homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

JOHAN VALSTAR / MEI JUNI 2012

...

Contexten als blikopener

Een verhaal bij een religieuze voorstelling uit het Louvre Museum

 

Johan Valstar

 

Intro

In het basisonderwijs verschuift de focus in het domein godsdienst / levensbeschouwing de laatste jaren steeds meer naar de persoonlijke ervaringen en de leefwereld van de leerlingen. Die positieve ontwikkeling brengt anderzijds de vraag met zich mee naar de relevantie en de betekenis van Bijbelverhalen, die zich afspelen in een totaal andere tijd. Daarmee ligt de niet eenvoudige godsdienstpedagogische vraag op tafel naar de plaats en de functie van de Bijbel (Hans Bernhard Kaufmann, 1973). In Verwonderen & Ontdekken komt deze kwestie aan de orde in het hoofdstuk over: ‘Het principe van de wederkerige ontsluiting' (vgl.: blz. 86-87). Daarin wordt gepleit voor een meer evenwichtige relatie tussen de zogenoemde hermeneutiek van het bestaan en de hermeneutiek van de traditie. Die benadering veronderstelt dat (aankomende) leraren over de nodige elementaire kennis van het Joodse en Christelijke erfgoed beschikken en Bijbelverhalen vanuit contexten van de wereld van toen kunnen verstaan. Dat vraagt wel om enige studie. Daartoe leent zich onder andere het zeer toegankelijk geschreven en rijk geïllustreerde werk ‘De wereld van de Bijbel' (Paul Lawrence, 2007). In deze column gaan we terug naar contexten uit een lang vervlogen tijd. Het incentief bevond zich in het Louvre Museum. Daar zag ik in een vitrine een fascinerende religieuze voorstelling van mij onbekende persoon. Hij zat geknield voor een god in de gestalte van een gouden valk. Nieuwsgierig naar het achterliggende verhaal (de context), belandde ik vervolgens in een minder bekende periode uit de wereld van de Assyriërs, Joden en Egyptenaren. Daarover straks meer. We beginnen met een oud topstuk uit het Louvre: de wereldberoemde codex van Hammurabi.

Het wetboek van Hammurabi

Koning Hammurabi (Babylon 1792-1750 ) liet zijn wetboek op een basalten zuil 1792 - 1750 v.chr. Koning Hammurabi - Wetboeki.jpg ...plaatsen in zijn residentie, de stad Sippar. De stèle doet op het eerste gezicht denken aan een reusachtige wijsvinger. Misschien was dat ook de bedoeling. De wetsteksten zijn als aanwijzingen voor het leven geschreven. De voorstelling aan op de stèle is zeer opmerkelijk. We zien Hammurabi staan voor god Shamash die majesteitelijk op een troon is gezeten. Hammurabi had ook kunnen kiezen voor een afbeelding van de magische oppergod Marduk. Maar zijn voorkeur ging uit naar Shamash, die destijds als de personificatie van de zon en als de beschermer van de gerechtigheid werd beschouwd.

Op de stèle geeft Shamash een scepter en een ring. Met dit gebaar legitimeert hij niet alleen de soevereiniteit van de koning, maar hij sanctioneert ook diens wetgeving. Met andere woorden: geen enkele burger in het koninkrijk van Babylon kon zich aan de nieuwe regels voor de inrichting van de samenleving onttrekken. Het gezag van goden zoals Shamash was destijds even vanzelfsprekend als absoluut. De religie van toen was een publieke zaak. Dus geen kwestie van een persoonlijke keuze, maar gewoon een staatsaangelegenheid. In de wereld van Hammurabi viel religie samen met ‘goed burgerschap'. We zouden het wetboek dan ook kunnen zien als een vroege vorm van wat vandaag de dag met de term ‘civic religion' wordt omschreven. [Tussen haakjes: sommige godsdienstpedagogen anno nu opteren voor godsdienstonderwijs onder de noemer van burgerschap.]
Historisch bekeken blijft de koning van Babylon een vorst van groot formaat. Hij zorgde in het hele land voor vrede en welvaart. Het koninkrijk Mesopotamië bleef ongeveer anderhalve eeuw in stand.

