homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

CORINA NAGEL - HERWEIJER / JUNI JULI 2011

...

 

Blikopeners voor GVO-docenten

Corina Nagel - Herweijer


Studiemiddag

Onlangs reisden ruim 30 GVO-docenten af naar Nijkerk. Daar had de HGJB (Hervormd Gereformeerde Jeugdbond) een studiemiddag georganiseerd rond de recent uitgegeven methode BijbelWijs. Deze methode biedt leerlingen in het openbaar onderwijs verschillende mogelijkheden om kennis te maken met Bijbelverhalen en andere gegevens uit de christelijke traditie. Via de verhalen leren zij zich in principe te verdiepen in levensvragen. Voorts wordt hun eigen godsdienstige ontwikkeling gestimuleerd en tevens leren zij respectvol om te gaan met mensen die er een andere levensbeschouwelijke overtuiging op na houden (Mesman, Verkuyl & Spinder, 2011).

Vierslag

Tijdens de studiemiddag GVO konden de docenten kiezen uit vier verschillende workshops. Die hadden elk op zich een of andere relatie met de methode BijbelWijs. Naast een workshop (1) over het vertellen van (bijbel)verhalen, en een workshop (2) over het werken met de methode BijbelWijs, hadden twee workshops niet alleen een relatie met BijbelWijs, maar ook een relatie met de vakdidactiek ‘Verwonderen & Ontdekken' van Valstar, Kuindersma en collega's (2008). Zo ging de workshop (3) van Johan Timmer over het Theologiseren met kinderen (Tmk). Binnen BijbelWijs wordt Tmk namelijk als werkvorm in de lessen ingebracht.
In mijn eigen workshop (4) stond de onderwijsvoorbereiding met behulp van het V&O-model Elementariseren centraal. Van dit model is bij de ontwikkeling van BijbelWijs gaandeweg steeds meer gebruik gemaakt.
Tijdens mijn workshop heb ik mij beperkt tot het creatieve proces van de lesvoorbereiding. Om een mogelijke overlap met de workshop van mijn collega over het Theologiseren met kinderen te voorkomen, ben ik op het communicatieve aspect van theologiseren niet verder ingegaan.

Kiezen

Vijftig minuten lijkt lang, maar is te kort om docenten op een goede manier kennis te laten maken met de godsdienstdidactiek Verwonderen & Ontdekken. Temeer omdat die voor veel GVO-docenten volstrekt nieuw is. Bovendien leert deze godsdienstdidactiek docenten behoorlijk anders naar een godsdienstles te kijken, dan normaliter gebruikelijk is. Hier liep ik dan ook bij de voorbereiding van mijn workshop tegen aan. Alle aspecten van de vakdidactiek V&O uitvoerig behandelen, zou eenvoudigweg niet mogelijk zijn. Ik moest dus elementaire keuzes maken. Daarom heb ik mij om te beginnen eerst nadrukkelijk afgevraagd wat ik bij de bezoekers van de workshop na afloop bereikt wilde hebben. Omdat ik geloof dat intrinsieke motivatie mensen uitnodigt tot een nadere verdieping, vond ik het ‘t allerbelangrijkste om iets van mijn eigen enthousiasme op hen over te brengen. Uiteraard moet ‘enthousiast worden voor iets nieuws' gepaard gaan met een inhoudelijke kennismaking. Vandaar dat de aandacht voor het principe van de wederkerige ontsluiting en de gereedschapskist van het model Elementariseren met haar zes spotlights in mijn verhaal een prominente plek kregen.

