homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

JOHAN VALSTAR / JANUARI FEBRUARI 2012

...

Friedrich Schweitzer over de didactische uitdaging

 De derde kindertheologische ontwikkelingsfase


Johan Valstar

Intro

Onlangs verscheen een opmerkelijke publicatie onder de titel: Kindertheologie Prof.  F. Schweitzer.jpgund Elementarisierung. De auteur is de internationaal vermaarde godsdienstpedagoog prof. Friedrich Schweitzer uit Tübingen. In zijn voor een breed publiek geschreven betoog, legt hij een stevige basis voor de integratie van de godsdienstpedagogische benadering van de kindertheologie en de didactiek van het model Elementariseren. Schweitzer maakt duidelijk dat die twee componenten in hun onderlinge samenhang de nodige perspectieven bieden om de urgente didactische uitdaging in de alledaagse onderwijspraktijk aan te gaan. Met de ondertitel: Wie religiöses Lernen mit Kindern gelingen kann, geeft hij aan niets meer en niets minder te willen bereiken dan een kwalitatieve upgrade van de reguliere onderwijspraktijken. Daartoe dienen onderwijsgevenden niet alleen over godsdienstpedagogische competenties te beschikken, maar net zo goed over een adequate vakdidactische gereedschapskist, waarmee zij leerprocessen met een zekere godsdienstpedagogische kwaliteit kunnen ontwerpen. En wel zodanig dat die voor de leerlingen werkelijk zinvol en de moeite waard zijn.

Valkuil

Het is niet zonder reden dat we hier attenderen op het belang van de vakdidactische uitdaging. Afgaande op de godsdienstpedagogische literatuur in het Nederlandse taalgebied, kunnen we ons niet aan de indruk onttrekken dat het aspect van het vakdidactisch handelen wordt verwaarloosd en veel meer aandacht verdient. Gangbare academische reflecties ten aanzien van ‘godsdienstpedagogische dimensies en spanningsvelden' mogen in wetenschappelijke zin hoogst interessant zijn, het feitelijk effect daarvan blijft arbitrair. Zeker wanneer elementaire kwesties zoals de toe-eigening van nieuwe inzichten en de didactische transfer buiten beschouwing blijven en eenvoudigweg worden overgelaten aan de werkers in het opleidingsonderwijs en het annexe onderwijsveld. Die valkuil komen we in Kindertheologie und Elementarisierung in ieder geval niet tegen.

Uitgangspunt

De vraag hoe het religieuze of godsdienstige leren van kinderen anno nu op een zinvolle manier vorm en inhoud kan krijgen, is voor Schweitzer het alles bepalende uitgangspunt. Zijn vraag komt niet zomaar uit de lucht vallen. De tijden zijn ingrijpend veranderd. En ook de wereld waarin kinderen opgroeien. De postmoderne samenleving waarin zij hun eigen weg dienen te vinden, vertoont steeds meer kenmerken van complexe verschuivingen die gewoonlijk worden aangeduid met termen als secularisering, individualisering en pluralisering.
Veel kinderen doen anders dan voorheen nog maar weinig, - of zelfs helemaal geen directe ervaringen meer op met godsdienstige tradities. Laat staan dat zij op de een of andere manier de gelegenheid krijgen om mogelijke relevante levensbetekenissen te ontdekken. Schweitzer stelt dat gebruikelijke vormen van godsdienstige opvoeding en onderwijs toe zijn aan een krachtige upgrade. De realiteit van de sterk veranderde voorwaarden en uitgangsposities voor opvoeding en onderwijs inspireerde hem om zijn eerdere kindertheologische inzichten op een nog niet eerder vertoonde systematische wijze heel nadrukkelijk te verbinden met de didactische praktijk van het elementariseren. Met behulp van de integrale benadering van godsdienstpedagogische inhouden en de daarmee sporende vakdidactische processen kan naar zijn opvatting worden voorzien in het ontwerp van meeromvattende kindertheologische onderwijspraktijken. Dergelijke leeromgevingen zouden meer kwalitatieve speelruimte kunnen bieden voor leerprocessen die, - al naar gelang de respectievelijke doelstellingen, daadwerkelijk recht doen aan de levensbeschouwelijke -, religieuze -, en godsdienstige ontwikkeling van kinderen in het basisonderwijs. Met die veronderstelling is Schweitzer bepaald geen roepende in de woestijn. Zo is het niet toevallig dat uitgerekend de vraag naar krachtige leeromgevingen het centrale thema was tijdens de vorig jaar aan PThU te Kampen gehouden internationale conferentie over kindertheologie.

Hoofdlijn

Om een eerste indruk te geven van Schweitzer's boek ‘Kindertheologie und Cover F. Schweitzer.jpgElementarisierung', noteren we hier de hoofdlijn van zijn betoog. De auteur zet in met enkele herkenbare kindertheologische ervaringen die voor de lezers als reële blikopeners kunnen werken. Vervolgens verheldert hij de beide hoofdthema's: kindertheologie en elementariseren in hun onderlinge samenhang. Exemplarisch bespreekt hij daarna een viertal vakinhoudelijke kwesties vanuit een kindertheologische perspectief. Zij hebben achtereenvolgens betrekking op verdiepende oriëntaties naar aanleiding van kindervragen, voorstellingen van kinderen, interpretaties van kinderen en de vraag naar de omgang met andere religies. In het afsluitende hoofdstuk typeert Schweitzer zijn integrale benadering aan de hand van vijf stellingen als een nieuwe didactische uitdaging.