Abraham

Interessant is het gegeven dat Abraham, de vader aller gelovigen, uit de stad Ur ca. 2000 v. chr.  - Ziggurath Ur - Maangod ...in het zuidelijk deel van Mesopotamië afkomstig was. De aan de rivier de Euphraat gelegen stad beschikte over een haven.
Van Abrahams vader Terach en zijn familie vertelt Jozua 24: 2 dat zij ‘andere goden' dienden. Nu was de tempel van Ur gewijd aan de maangod Sin. Gelet op het meervoud goden zouden Terach en zijn familie de maangod Sin en de toenmalige zonnegod Shamash vereerd kunnen hebben. Tja, het blijft natuurlijk een imaginaire gedachte, maar wanneer Abraham, op zijn reis naar de stad Haran de koninklijke residentie Sippar zou hebben bezocht, dan had hij vast kennis genomen van de 282 wetten van Hammurabi. Dan zou het ook hem zijn opgevallen dat gebruikelijke ongebreidelde wraakneming werd verboden. In plaats daarvan werd het principe ‘oog om oog, tand om tand' het uitgangspunt voor vergelding. (Codex Hammurabi: 228 - 233). Wie meer wil weten over de Codex van Hammurabi, kan terecht op de Louvre site.

De grote onbekende...

In het Musée du Louvre zijn meer werken te vinden die op de een of andere Tirhaka voor zijn God - tussen 690 en 664 v.chr..JPG ...manier, direct of indirect, associaties oproepen met de wereld van de Bijbel. Zoals reeds opgemerkt raakte ik geboeid door de bijgaande religieuze voorstelling die is voorzien van het bijschrift: ‘Taharka geeft wijn aan de god Hémen'.
Wat mij opviel was dat deze Taharka, vanwege de twee cobras op zijn hoofddeksel, een farao geweest moest zijn die over heel Egypte regeerde. Ik vroeg me af wat voor een machthebber hij was. Welke religie hij had. En wat hem bewoog om zich in een geknielde houding voor deze god Hemen te laten afbeelden. Wat zou deze donkere farao eigenlijk bezielen? Ik nam mij voor om thuis via het internet een poging te wagen om Taharka in zijn tijd te plaatsen en mogelijke antwoorden op mijn vragen te zoeken.