Wederkerige ontsluiting

Het ging bij de bijeenkomst in Nijkerk niet om een lezing, maar om een workshop. Voor de docenten was er derhalve het nodige werk aan de winkel. Zij kregen om te V&O - Dia 1 - Wederkerige ontsluiting.JPGbeginnen de vraag voorgelegd wat volgens hen ‘een goede GVO-les' is. De docenten brachten allerlei zaken in en belichtten zowel vakinhoudelijke als procesmatige aspecten. Samenvattend: zij vonden een goede en veilige sfeer; het hebben van een duidelijk doel; en het kennismaken met Bijbelverhalen en het aansluiten op de leefwereld erg belangrijk. Deze punten werden plenair geïnventariseerd en besproken. Later kon ik ze weer gebruiken om de nieuwe inzichten van Verwonderen & Ontdekken te koppelen aan de aandachtspunten die de docenten GVO zelf goed en belangrijk vonden en waar zij dus al tijdens hun eigen lessen naar streefden.
Vervolgens gaf ik informatie over het principe van de zogenoemde wederkerige ontsluiting. Dit basale principe presenteerde ik als ‘de alternatieve derde manier' om naar de godsdienstlessen te kijken. Deze derde manier contrasteert namelijk met gangbare manieren, (- die in veel vormen van godsdienstonderwijs en ook binnen het GVO voorkomen), waarbij godsdienstonderwijs, of eenzijdig als (1) uitleg van de traditie, of omgekeerd, eenzijdig als (2) uitleg van het bestaan wordt uitgelegd (Valstar, et al., 2008, p. 87). Klik hier voor een Pdf van deze pagina.
De derde manier van de wederkerige ontsluiting maakte ik concreet door de didactiek van Jezus in zijn ontmoeting met de Emmaüsgangers als voorbeeld te nemen. In de passage Lukas 24:13-35 wordt duidelijk dat Jezus zelf de eerder genoemde didactische eenzijdigheden overstijgt. In zijn gesprek met de Emmaüsgangers verbindt hij vanuit het retroperspectief van de opgestane de uitleg van het actuele bestaan met de uitleg van de traditie (Valstar, et al., 2008, p. 96 - 99).

Elementariseren

Na de verheldering van het principe van de wederkerige ontsluiting, werkten we de inhoud verder uit met behulp van de gereedschapskist van het model V&O - Dia 2 - Integraal Model Elementariseren.JPG ...Elementariseren. Opnieuw moesten de GVO-docenten aan de slag. Zij kregen de opdracht om Genesis 37 te lezen, - te weten: het gedeelte waarin Jozef zijn broers tegen zich in het harnas jaagt en uiteindelijk, nadat hij in de put is beland, aan kooplieden wordt verkocht. Nadat we deze passage hadden gelezen, liepen we achtereenvolgens alle zes spotlights langs, te weten: Structuur & context, Levensbetekenissen, Ervaringen, Toegangen, Incentieven & media en Leeractiviteiten (zie ook de uitvoerige toelichting in V&O: blz. 114 - 124.)
Met behulp van een hand-out gaf ik steeds per spotlight een korte toelichting. Vervolgens kregen de docenten de opdracht de betreffende spotlight toe te passen op de gelezen passage. Met elkaar zochten we naar de Structuur en context in Genesis 37 en merkten we op dat we het een en ander eigenlijk niet los konden zien van de overige hoofdstukken over Jozef en de samenhang met het boek Genesis als geheel. We zagen dat iedere docent kennelijk een eigen insteek heeft. En we ontdekten tegelijkertijd tussen de bedrijven door heel veel raakvlakken met de leefwereld van de kinderen.
Verder zochten we naar aansprekende incentieven bij dit verhaal.
Zo pasten alle deelnemers aan de workshop op hun eigen manier de zes spotlights van het model Elementariseren toe. Dat leverde allerlei nieuwe zienswijzen op. En de nodige gesprekken.

Opbrengst

Voor de laatste stap bij de lesvoorbereiding hadden we in de workshop helaas niet veel tijd over.

De opbrengst van het werken met de zes spotlights uit het model Elementariseren moest natuurlijk verwerkt worden tot een les met een helder thema, een helder doel, verschillende lesfasen en aansprekende werkvormen.
Toen we met elkaar met behulp van de zes spotlights door het model Elementariseren navigeerden, merkten we dat er langzaamaan al een concrete les ontstond en dat het omzetten van de oogst van het eerdere denkproces nog maar een kleine vervolgstap was.
De aanwezige GVO-docenten, - van wie velen zelf de methode BijbelWijs gebruiken, heb ik tenslotte een methodische lesprogrammering aangeraden, met een thema, een lesdoel en de beschrijving van een complete les, opgedeeld in de opeenvolgende lesfasen, met achtereenvolgens aandacht voor: de instap, de voorkennis, de verwerving en de verwerking.
Maar wanneer docenten gewend zijn aan een andere lesopzet, of aan een ander lesformulier, is dat natuurlijk geen enkele belemmering. In alle gevallen kan de oogst van het werken met de gereedschapskist van het model Elementariseren worden gebruikt bij het ontwerp en de ontwikkeling van fascinerende godsdienstlessen.

