homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

HENK KUINDERSMA / MAART APRIL 2012

...

MAART / APRIL 2012

Pedagoog Martinus J. Langeveld
en theologisch gesprekken met kinderen

Henk Kuindersma


Is Theologiseren met kinderen de nieuwste trend in de godsdienstpedagogiek? Prof. Martinus J. Langeveld.jpgWie dat denkt slaat echt de plank mis. Nederlands grootste pedagoog Martinus J. Langeveld hield zich er in het midden vorig eeuw al mee bezig. Hij dacht na over de betekenis van theologische gesprekken met kinderen in de godsdienstige opvoeding. Hij bracht dergelijke gesprekken trouwens ook zelf in de praktijk met zijn zoontje Dries die in 1944 werd geboren. Hieronder twee voorbeelden. De gespreksfragmenten dateren achtereenvolgens uit 1951 en 1953.

 

Dries: Je kan onze lieve Heer niet zien.
Langeveld: Onze Lieve Heer kan je niet zien, maar de waarheid kan je ook niet zien.
Dries: En de moeheidkan je ook niet zien en de buikpijn en de jaren en het denken kan je allemaal niet zien. [1]

 

Langeveld: Wat is het belangrijkste van God?
Dries: Dat-ie zo machtig is. Dat-ie een dode weer... uh ... kan laten leven... zoals in de Bijbel en in de hemel.
Langeveld: Wat is voor jezelf het belangrijkste van God?
Dries: Dat-ie altijd voor je zorgt en op je past. [2]

 

Deze gespreksmomenten van pedagoog Martinus Langeveld doen sterk denken aan Theologiseren met kinderen. Het roept de vraag op: Hoe nieuw is Theologiseren met kinderen eigenlijk? Was de grote pedagoog Langeveld er al niet mee bezig? En ontwikkelde hij er mogelijk ook gedachten over die verwant zijn met inzichten in de huidige Kindertheologie? Het is de moeite waard om dat in deze column met een wat persoonlijk tintje en een actuele aanleiding na te gaan.

Biografie Langeveld

Daar lag het boekwerk dan voor me: de biografie van de Martinus J. (Jan) Biografie.jpgLangeveld (1905-1989). Meteen nadat ik er van wist, had ik het besteld. Op de omslag staat het portret van Nederlands meest bekende pedagoog. Hij kijkt me ernstig en onderzoekend aan. Voor het eerste zie ik zijn gezicht. Een ‘echte prof', stel ik vast: stijlvol en wat afstandelijk. Ik blader in het boek: een mooi uitgeven dikke pil van zo'n vijfhonderd bladzijden. Hier en daar lees ik een stukje. En ik ervaar meteen dat de auteur, de Utrechtse psycholoog Jaap Bos, toegankelijk en onderhoudend schrijft. Herinneringen komen op. Van de Kweekschool: hoe we worstelden met Langevelds Beknopte theoretische pedagogiek: hét leerboek opvoedkunde in die tijd. Wat hebben we er veel van geleerd en erover gediscussieerd!
Op de Universiteit stond het leerboek opnieuw prominent op de lijst. En daar werd ik nog meer deelgenoot van Langevelds rijke gedachtewereld, van zijn diepe inzichten in de leefwereld van kinderen en de opvoeding die ze nodig hadden.

 