Aanknopingspunten

Al gauw kwam ik er achter dat Taharka (690 - 671) een Nubische farao was uit de 25e Dynastie van Egypyte. Hoogst bijzonder is dat hij in de Bijbel onder de naam Tirhaka zowaar tweemaal in verband wordt gebracht met koning Hizkia van Juda (715 - 687). Van Hizkia is bekend dat hij werd bedreigd door de machtige Assyrische koning Sanherib.
853 - 612  v. chr. het Imperium van de Assyriers.jpg ...Dat aanknopingspunt bracht mij terug naar permanente conflicten en oorlogen tussen koninkrijken in het Oude Nabije Oosten. In het cruciale jaar 701 heerste farao Shebitqo (702 - 690), de broer van Tirhaka, over Egypte. Tirhaka maakte zich als kroonprins verdienstelijk als aanvoerder van de Nubische / Egyptische legers. Hij had het lef om schermutselingen aan te binden met Assyrië (Ninevé / het huidige Noord Irak), dat in de voorafgaande periode was uitgegroeid tot het machtigste imperium ter wereld. Tal van regionale koninkrijken, (waaronder Tyrus, Sidon en Israël) waren gaandeweg op een wrede en godgeklaagde manier onderworpen. De schatplichtige vazalstaten dienden jaarlijks opgelegde heffingen aan Assyrië te betalen. Aan die situatie herinnert een afbeelding op de zgn. zwarte obelisk in het British Museum.
841 v. Chr. Koning Jehu van Israël betaalt ...Daarop zien we hoe eerder onderworpen vorsten in 841 hun belastingen kwamen afdragen. Een van hen is Jehu, de koning van Israël, die we op zijn knieën eer zien bewijzen aan Assyrische koning Salmanasser de derde. Vazalstaten die niet aan de telkens terugkerende verplichtingen voldeden, of van tegenwerking werden verdacht, wachtte een ellendig lot. Om een enkel voorbeeld te geven: in het jaar 722 werd Samaria, de hoofdstad van Israël, twee jaar lang belegerd en ingenomen. Volgens nauwkeurig bijgehouden annalen voerden de Assyriërs 27.290 mannen, vrouwen en kinderen rücksichtslos af naar afgelegen streken. Met de bedoeling dat zij als ballingen ver van huis hun taal en identiteit zouden verliezen en zich voor altijd zouden buigen onder het juk van de machthebbers. Grootschalige deportaties waren een handelsmerk van het Assyrische imperium. De naam van de hoofdstad Ninevé was een synoniem voor totale onmenselijkheid.
De Assyrische koningen hebben generaties lang in de wijde regio op een verbijsterende manier huisgehouden met dood, verderf en terreur.
Tot zover deze eerste oriëntatie op de wereld van de Assyriërs. Tirhaka zou tijdens zijn leven bij herhaling met hen worden geconfronteerd. Wanneer we daarvan een beeld willen schetsen, kunnen we niet om een beschrijving van de toenmalige politieke context heen. We zullen ons hieronder beperken tot twee episoden rond de jaren 701 en 671, die voor de levensloop van farao Tirhaka bepalend zijn geweest. We zullen hem eerst tegenkomen als ‘redder van Jeruzalem' en later als mens die in diepe ellende zijn god aanroept.

1) Context anno 701: Sanherib bedreigt Jeruzalem

Koning Sanherib (705 - 681) regeerde vanuit zijn paleis in de grootste stad van 705 - 681 v.chr. Koning Sanherib.jpgAssyrië: Ninevé. Met vazallen die uit zijn gratie vielen (bijvoorbeeld omdat zij connecties onderhielden met Egypte), maakte hij korte metten. Zo veroverde Sanherib in het jaar 701 voor zesenveertig ommuurde steden van de vazalstaat Juda en vervolgens de vestingstad Lachis. De verwoesting van Lachis was totaal; de gebouwen werden platgebrand, de verdedigers gedood en de inwoners verbannen. Van het dramatische gebeuren zijn monumentale albasten reliëfs uit het paleis van Sanherib in Ninevé bewaard gebleven. Zij zijn in het British Museum te aanschouwen. Het uiteindelijke doel van Sanherib's strafexpeditie lag zo´n 40 kilometer verderop: de stad Jeruzalem. Voor een toelichting verwijzen we naar het tweede boek Koningen 18: 14 - 16.

 

Op voorhand stuurde Koning Hizkia van Juda afgezanten naar koning Sanherib van Assyrië, die in de veroverde vesting Lachis verbleef. Zijn boodschap luidde: ‘Ik ben tegenover u in gebreke gebleven. Staak uw aanval. Wat u mij oplegt, zal ik dragen.' Sanherib eiste van koning Hizkia het enorme bedrag van driehonderd ton zilver en dertig ton goud. Hizkia droeg al het zilver af dat zich in de tempel van de HEER en de schatkamers van het koninklijk paleis bevond. Ook liet hij het gouden beslag verwijderen dat hij zelf op de deuren en deurposten van de grote zaal van de tempel had laten aanbrengen, en gaf dat aan de koning van Assyrië.

En verder...