Kennismaking smaakt naar meer

De workshop ronde ik tenslotte af met de veronderstelling dat ik de docenten wellicht enthousiast gemaakt zou hebben voor deze nieuwe didactiek. En dat ze tijdens hun eigen lesvoorbereiding waarschijnlijk tijdens hun eigen lesvoorbereiding goed aan de slag zouden kunnen gaan met de principes van de wederkerige ontsluiting en de concretisering daarvan via het model Elementariseren.
Een lesvoorbereiding waarin met de V&O-principes rekening is gehouden, doet in ieder geval in godsdienstpedagogische zin enerzijds meer recht aan de religieuze en godsdienstige ontwikkeling van kinderen en anderzijds meer recht aan de levensbetekenissen van de Bijbelse inhoud.
Wanneer beide dimensies optimaal worden gehonoreerd, doen we niet alleen recht aan de leerlingen, maar ook recht aan het vakdomein van het Godsdienstig VormingsOnderwijs (GVO) in de openbare basisschool.

 

Dat de betreffende docenten inderdaad enthousiast waren, bleek uit de vragen en de opmerkingen die ik na afloop van de workshop kreeg. Zoals bijvoorbeeld: ‘Hoe pas ik het deze benadering toe op de Paasgeschiedenis?', - of: ‘Wat voor soort werkvormen kun je gebruiken om een Bijbelverhaal volgens de principes van de wederkerige ontsluiting te verwerken?'. De godsdienstdocenten reageerden heel enthousiast. Maar minstens zo belangrijk was het gegeven dat zij door de workshop ook met nieuwe vragen kwamen.

 

In een workshop van een krap een uur kun je docenten hooguit een globaal beeld geven van een godsdienstdidactiek die voor hen waarschijnlijk helemaal nieuw is. Je kunt hen hooguit stimuleren zich er verder in te verdiepen. Maar je kunt vakdocenten binnen een beperkt tijdsbestek natuurlijk niet zo diepgaand trainen, dat ze de betreffende nieuwe inzichten direct en zomaar zelf goed kunnen toepassen. Zo hadden we voor iedere spotlight uit het model Elementariseren slechts een paar minuten de tijd. Realistisch bekeken is dat natuurlijk te kort om informatie te geven en om de docenten de gegeven informatie ook nog eens te laten te laten toepassen. In de workshop kwamen we nu in feite eigenlijk niet veel verder dan het ‘snuffelen aan'.
Als we over meer tijd hadden kunnen beschikken, waren we in groepjes uiteen gegaan, hadden we de tijd kunnen nemen om de nieuwe informatie echt te laten landen, en hadden we de tijd kunnen nemen om aan de hand van de zes spotlights een aantal fantastische lessen te ontwerpen. En hadden we door de presentatie van de verschillende lesontwerpen nog veel meer van elkaar kunnen leren. Maar helaas, helaas, in het beperkte kader van de workshop ontbrak daartoe eenvoudigweg de tijd.

Scholing en training

Het handboek Verwonderen & Ontdekken (Valstar et al., 2008) presenteert, met haar aandacht voor de conceptuele drieslag van (1) het principe van de wederkerige ontsluiting, (2) het Elementariseren als multiperspectivisch model voor de onderwijsvoorbereiding, en (3) het theologiseren met kinderen (Valstar, 2007. Kuindersma, 2008) een krachtige vakdidactiek voor het godsdienstonderwijs, die niet alleen aansluit op de hedendaagse visie op goed onderwijs, maar ook binnen het vakdomein vernieuwend en verrassend is. De vakdidactiek vraagt van de docenten dat zij op een ongebruikelijke en andere manier kijken naar hun leerlingen, de lesinhoud, de leeractiviteiten en tevens naar hun eigen rol als docent. De nieuwe kindertheologische manier van werken vraagt dus een flinke omschakeling van de docent GVO. Voor een dergelijke verandering is een enkele workshop uiteraard veel te beperkt. Docenten zullen met deze vakdidactiek en vakpedagogiek moeten leren werken. Hiervoor hebben zij een adequate professionele scholing en training nodig.