Derde fase

Wanneer we terugkijken op de kindertheologische ontwikkelingen in het afgelopen decennium, kunnen we constateren dat de kindertheologische focus zich verbazend snel heeft ontwikkeld tot een nieuw richtinggevend paradigma. Dat blijkt alleen al uit de indrukwekkende reeks artikelen die in de serie Jaarboeken bij de Duitse uitgeverij Calwer Verlag zijn verschenen. Daarin vinden we talrijke verslagen van experimenteel onderzoek en bijbehorende reflecties op academisch niveau. Het is opmerkelijk dat Schweitzer met zijn Fase 3 - Innovatie Kindertheologie.JPGnieuwe publicatie een stap verder gaat en daarmee in feite een derde fase markeert in de voorgaande kindertheologische ontwikkeling. Aanvankelijk waren de kindertheologische verkenningen vooral gericht op wetenschappelijke reflectie ten aanzien van (1) experimentele onderwijspraktijken, en (2) academisch onderzoek naar de aard en de inhoud en de meerwaarde van kindertheologische communicatie. Met zijn onderbouwde benadering geeft Schweitzer een fundamentele aanzet tot innovatieve ontwikkelingen waarbij de focus valt op (3) het didactische ontwerp van krachtige kindertheologische leeromgevingen.

 

In dit verband nog een enkele kanttekening. Hoewel Schweitzer niet naar de eminente onderwijsfilosoof Dietrich Benner verwijst, honoreert hij naar mijn opvatting wel diens overtuigende pleidooi om te komen tot een inductieve innovatie en transformatie van de godsdienstige traditie (Benner 2004 a, 2004 b). De inzichten van Benner worden ook in Nederland gewaardeerd. Zo blijkt de godsdienstpedagoog Siebren Miedema bij herhaling getriggerd te zijn door gedachten van Benner (Miedema 2004, 2006, 2009). In het kader van zijn overwegingen en vragen ten aanzien van de terugkeer en de verdwijning van religie wijst Miedema nadrukkelijk op Benner's artikel: ‘Opvoeding en traditie: behoud, verandering, vernieuwing' (2004 a). Vanwege de complexiteit van de materie moeten we het in deze column laten bij deze kanttekening. Bij een latere gelegenheid komen we graag uitvoeriger terug op de boeiende vernieuwingsvraag. Resumerend: we blijven van mening dat Schweitzer's nieuwe uitgave ‘Kindertheologie und Elementarisierung' kan worden opgevat als een ter zake dienende vakdidactische blikopener en tegelijkertijd als richtinggevende oriënteringsbasis voor de door Benner beoogde transformatie van de godsdienstige traditie (2004 b).

Flash back

Voor de kernredacteuren van Verwonderen & Ontdekken kwam Schweitzer's boek als een regelrechte verrassing. De door hem bedoelde didactische uitdaging werd door hen al eerder ter hand genomen. De directe aanleiding was de wens om een eigentijdse vakdidactiek voor aankomende leraren basisonderwijs te schrijven. Vanuit het noodzakelijke oogpunt van onderwijsresearch, ondernamen zij in 2006 een studiereis naar het toonaangevende godsdienstpedagogische instituut van Loccum. De rector prof. Friedhelm Kraft was zo vriendelijk een uitgebreid overzicht te geven van de ontwikkelingen en de toenmalige Duitstalige godsdienstpedagogische status quo. RPI Loccum - Rector Friedhelm Kraft.jpgOp de bijgaande foto is een achteraf bekeken memorabel moment vastgelegd. Friedehelm Kraft toont het fascinerende werk 'Kinder und die grossen Fragen‘, geschreven door de kindertheoloog Rainer Oberthür (1995). Daarin zien we en passant een afbeelding van het ‘Tübinger Model Elementarisierung'. Dat model zou later richtinggevend worden bij de ontwikkeling van het V&O-concept.
De verkenning in Loccum leverde de nodige inspiratie op. Vervolgens werd experimenteel materiaal ontwikkeld, dat in de jaren 2006 - 2008 tijdens colleges op de Pabo Windesheim werd behandeld en tevens werd beproefd op de mogelijke relevantie en de gebruikswaarde voor het opleidingsonderwijs en de stagepraktijk op oefenscholen. De reacties van studenten uit het eerste en vierde studiejaar werden via Blackboard-enquêtes verzameld. Op basis van de bevindingen werd het ‘Tübinger Model Elementariserung' gaandeweg tot een bruikbare Nederlandse editie getransformeerd. In het Tijdschrift VELON volgde een publicatie onder de titel ‘Elementariseren als multiperspectivisch model voor de onderwijsvoorbereiding. Een bijdrage aan de innovatie van het godsdienstonderwijs' (Valstar 2007). Aansluitend werd het Nederlandse concept Elementariseren in Wenen voorgelegd aan het internationale forum van de European Association of World Religions in Education (EAWRE). Een jaar later verscheen de vakdidactiek Verwonderen & Ontdekken. Tot zover deze flash back.