Beïnvloeding

Als geen ander heeft Langeveld me warm gemaakt voor ‘het opvoedingsvak'. Hij leidde me naar de opvoedingswerkelijkheid: de dagelijkse omgang van opvoeder en kind, die als kenmerk had, dat deze elke moment in (bedoeld) opvoeden om kon slaan. In dat verstaan noemde Langeveld die omgang in treffende bewoordingen een pedagogisch gepreformeerd veld. En in dat veld Langeveld - Theoretische Pedagogiek.jpgkon je als opvoeder alleen goed handelen als je wist dat het kind afhankelijk van je is en op je opvoeding is aangewezen. Maar tegelijkertijd wil het kind ook iemand zijn en steeds meer iemand worden. En dat moet ook. Het opvoedingsdoel sluit daarop direct op aan: mondig worden. Maar dat klonk veel te alledaags. Langeveld kwam daarvoor tot de mooi allitererende frase: het doel van de opvoeding is zelfverantwoordelijke zelfbepaling. En opvoeders moeten kinderen hierin voorgaan.
Van veel pedagogen heb in mijn opleidingen het werk bestudeerd. Maar Langeveld bleef met mijn uitgesproken favoriet. Ik verzamelde boeken en geschriften van hem. En nu, zoveel jaren verder, staat met het verschijnen van zijn biografie alles uitgebreid en samengevat in één band. En dat vind ik toch wel heel bijzonder.

Kind en Religie

Mijn blik ging langs het rijtje ‘Langeveldboeken' en ‘Langeveldgeschriften' op mijn boekenplank en bleef rusten bij zijn Kind en Religie. Enige vragen voorafgaande aan een ‘godsdienstpedagogiek', Utrecht 1956. Zou Jaap Bos ook aandacht hebben voor Langevelds studies over kinderen en godsdienstige opvoeding, vroeg ik me af. Het uitstekende register bracht me direct naar bladzijde 313/314 en volgende. Waarbij de beide gesprekjes met zoon Dries - zoals boven afgedrukt - in het oog sprongen.

Intermezzo: John Hull

Het lijkt John Hull wel dacht ik meteen, de ook in Nederlandse kringen bekende Engelse godsdienstpedagoog. Hull voerde ook gesprekjes met zijn kinderen, dacht er over na en schreef er een veel geciteerd boekje over: God-talk with Young Children. Notes for Parents and Teachers, Derby 1991. Het heeft velen aangesproken. Een voorbeeld hieruit (John Hull 1991, 12):

 

Kind 1(zes jaar): Zijn er bijna overal bacteriën?
Ouder: Ja, ik denk dat er bijna overal bacteriën zijn.
Ze zijn zeker overal in dit huis.
Kind 1: De bacteriën zijn als God (triomfantelijk), want God is ook overal.
Kijk (terwijl hij met de vinger op het tafelkleed drukt) hier is een bacterie en daar is God (lacht).
Ouder: Ja, dat is hoe God lijkt op een bacterie.
Maar hoe lijkt God niet op een bacterie?

Kind 2 (acht jaar): Bacteriën zijn met velen, maar God is één.

 

De vraag Maar hoe lijkt God niet op een bacterie? van vader John Hull karakteriseert zijn aanpak om in metaforische taal kinderen betekenissen te laten ontdekken. Zijn kleine boekje, zo'n zestig bladzijden, bevat zo nog veel meer prachtige inzichten en handreikingen.
Voor Friedrich Schweitzer, toonaangevend Duits godsdienstpedagoog, was John Hull met dit soort gesprekjes de eigenlijke ‘founding father' van Theologiseren met kinderen. [3] Maar was Langeveld vijftig jaar eerder ook al niet met kindertheologie bezig?

Langeveld en theologische gesprekken

Niet alleen zijn theologisch gesprekjes met de eigen zoon Dries, maar ook die van andere opvoeders en kinderen schreef Langeveld op. En dat ontdekte ik, aangezet door Bos' biografie in mijn eigen verzameling ‘Langeveldgeschriften'. Ik vond daarin bijvoorbeeld het gesprek van grootmoeder en Jan. En wel in Religie in het wereldbeeld van het kind, een gedrukte radio-lezing van Langeveld uit 1964. [4]

 

Jan, zo schrijft Langeveld, is een wat lastige jongen, die bij zijn grootmoeder logeerde. Zij meende, dat Jan maar eens moest proberen wat gehoorzamer te worden. En in het avondgebed vraagt ze of God Jan daarbij te helpen. Maar Jan grijpt onmiddellijk in: "Nee, God, dat heeft oma verkeerd gezegd. Nee God, U hoeft me echt niet te helpen om gehoorzamer te worden: ik wil het heus zelf doen.... En dat zult U later wel zelf zien."