 

In dit verband het volgende. Een jaar geleden deed ik in het kader van mijn studie onderzoek naar de factoren die de implementatie van het onderwijsconcept ‘exemplarisch onderwijs' stimuleren. Exemplarisch onderwijs vertoont een flink aantal overeenkomsten met de vakdidactiek zoals die wordt gepresenteerd in Verwonderen & Ontdekken. Ook in exemplarisch onderwijs gaat men bijvoorbeeld uit van elementaire lesinhouden, spelen incentieven een belangrijke rol en is er een zelfde belangrijke plaats ingeruimd voor het klassengesprek (Kalkman, Veldman, De Kool & Reijnoudt, 2005). Uit het onderzoek bleek dat uitgebreide scholing een belangrijke factor was voor een succesvolle implementatie van het onderwijsconcept (Blom, Herweijer & Meijer, 2010). Gezien de overeenkomsten tussen beide concepten, lijkt het mij aannemelijk dat docenten ook goede scholing nodig hebben om de principes van Verwonderen & Ontdekken goed in hun lessen toe te kunnen passen. Professor Petra Freudenberg-Lötz (2009), die veel onderzoek doet naar vaardigheden met het oog op Theologiseren met kinderen, beaamt dat een docent voor deze vorm van onderwijs specifieke vaardigheden nodig heeft, die over het algemeen genomen via scholing kunnen worden verworven. Kortom, docenten hebben scholing nodig als zij willen gaan werken vanuit het meeromvattende concept van Verwonderen & Ontdekken. Die scholing gaat veel verder dan ik hen in het korte tijdsbestek van een workshop kon bieden.

Basiscursus

Momenteel wordt er binnen het circuit PC GVO nagedacht over het bijscholingsaanbod voor de docenten. Veel van de GVO docenten hebben tijdens de afgelopen BijbelWijs-studiemiddag, - of tijdens eerdere scholingsbijeenkomsten via workshops kennis gemaakt met Verwonderen & Ontdekken en zijn hier enthousiast over geworden. Ik zou het prachtig vinden wanneer deze groep docenten dit enthousiasme verder vorm en inhoud zou kunnen geven. Hierbij is een basale scholing naar mijn idee onmisbaar. Het zou in mijn ogen goed zijn wanneer er op redelijk korte termijn een basiscursus Verwonderen & Ontdekken wordt ontwikkeld. Deze cursus moet dan in ieder geval uitgebreid ingaan op de pedagogische visie op het kind en op sleutelbegrippen zoals de wederkerige ontsluiting en het concept Elementariseren. En last but not least: het hoe en wat van het kindertheologische gesprek. Uiteraard is voor een V&O - Dia 3 - Tmk en de drie beroepsrollen.JPG ...dergelijke basiscursus het verwerven van vakinhoudelijke kennis over het onderwerp, of het thema dat aan de orde komt belangrijk. Minstens even belangrijk is evenwel het oefenen van de benodigde vaardigheden en het intensieve proces van het leren van en met elkaar als docenten.

 

 

Als het goed is zullen GVO-docenten aan zo'n basiscursus voldoende bagage kunnen ontlenen om met de principes van Verwonderen & Ontdekken aan de slag te gaan. Dat zal ook gelden voor alle andere groepsleerkrachten die optimaal werk van hun godsdienstlessen willen maken.

 

Voor de duidelijkheid: Ik heb de bedoelde cursus op voorhand een basiscursus genoemd. Ik vermoed namelijk dat de docenten, - nadat ze de basiscursus hebben gevolgd en ermee in de praktijk aan de slag zijn geweest, nieuwe vragen en daarmee nieuwe behoeften aan bijscholing krijgen. Na de basiscursus zullen dan waarschijnlijk ook verdiepende opleidingstrajecten wenselijk zijn. Hoe deze er uit moeten zien, hangt - wat mij betreft, af van de vragen en ervaringen uit het veld.