Sanherib nam met het goud en zilver van zijn vazal Hizkia in Jeruzalem geen 701 - Sanherib neemt Lachis in. Bedreigt Jeruzalem. ...genoegen. Hij wilde de stad Jeruzalem met al haar schatten innemen (zie voor een verslag: Jesaja: 37: 1 - 44).  Het beleg van Jeruzalem werd evenwel op het laatste moment afgewend. Over het hoe en wat van het wonderlijke gebeuren lopen de meningen uiteen. Volgens 1 Koningen 19: 35 trok een engel van de HEER 's nachts ten strijde en doodde in het kamp van de Assyriërs 185.000 soldaten. Sommige uitleggers suggereren dat de soldaten werden geveld door een dodelijke epidemie. De geschiedschrijver Herodotus (circa 450 v. Chr.) vertelt dat zwermen muizen het wapentuig onklaar maakten. Daarbij kunnen we bijvoorbeeld denken aan het kapot knagen van de pezen van de bogen van de Assyrische schutters. Anderen zoeken de oorzaak van het vertrek van Sanherib in berichten over de plotselinge uitbraak van opstanden in Assyrie. Een andere aanwijzing vinden we in 1 koningen 19: 9. Daar wordt terloops opgemerkt dat Sanherib het gerucht opving dat koning Tirhaka van Nubië was uitgetrokken om de strijd met hem aan te binden. [Tussen haakjes: waarschijnlijk trad Tirhaka op als commandant van de legers van zijn broer, farao Schebitku (± 750 BC-690).] De opmerking over de verschijning van Tirhaka op het strijdtoneel blijkt overigens bepaald geen fabel te zijn. Historici bevestigen dat de Egyptenaren en de Assyriërs in 701 een veldslag hebben gevoerd bij de plaats Eltekeh (zie de kaart). Beide partijen claimden nadien de overwinning. Maar gelet op de definitieve aftocht van Sanherib lijkt het gelijk eerder aan de Egyptische kant te liggen. Hoe dan ook, Jeruzalem was gered: Sanherib vertrok tot vreugde van de inwoners van Jeruzalem naar Ninevé. Naar eigen zeggen met een enorme oorlogsbuit aan goud zilver en 200.000 gevangenen. Hij zou nooit meer naar Jeruzalem terugkeren. Hoe het twintig jaar later (681) met Sanherib afliep is bekend. Zijn zoons Adrammelech en Sareser staken hun vader dood toen hij neerknielde in de tempel van god Nisroch te Ninevé. Sanherib werd opgevolgd door zijn lievelingszoon Esarhaddon; die zou in 671 plaats nemen op de troon van farao Tirhaka. 

2) Context anno 673 / 671: Esarhaddon bedreigt Egypte

Koning Esarhaddon (681 - 669) nam in 673 het besluit om een strafexpeditie uit te voeren tegen afvallige vazalkoningen in het gebied van de Levant (het huidige 681 - 669 v.chr. Koning Esarhaddon.jpgIsraël, Jordanië, de Palestijnse Gebieden en de Libanon). Tevens wilde hij Egypte binnen vallen. En dat niet zonder reden. Onder farao Tirhaka had Egypte zich ontwikkeld tot een geduchte concurrent met een steeds groter wordende invloedssfeer, die zich uitstrekte tot aan de economisch bekeken zeer belangrijke stadstaten Tyrus en Sidon.

Het eerste gedeelte van zijn expeditie verliep zonder problemen, maar Esarhaddon bleek de militaire slagkracht van Tirhaka te hebben onderschat. Voor het eerst in zijn leven leed hij een zware nederlaag. Om die toegebrachte schande te wreken, kwam hij nog geen twee jaar later (671) opnieuw met zijn troepen naar Egypte om farao Tirhaka voor eens en voor altijd uit de weg te ruimen. Na drie zware opeenvolgende veldslagen lukte het uiteindelijk om de Egyptische hoofdstad Memphis in te nemen. De complete koninklijke familie, te weten de broers, de vrouw en de bijvrouwen van Tirhaka, en nota bene ook de jonge kroonprins Ushanhuru, werden levend en wel gevangen genomen. Tirhaka, die zelf bij gevechtshandelingen door vijf pijlen was getroffen, wist richting Nubië te vluchten. Esarhaddon nam als overwinnaar met grote vreugde plaats op de troon van de verdreven farao. Vervolgens werden de familieleden van Tirhaka, de beelden van goden en godinnen en alle andere kostbaarheden uit het paleis als oorlogsbuit naar Ninevé afgevoerd. Nieuwe bestuurders werden aangesteld, maar direct na de terugtocht van de Assyriërs braken in Egypte nieuwe revoltes uit. Esarhaddon stuurde een generaal en soldaten naar de Nijlvallei om de opstanden neer te slaan en de orde te herstellen. Zelf had hij zijn handen vol aan de afhandeling van intriges aan zijn hof en de executies van edele samenzweerders.