 

Een dergelijke casus, met de focus op de omgang van opvoeder en kind en nog eens speciaal op Jan, die zelf iemand wil zijn, is typerend voor Langevelds denk- en werkwijze. Vanuit de casus gaat hij bevragen wat er plaats vond, gaat hij zoeken naar antwoorden op zijn vragen en zoeken naar een pedagogische en theologische verdieping.
Grootmoeder corrigeert Jan niet, zo ziet hij. Ze neemt Jans geloof - "Ik red het zelf wel met God" - niet af. En dat is goed. En als het gebeuren in een later gesprek een vervolg krijgt, weet Jan heel goed zelf te verwoorden, dat het er niet om gaat wat je belooft, maar wat je doet. Jan neemt Petrus als voorbeeld, die beloofde Jezus niet te verlaten, maar het wel deed. Toch nam Jezus hem later weer als vriend aan.
Hoe komt een kind aan deze associaties, vraagt Langeveld zich af. 'Kennelijk heeft hij zich in zijn godsdienstige opvoeding zich al vroeg een idee van ‘de orde van God' eigen gemaakt. God vraagt dan wel om gehoorzaam te zijn, maar weet ook dat dat niet zo gemakkelijk gaat. Jan heeft er vertrouwen in, dat God hem begrijpt. En dat Gods goede wereld, dat het goede leven en Gods goede orde van vertrouwen en liefhebben ook voor hem is. Ook al gaat het bij nogal eens fout [5].'

Nog eens Langeveld

 

"Moeder," vraagt een jongetje van vier, "is er in de hemel een huisje van God?"
"Nee," antwoordt de moeder.
"Is er dan een tafel van wolken? Is er dan een stoel van wolken?"
"Nee," antwoordt de moeder weer, "zo is het niet."
"Is God dan in de hemel?"
"Jawel," zegt moeder, "hij is overal."
"Als je in een boom klimt en aldoor maar hoger en hoger, kom je dan bij God? .... En als je dood gaat, kom je dan in de hemel bij God wonen en heb dan een bedje? ... En: wat doet, God?"

 

Er is veel uit te leggen en moeder zegt onder meer, dat God alles maakt en verzorgt, de mensen helpt en verdrietige mensen troost. Maar dat roept nieuwe vragen op:

 

"Kan God je dan zien?"
"Ja," antwoordt moeder argeloos.
"Maar wat voor ogen heeft God dan? En waarom kunnen we Hem niet zien.... als Hij toch echte ogen heeft (want wat is zien anders?) ... Is God dan een mens? Is God een engel? Hoe kan God weten dat we aan Hem denken? ... Ik begrijp het goed,"
zegt de jongen: God heeft alles gemaakt, behalve wat niet leeft.... Dat hebben de mensen gemaakt zoals auto's."
Na al zijn vragen denk hij nog eens diep na en sluit het gesprek af met een vraag: "Heeft God alles gemaakt..... Hoe heeft God dan "Niks" gemaakt?"

 