 

Al met al: binnen de gegeven tijd kon ik de aanwezige docenten alleen maar prikkelen en enthousiast maken. Om goed met de gegeven innovaties aan de slag te kunnen, hebben GVO-docenten meer scholing en meer begeleiding nodig. Hopelijk komt daarom de basiscursus Verwonderen & Ontdekken snel op de markt, - zodat de docenten zich verder kunnen verdiepen en bekwamen in deze mooie en bijzondere godsdienstdidactiek.

 


Literatuur

  • Blom, P.D., Herweijer, C.H. & Meijer, W. (2010). Succesfactoren voor de implementatie van exemplarisch onderwijs in scholen voor primair onderwijs (Bachelor thesis, Universiteit Utrecht, Nederland). Download hier.
  • Freudenberg-Lötz, P. (2009). ‘I didn't know that God can speak ..'. Theological conversations with children. Changes and challenges for teacher training. In G.Y. Yversen, G. Mitchell & G. Pollard, G. (Eds.). Hovering over the face of the deep. Philosophy, theology and children (pp. 85-93). Münster, Duitsland: Waxmann.
  • Kalkman, B., Veldman, J., Kool, R.F. & Reijnoudt, W. (2005). Onderwijskunst. Handboek voor exemplarisch onderwijs. Gouda, Nederland: Driestar Educatief.
  • Kuindersma, H. (2008). Van kindervragen naar kindertheologie. Een introductie van een nieuwe godsdienstpedagogische aanpak. In: Praktische Theologie, 35(1), 3-18.
  • Mesman, M., Verkuyl, W. & Spinder, H. (2011). Godsdienstig vormingsonderwijs op openbare basisscholen. Informatiebrochure van het Protestants Centrum GVO. Utrecht, Nederland: Stichting Protestants Centrum voor Godsdienstig Vormingsonderwijs. Download hier.
  • Valstar, J.G. (2007). Elementariseren als multiperspectivisch model voor onderwijsvoorbereiding.
    in: VELON Tijdschrift voor lerarenopleiders. Jrg. 28 (3).
  • Valstar, J.G. , Kuindersma, H. , Spronk, K., Kraft, F. & Endedijk-Griffioen, T. (2008). Verwonderen & Ontdekken. Vakdidactiek godsdienst primair onderwijs. Amersfoort, Nederland: NZV Uitgevers.

 

  • Corina Nagel - Herwijer -Opl. GVO-.jpgCorina Nagel-Herweijer startte haar loopbaan als docente GVO. Na een onderbreking, waarin zij als missionair adviseur veel cursussen en trainingen verzorgde, keerde zij weer terug naar het GVO-veld. Zij werkte als educatief auteur mee aan de GVO-methode BijbelWijs en startte een jaar geleden als een van de 10 regiobegeleiders van PC GVO. Corina richt haar aandacht momenteel op de onderwijswetenschappen. De pre-master rondde zij af aan de Universiteit Utrecht, de master volgt zij aan de Open Universiteit. Corina specialiseert zich tijdens haar masterstudie in de godsdienstdidactiek en de godsdienstpedagogiek.

 

Naar het archief >>>

 

GVO-WORKSHOP

GVO - Nijkerk.jpg

 

De nieuwe kindertheologische benadering van V&O roept steeds meer belangstelling op. Niet alleen in Nederland, maar ook in België. Dat laat zich ook aflezen uit de verzoeken om bijdragen te leveren aan studiedagen en trajecten voor professionalisering. Tegelijkertijd begint zich naast de reguliere dagopleidingen tevens een beeld af te tekenen van diverse kleinschalige bijeenkomsten. In de bijgaande column geeft docente Corina Nagel een korte impressie van zo'n bijeenkomst. Het gaat in dit geval om een workshop voor GVO-docenten. Zij verzorgen op openbare basisscholen het (facultatieve) vak godsdienstig vormingsonderwijs.