En verder...

Als teken van zijn victorie op farao Tirhaka en ter eeuwige afschrikking liet Esarhaddon in Zincirli Höyük een monumentaal beeld plaatsen. Het staat thans 671 Esarhaddon verovert Memphis  - Tirhaka ...opgesteld in een duistere hoek van het Pergamon Museum (Berlijn). Op de replica in het Harvard Museum valt te zien hoe Esarhaddon als heer van dood en leven in gezelschap van zijn goden het glas heft. Met de andere hand houdt hij zijn knoet vast. Twee gevangen, te weten: koning Ba'al van Tyrus en de jonge Egyptische kroonprins Ushanhuru zitten aan zijn voeten en smeken om hun leven. Let wel: als honden aan een touw met een ring door hun mond. Over het lot van de beide gevangenen zijn geen gegevens bekend. Uit de Assyrische archieven weten we wel dat Esarhaddon door allerlei ziekten werd geteisterd. Op weg naar Egypte om een opstand neer te slaan overleed hij in 699. Zijn opvolger was Assurbanipal. Hoe het verder ging met de verdreven farao Tirhaka? Hij ondernam te vergeefs pogingen om zijn vroegere macht te herstellen. In 664 kwam hij te overlijden.
Maar daarmee is het verhaal over Tirhaka nog niet afgelopen. Het geval wil namelijk dat ik bij mijn naspeuringen een publicatie tegenkwam van de Egyptoloog Dr. Dan'el Kahn, voorzitter van de vakgroep Bijbelstudies van de Universiteit van Haifa. Hij schreef een verhandeling over Tirhaka en de Assyriërs. Daarin trof ik aan het eind tot mijn grote verbazing een gebed aan van farao Tirhaka. Hieronder volgt een korte toelichting en een parafrase. Tirhaka moet zich door zijn god volstrekt verlaten hebben gevoeld. Volgens dr. Kahn heeft hij zich gerealiseerd dat Egypte niet meer uit de handen van de Assyrische veroveraars viel te redden. Dat besef kleurt het gebed van Tirhaka en geeft hem pakweg zo'n 2684 jaren later een herkenbaar menselijk gezicht.

Over het gebed van Tirhaka

Waar komt het gebed, dat aan de klaagpsalmen uit de Bijbel doet denken, vandaan? De tekst werd bij een archeologisch onderzoek van het tempelcomplex van de god Amon in Karnak ontdekt. De onderzoekers vonden een beschadigde inscriptie op de achterkant van de in steen gehouwen annalen van farao Thutmoses de derde. De cartouches met namen waren weggehakt. Nader wetenschappelijk onderzoek leidde tot de vaststelling dat het om een gebed van de Nubische farao Tirhaka moest gaan. In de tekst is sprake van gebeurtenissen in de periode tussen 673 en 671 waarin Egypte aanvankelijk macht uitoefende over de regio van de Levant en nadien het pijnlijke verlies daarvan moest ondervinden. Wat de datering betreft mogen we veronderstellen dat het gebed niet lang na de rampzalige nederlaag in 671 is vastgelegd. Aanwijzingen voor die veronderstelling zijn in het gebed terug te vinden. Hieronder een samenvatting van het gebed.

