die zich laten toepassen bij het ontwerp en het gebruik van reguliere leeromgevingen in het onderwijs.

LEEROMGEVING (3)

Ontwerp Leeromgeving Profeten - Rainer Oberthür ...

 

Kindertheologische leeromgevingen zijn geen utopie. Reeds ontwikkelde hermeneutische onderwijsarrangementen geven exemplarische aanwijzingen voor wat we onder theologische kwaliteit en kindertheologische geletterdheid kunnen verstaan. Daarvan zijn inspirerende schoolvoorbeelden te vinden in het werk van de godsdienstpedagoog Rainer Oberthür. Zie bijvoorbeeld zijn eerder op deze site vermelde leeromgeving over profeten (1998).
Oberthür oriënteerde zich bij het ontwerp van zijn buitengewoon veelzijdige leeromgevingen op het concept van de godsdienstpedagogen Nipkow en Schweitzer: het model Elementariseren. Dit model is gebaseerd op het gedachtegoed van de onderwijskundige Klafki en fungeert als uitgangspunt voor de ontwikkeling van kindertheologische leeromgevingen. Zie voor een uitwerking in het Nederlandse taalgebied: de Vakdidactiek Verwonderen & Ontdekken, blz. 111 - 124.