His master's voice

Voor zover wij weten is prof. Schweitzer nog niet op de hoogte van de Nederlandse editie van het model Elementariseren en de praktische uitwerking daarvan in de vorm van een vakdidactische gereedschapskist voor het domein godsdienstonderwijs / levensbeschouwing in de basisschool. Uiteraard zijn we zeer nieuwsgierig naar zijn deskundig commentaar. Tenslotte is hij samen met zijn voorganger Nipkow de grondlegger van het ‘Tübinger Model Elementarisierung'. We hebben ons dan ook voorgenomen om met hem contact op te nemen. En Tübingen is niet zover weg.

 

Literatuur

  • Benner, D. (2004 a). Opvoeding en traditie: behoud, verandering, vernieuwing. In: H. Van Combrugge & W. Meijer (eds.), Pedagogiek en traditie, opvoeding en religie, Tielt.
  • Benner, D. (2004 b). Erziehung und Tradierung. Grundprobleme einer innovatorischen Theorie und Praxis der Überlieferung. In: Vierteljahrsschrift für wissenschaftliche Pädagogik, 80.
  • Miedema, S. (2004). Religious Education Today: Between James and Durkheim. In Dialogue with Charles Taylor. In: L.F.S. Smith (Ed.). Contextual Pedagogies: Teaching Context as Religious Text. 2004 Proceedings of APRRE Denver, Co.
  • Miedema, S. (2006). Terugkeer en verdwijning van het sacrale in onderwijs en opvoeding. In: A. Dillen & D. Pollefeyt (Red.). God overal en nergens? Theologie, pastoraat en onderwijs uitgedaagd door een „sacraal reveil". Leuven.
  • Miedema, S. (2009) Het samenspel van levensbeschouwelijke opvoeding met cultuur en traditie. In: Oers, B. van, Leeman, Y. & Volman, M. (red). Burgerschapsvorming en identiteitsontwikkeling. Een bijdrage aan pedagogische kwaliteit in het onderwijs. Assen.
  • Nipkow, K. E. (1986) Elementarisierung als Kern der Unterrichtsvorbereitung. In: Katechetische Blätter. Jg. 111. München.
  • Nipkow, K. E. (2005). Pädagogik und Religionspädagogik zum Neuen Jahrhundert, Bd. 1. Gütersloh.
  • Oberthür, R. (1995). Kinder und die Größen Fragen. Ein Praxisbuch für den Religionsunterricht. München.
  • Schweitzer, F. Nipkow K.E., Faust-Siehl, G., Krupka, B.(1995) Religionsunterricht und Entwicklungspsychologie. Elementarisierung in der Praxis. Gütersloh.
  • Schweitzer, F. (2000). Elementarisierung als religionspädagogische Aufgabe. Erfahrungen und Perspektiven. In: Zeitschrift für Pädagogik und Theologie. (52). Themenheft Elementarisierung.
  • Schweitzer, F.(2005) Das Recht des Kindes auf Religion. Ermutigungen für Eltern und Erzieher. Gütersloh.
  • Schweitzer, F. (2011) Kindertheologie und Elementarisierung: Wie religiöses Lernen mit Kindern gelingen kann. Gütersloh.
  • Valstar, J.G. (2007) Elementarisering als multiperspectivisch model voor de onderwijsvoorbereiding. In: VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders 28(3).


Drs JG Valstar.jpgJohan Valstar is vakdidacticus en theoloog. Hij werkte als senior lerarenopleider godsdienst & levensbeschouwing aan de Pabo Windesheim. Hij verricht thans promotieonderzoek met betrekking tot de innovatie van het godsdienstonderwijs aan de lerarenopleidingen basisonderwijs.

 

 

Naar het archief >>>

 

Elementariseren

 

 Het didactische model Elementariseren gaat terug op de onderwijswetenschapper en lerarenopleider Klafki. Hij voerde een pleidooi voor de ‘vormende kwaliteit van het onderwijs'. Klafki was van mening dat iedere leerkracht zichzelf bij elke lesvoorbereiding de kritische vraag diende te stellen naar de zin en betekenis van het onderwijsaanbod voor de leerlingen. Vanuit dat pedagogische perspectief formuleerde hij de tweevoudige vraag: (a) welke inhouden zijn zowel elementair voor het vakdomein, als (b) essentieel voor de ontwikkeling van de leerlingen? Klafki beschouwde het uiteindelijke antwoord op deze vraag als het finale criterium voor goed onderwijs. Aansluitend op de kritische zienswijze van Klafki hebben de hoogleraren Nipkow en Schweitzer het gedachtegoed van Klafki verder uitgewerkt tot het ‘Tübinger Model Elementarisierung'. Dit model fungeerde als centraal referentiekader bij de ontwikkeling van de vakdidactiek Verwonderen & Ontdekken. Hierboven is het de Nederlandse versie van het model Elementariseren weergegeven.