Samenvatting

Het gebed draagt een persoonlijk karakter. Tirhaka begint zijn gebed met lofprijzingen op god Amon en somt diens goede werken op. Hij brengt Amon in Tirhaka - detail tussen 690 en 664 v.chr..jpgherinnering dat hij door hem als farao over heel Egypte werd uitverkoren. Dat heeft Amon zelf gewild. Dan volgt een beschrijving van de nood waarin Tirharka verkeert. Hij is tot de ontdekking gekomen dat alles wat hem ooit was beloofd en gegeven inmiddels is veranderd is. Amon heeft de vijanden in Egypte toegelaten. Zij hebben geen weet van de taak die voor farao Tirhaka is weggelegd. Tirhake spreekt Amon aan als een god die afmaakt waaraan hij ooit is begonnen. Hij is de almachtige schepper. Hij is als een vader die voor zijn kind Tirhaka zorgt en hem tegen gevaren beschermt. Tirhaka stelt dat er geen verschil bestaat tussen wat Amon wenst en wat hij zelf als farao wil. Hij herinnert Amon aan diens machtige wonderen in het verleden. Zoals de overvloedige regenval en geweldige waterstromen die in heel Egypte voor goede oogsten hebben gezorgd. Tirhaka klaagt dat hij als farao zijn land niet meer onder controle heeft. Hij had verwacht dat Amon hem zou bijstaan, op dezelfde wonderlijke manier waarop dat ooit vroeger het geval is geweest. Tirhaka verzoekt Amon dringend om de tegenstanders aan hem te onderwerpen en te verdrijven. En er zorg voor te dragen dat de verloren inkomsten uit Syrië en Palestina weer voor Amon worden hersteld. Tenslotte roept Tirharka Amon aan met het verzoek om zijn vrouwen en kinderen te laten leven en de dood van hen weg te houden. En de vervloekingen van de tegenstanders zich tegen henzelf te laten keren. De verheerlijking van zijn god en de belofte om door te gaan met diens aanbidding vormen tenslotte de afsluiting van het gebed.


Literatuur

  • Kahn, D. (2004). Taharqa, King of Kush and the Assyrians. In: The Journal of the Society for the Study of Egyptian Antiquities (JSSEA nr. 31) Haifa.
  •  Kaufman, H. B. (1973). Muss die Bibel im Mittelpunkt des Religionsunterrichts stehen? Thesen zur Diskussion um eine zeitgemäße Didaktik des Religionsunterrichts. In H.B. Kaufmann (Hrsg.), Streit um den problemorientierten Unterricht in Schule und Kirche; Frankfurt a. M.
  • Lawrence, P. (2007) De wereld van de Bijbel. Kampen. (The Lion Atlas of Bible History. Vert.: Bert Blok).
  • Valstar, J.G., (1984). De alternatieven van het thematisch godsdienstonderwijs, in: Verkenningen / Uniecahier (43) de Jong, K., Ozn. en Bronswijk, A.C. (Red.). Kampen.
  • Valstar, J.G. (1997) Mooie verhalen, maar de Bijbel lezen kan ik niet. In: Godsdienstpedagogisch Tijdschrift VOORWERK. Jg.13/3 Amersfoort.

 

 

Drs JG Valstar.jpg

Johan Valstar is vakdidacticus en theoloog. Hij werkte als senior lerarenopleider godsdienst & levensbeschouwing aan de Pabo Windesheim. Hij verricht thans promotieonderzoek met betrekking tot de innovatie van het godsdienstonderwijs aan de lerarenopleidingen basisonderwijs.

 

 

Naar het archief >>>

 

 

LOUVRE MUSEUM

a) Louvre Museum - Parijs.jpg

 

Het Musée du Louvre in Parijs kan zondermeer de grootste museale attractie ter wereld werden genoemd. In 2011 kwamen er 8.8 miljoen bezoekers langs. Het Louvre staat bekend om haar enorme collectie met talrijke unieke vondsten uit het verleden. Volgens reisgidsen heb je alleen al twee dagen nodig om vluchtig langs de 35.000 objecten te lopen. Bij een bezoek is een goede oriëntatie vooraf dan ook zeker de moeite waard. Je kunt daarbij gebruik maken van de officiële website van het Louvre. Daar zijn goede introducties te vinden op dertien topstukken, waaronder natuurlijk de Mona Lisa van Leonardo da Vinci en het Wetboek van Hammurabi.