Reflectie

Langeveld heeft de gesprekken met kinderen uiteraard met een bedoeling opgeschreven. Hij wilde er opvoeders belangrijke inzichten mee duidelijk maken. Het basisinzicht - opvoeden vindt plaats in de omgang van opvoeder en opvoedeling - kwamen we al tegen.
Het tweede inzicht, dat Langeveld aanreikt is dat taal voor mensen, kinderen en volwassen, van wezenlijk belang is. Hij schrijft: "Door de taal kunnen we elkaar deelgenoot maken van ons innerlijke leven, door de taal kunnen we ons samen met hetzelfde bezighouden, met taal kunnen we onze gedachten voor anderen toegankelijke maken.
Zo heeft de mens met zijn taal een wereld opgebouwd, waarin ook het kind binnen kan treden en waar het geestelijke rijkdommen geboden krijgt, die in de taal uitgedrukt kunnen worden.
En dat gebeurt hier in de taal van de religie."
Maar juist het taalveld dat klaarligt bij de geboorte roept bij het kind vragen op, moeilijke vragen soms. En dat geldt zeker het taalveld van de religie. "En dat zijn geen kinderlijke vragen, laat staan kinderachtige vragen. Het zijn de grote vragen van het geloof. Gedeeltelijke komt dit, doordat onze taal het kind deelgenoot doet worden van wat het denken van eeuwen uitgedrukt in woorden. Maar de kindervragen worden ook opgeroepen, omdat de zaak zelf zo vol is van Gods geheimenis en ons onvermogen."
Daarom is het, zegt Langeveld, ook zo belangrijk, dat we met het kinderen spreken, de taal van kinderen volgen en met hen zoeken naar antwoorden op hun vragen. En dat ze dat kunnen is voor Langeveld duidelijk: hij noemt een vierjarige met zijn vraag Hoe heeft God dan "Niks" gemaakt? zelfs een kleine filosoof. Zoals in Kindertheologie kinderen kleine theologen worden genoemd.

Actuele context

Er zou nog veel meer uit het werk van Langeveld op te roepen zijn om duidelijk te maken, hoe hij midden vorige eeuw bezig was met theologische gesprekken met kinderen en hoe hij daaraan pedagogische en theologische verdieping verbond. Maar ik denk, dat wel duidelijk is geworden waar de focus van Langeveld lag: op het denken en spreken van de kinderen, op hun taal en op hun vragen. Als pedagoog en van huis uit Neerlandicus lag daar zijn interesse.
Wat deze interesse in de vraagstukken van taal en denken betreft, zien we duidelijke overeenkomsten in interesses en inzichten met de in ons land actuele theorieën de Rus Lev Semenovič Vygotsky (1896-1934), leerpsycholoog en onderwijspedagoog. Met name op het inzicht dat taal als cultuurgegeven reeds bij de geboorte van een kind klaar ligt. En dat betekenisgevende begeleiding, onderwijs en opvoeding nodig zijn om daarin te groeien. Ook voor Theologiseren met kinderen is dit een belangrijk inzicht vanwege het eigen karakter van godsdienstige taal als symbolisch - metaforische taal. [8]
Biograaf Bos stipt eveneens overeenkomstige interesses aan tussen Langeveld en Vygotski op het onderwerp taal en denken. Hij moest echter constateren, dat de naam Vygotski in het werk van Langeveld niet voorkomt. [9]

 

Zo zijn er meer interessante thema's te noemen die de biografie van Langeveld betrekken op de pedagogische situatie van nu. Deze column concentreert echt zich op Langeveld en theologische gesprekken met kinderen. En op de relatie, die kan worden gelegd met het actuele, Europees brede Theologiseren met Kinderen van de jaren 2000.
Maar mogen we op het eind van de deze bijdrage niet de conclusie trekken, dat Langeveld eerder dan Hull en andere godsdienstpedagogen van deze tijd bezig was met het onderwerp Theologiseren met kinderen? Het antwoord op de vraag wie de eigenlijke ‘founding father' was, acht ik echter niet zo relevant. Na deze voorlopige verdieping in Langevelds belangstelling zal duidelijk zijn dat hij naar mijn beleving als een van de eerste Nederlandse gesprekspartners voor de voorgaande reflectie op Theologiseren met kinderen in aanmerking komt. Dat zal na lezing van deze column vast geen punt van discussie zijn.

 

Dr. Henk Kuindersma.jpgDr. Henk Kuindersma is godsdienstpedagoog en als parttime docent en onderzoeker Kinder- en Jongerentheologie verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit, locatie Kampen.

 

 

 

 

 

 


 

[1] Uit: Aantekeningenschriftje Uitingen van kinderen van M.J. Langeveld: dialoog met zoon Dries (1944) op 10 februari 1951.