CULTURELE CONTEXT

b) Rijksuniversiteit Groningen - Modules.jpg

 

Godsdiensten komen niet zomaar uit de lucht vallen. Zij gaan terug op lang vervlogen tijden. Tenzij je daar enigszins mee bekend bent, is het lastig om greep te krijgen op allerlei godsdienstige fenomenen en uitingen. Zo zijn heilige boeken alleen maar toegankelijk wanneer je weet hebt van de brede range aan historische contexten die achter de teksten verborgen zitten. We mogen er van uitgaan dat elke tekst in principe een reactie is op situaties of bepaalde kwesties die in de tijd van de schrijvers belangrijk waren.
In 2011 nam de Rijksuniversiteit Groningen het initiatief om studenten een Minor Bijbel, Kunst en Cultuur aan te bieden. Daarin wordt de Bijbel in de eigen culturele context geplaatst. In de eerste module komt de geschiedenis en de literatuur van het oude Israël en het vroege Jodendom aan de orde, in samenhang met de omringende culturen in het Oude Nabije Oosten. Voor nadere informatie verwijzen naar een brochure die hier te downloaden is.

CONTEXTUALITEIT

Jona - Kinderbijbel OT - Cramer - Schaap.jpg

 

Wanneer je aan de slag gaat met teksten en verhalen uit godsdienstige bronnen, loop je al snel tegen de vraag aan wat je moet je weten van de opvattingen van de schrijvers van toen. Vanuit welke achterliggende context hebben zij destijds hun boeken geschreven? En wat is hun boodschap geweest voor de lezers van toen? Deze vragen brengen ons bij een kernkwestie. Wie aan de ontsluiting van de joodse en christelijke tradities begint, krijgt te maken met het basale gegeven van de contextualiteit. Welke verhalen en teksten er ook op tafel komen, telkens gaat het in feite om reacties op situaties, vragen en problemen waarmee mensen van toen werden geconfronteerd. Anno nu zullen we de betreffende teksten en verhalen dan ook allereerst vanuit de oorspronkelijke situaties moeten leren lezen en verstaan. Een enkel voorbeeld. In deze column gaat het over de Assyriërs en Ninevé. De profeet Nahum, die zich laat situeren in de tijd van farao Tirhaka, gaat tekeer tegen de gruwelijke tirannie van Ninevé.
Tegen dat weerzinwekkende decor is het volstrekt begrijpelijk dat de profeet Jona weigerde om inwoners van Ninevé op te roepen tot bekering.  Des te opmerkelijker is het gegeven dat God naar de Assyriërs omkijkt. Tot grote ergernis van zijn profeet. Even opmerkelijk is dat op de Joodse feestdag Jom Kipoer (Grote Verzoendag) uitgerekend het verhaal van Jona en Ninevé wordt verteld. Dat geeft te denken en illustreert tegelijkertijd hoe een contextuele zienswijze als blikopener kan werken bij het zoeken naar de actuele betekenis van oude verhalen.

REFERENTIEKADER

c) Periode 900 - 600 Assyrië versus Egypte ...


In deze column nemen we een duik in de geschiedenis van het Oude Nabije Oosten. We mogen gevoeglijk aannemen dat niet iedereen over een helder beeld van die episode zal beschikken. Bij wijze van oriëntatie zetten we daarom enkele gegevens op een rij. In de column komen we eerst koning Hammurabi van Babylon tegen (1792-1750). Vervolgens komen Hizkia, de koning van Juda (715 - 687) en de Assyrische koningen Sanherib (705 - 681) en Esarhaddon (681 - 669) ter sprake. Hun tijdgenoot en tegenspeler is de Nubische kroonprins en latere farao Tirhaka van Egypte (690 - 671). Wanneer je deze personages op een overzichtelijke wijze in de tijd wilt plaatsen, kun je het bijgaande referentiekader aanklikken. Het schema is ontleend aan het V&O hoofdstuk 6: ‘Bijbelse basismotieven / het Oude Testament'. Op blz. 172 / 173 kun je een toelichting op het schema vinden. Deze column heeft betrekking op de vierde periode.