 

[2] Uit: Aantekeningenschriftje Uitingen van kinderen van M.J. Langeveld: dialoog met zoon Dries (1944) op 3 mei 1953.

 

Bron noot 1. en 2: Jaap Bos, M.J. Langeveld, Pedagoog aan de hand van het kind, Amsterdam 2011, 314.

 

[3] Schweitzer komt tot deze gedachte in zijn artikel Children as theologians: God-talk with children, developmental psychology and inter-religious education. In Dennis Bates e.a. (red.), Education, Religion and Society. Essays in honour of John Hull (bij diens zeventigste verjaardag, H.K.), Oxon 2006.

 

[4] Prof.dr. M. J. Langeveld, De religie en het wereldbeeld van het kind.
In: Rondom het Kind. Pedagogische etherleergang van de N.C.R.V., 1e jaargang, no. 3, 1964, 92/93.

 

[5] Prof.dr. M. J. Langeveld, o.c., 93.

 

[6] Prof.dr. M. J. Langeveld, Spreken en doen. De uitwisseling tussen kind en volwassenen in de wereld der religie. In: Rondom het Kind. Pedagogische etherleergang van de N.C.R.V., 1e jaargang, no. 3, 1964.

 

[7] Prof.dr. M. J. Langeveld, o.c., 95.

 

[8] Henk Kuidersma, Godsdienstige communicatie met kinderen door symbooltaal, Kampen 1998.

 

[9] Jaap Bos, M.J. Langeveld, Pedagoog aan de hand van het kind, Amsterdam 2011, 77.

 

Literatuur

  • Jaap Bos, M.J. Langeveld, Pedagoog aan de hand van het kind, Amsterdam 2011.
  • John Hull, God-talk with Young Children. Notes for Parents and Teachers, Derby 1991.
  • Joanna L. Klink, Kind en geloof, Bilthoven 1970; Kind en leven, Bilthoven 1972; Kind op aarde, Bilthoven 1972.
  • Henk Kuindersma, Godsdienstige communicatie met kinderen door symbooltaal, Kampen 1998.
  • M.J. Langeveld, Beknopte theoretische pedagogiek, Wolters-Noordhoff, Groningen (laatste druk).
  • M.J. Langeveld, Kind en Religie. Enige vragen voorafgaande aan een ‘godsdienstpedagogiek', Utrecht 1956.
  • B. van Oers en W.L. Wardekker, De cultuurhistorische school in de pedagogiek (over Vygotski, H.K). In: Siebren Miedema, Pedagogiek in meervoud, Houten/Diegem 1997 (vijfde herziene druk).
  • Friedrich Schweitzer, Children as theologians: God-talk with children, developmental psychology and inter-religious education. In Dennis Bates e.a. (red.), Education, Religion and Society. Essays in honour of John Hull (bij diens zeventigste verjaardag, H.K.), Oxon 2006.

 

Naar het archief >>>

 

TMK AVANT LA LETTRE

TmK op school.jpg

 

De praktijk van Theologiseren met kinderen (TmK) zoals die in ons land wordt ontwikkeld, is vrijwel geheel gebaseerd op de inzichten van buitenlandse godsdienstpedagogen. In de Nederlandse cultuur van opvoeding en onderwijs zijn betrekkelijk weinig auteurs te vinden die aan het theologische perspectief van kinderen aandacht hebben besteed. Dr. J.L. Klink (1918 - 2008) is een uitzondering op deze regel. Minder bekend maar van groot belang is het werk van de klassieke pedagoog prof. Langeveld (1905 - 1989). Bij de voortgaande ontwikkeling is het de moeite waard om terug te grijpen op aanzetten uit het verleden. Die kunnen inspiratie bieden voor de eigentijdse vertaalslag naar de Nederlandse situatie en de implementatie van TmK in de alledaagse onderwijspraktijk.