homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

JANUARI / FEBRUARI 2013 (2/3)

...

Colleges NT

In het kader van de colleges over het Nieuwe Testament was het steevast mijn gewoonte om de bekende gelijkenissen van de barmhartige Samaritaan, de 4 Gelijkenis van de Zaaier.jpgverloren zoon en de zaaier te behandelen. De eerste twee verhalen werden respectievelijk als voorbeeldverhaal, en een gelijkenis systematisch van een exegese voorzien. Bij het derde verhaal kwam bovendien de allegorische uitleg ter sprake. Die intensieve werkwijze waarbij ik telkens vooronderstellingen van de studenten verdisconteerde, was voor de meesten van hen volkomen nieuw. En passant kwamen zij tot de ontdekking dat de gelijkenissen van Jezus eigenlijk hoogst fascinerende en confronterende verhalen zijn die destijds als een vorm van godsdienstonderwijs fungeerden. Zonder de pretentie van volledigheid, noteer ik hieronder enkele algemene noties waarmee studenten naar hun eigen zeggen uit de voeten konden.

  1. In gelijkenissen komen controversiële ideeën probleemstellingen, redeneringen en argumenten aan de orde. De luisteraars worden uitgenodigd om de vertelling op hun eigen persoon te betrekken en een eigen standpunt in te nemen. Met die intentie van de gelijkenis waren de toenmalige luisteraars bekend. Zij waren immers van jongs af aan (- vanaf het vierde levensjaar begon het leren lezen en schrijven) groot gebracht met de geschriften van Mozes en de Profeten en kenden bijvoorbeeld de gelijkenis die de profeet Nathan aan koning David vertelde.
  2. De gelijkenissen van Jezus zijn uit het alledaagse leven gegrepen. Alleen al dankzij dat gegeven zullen zijn toehoorders zich aangesproken hebben gevoeld. Ook in godsdienstige zin. Wanneer Jezus vertelt over een wijngaard, roept dat bij ons wellicht beelden op van een vakantie in Frankrijk, maar bij de joodse luisteraars kwamen ongetwijfeld associaties op met het bekende lied van de wijngaard in het 5e hoofdstuk van het boek Jesaja. Daar wordt met de wijngaard het volk Israël bedoeld. Voor ons is die link zoveel duizend jaar na dato allerminst vanzelfsprekend.
  3. Nog zo'n voorbeeld: wanneer Jezus spreekt over de komst van het Koninkrijk van God, oftewel: het Koninkrijk der Hemelen, zullen zijn tijdgenoten daarvan veel meer hebben begrepen, dan wij anno 2013. Wij leven in een andere wereld en zijn niet of nauwelijks meer op de hoogte van sleutelbegrippen uit de Joodse traditie. En dat is een uitermate lastige handicap wanneer we iets willen verstaan van de geschriften uit de TeNaCH en het Evangelie. Het Koninkrijk van God wordt in het Nieuwe Testament meer dan 150 keer genoemd en is een synoniem van het geloof dat God de Ene Heer en Bevrijder is. Hij zal verschijnen om vrede en gerechtigheid te brengen en het onrecht en de ellende definitief de wereld uit te helpen. Zie bijvoorbeeld de lofzang van Maria.
  4. De luisteraars van toen verstonden het Koninkrijk van God als de ultieme toekomst waar iedereen ten diepste naar verlangde. Over dat toekomstperspectief gesproken: voor rabbi Jezus was het onmiskenbaar het drijvende motief achter zijn even unieke als aanstootgevende optreden. Het komende Koninkrijk bezielde hem om zijn wereld met andere ogen te bezien en gangbare opvattingen over het menselijke bestaan en levenspraktijken voortdurend onder profetische kritiek te stellen.
  5. Zo spreekt Jezus bijvoorbeeld over de eersten die de laatsten zijn en omgekeerd: over de laatsten die de eersten zijn. Met dit omkeringsprincipe, dat bij nadere beschouwing zowel in zijn woorden als in zij daden telkens opnieuw waarneembaar is, heeft hij de wereld van zijn tijdgenoten op z'n kop gezet. Zoals we in de Evangeliën lezen heeft zijn optreden destijds niet alleen verwondering, maar ook bevreemding en ergernis opgeroepen. De religieuze en politieke weerstanden zouden uiteindelijk leiden tot zijn kruisiging onder de verantwoordelijk van de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus.
  6. Als rondtrekkende rabbi richtte Jezus zich heel concreet tot degenen die hij onderweg in synagogen en op pleinen en straten tegen kwam. In exegetische commentaren op het Nieuwe Testament komen we de aanbeveling tegen om zijn gelijkenissen in de eerste plaats vanuit de situatie en opvattingen van de luisteraars van toen te verstaan. En dat niet zonder reden. De theologe Eta Linnemann heeft op het opmerkelijke fenomeen gewezen dat de toehoorders van Jezus in zijn gelijkenissen een (verborgen) rol spelen.
  7. We zien hoe zij gaandeweg tot de ontdekking kwamen dat hetgeen hen werd verteld, iets met hen zelf te maken had: met hun eigen manier van denken en met hun eigen manier van doen. En die gewaarwording kon heel onaangenaam zijn. We mogen er trouwens van uitgaan dat de gelijkenissen van de rabbi van Nazareth niet alleen bij zijn tegenstanders maar net zo goed bij zijn eigen volgelingen confronterend overkwamen. Al met al zouden we zijn gelijkenissen eenvoudigweg kunnen typeren als ‘verpakte godsdienstige boodschappen, met een schokeffect'.

Interpretatie

Wanneer we op de bovenstaande overwegingen afgaan, laat zich meteen al een niet onbelangrijke conclusie trekken. Het is een misverstand om te veronderstellen dat gelijkenissen stichtelijke verhalen zijn met een algemene geestelijke of levensbeschouwelijke boodschap.
Zo is bijvoorbeeld de deugd van ‘naastenliefde' niet de originele strekking van de bekende gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.
5 Rembrandt Gelijkenis vd  Samaritaan.jpgDat wordt duidelijk wanneer we deze gelijkenis vanuit de oorspronkelijke context lezen. Dan zien we dat Jezus in dit geval reageert op een theologische strikvraag van een wetgeleerde die, gelet op zijn vraagstelling, waarschijnlijk behoorde tot de groepering van de Sadduceeërs.
Dat moet je maar net weten. Wie niet op de hoogte is van de oorspronkelijke aanleiding die Jezus ertoe brengt om een bepaalde gelijkenis te vertellen, zal bij de interpretatie in de regel niet veel verder komen dan een algemene wijsheid, die al dan niet vergezeld gaat met een moralistische wijsvinger.
Bij de gelijkenis van de Samaritaan kunnen we dan de gebruikelijke boodschap verwachten: ‘Je moet elkaar helpen.' Die maar al te vaak gehanteerde vermaning zet leerlingen niet meer aan het denken, laat staan dat er nog een of ander schokeffect van uit zal gaan.
Het confronterende van de gelijkenis van de Samaritaan zit ‘m in de pointe dat rabbi Jezus zijn vragensteller met de elitaire status van wetgeleerde, verhalenderwijze het gedrag laat zien van diens ‘partijgenoten' in de personen van een priester en een leviet. Na hun dienst in de tempel dalen zij af naar hun woonplaats Jericho. Zij hebben geen enkel religieus of cultisch argument om geen hand naar het slachtoffer uitsteken. Terwijl, let wel: omgekeerd, uitgerekend een malafide Samaritaan op een meer dan gewone wijze aan het Joodse slachtoffer de nodige hulp verleent. Het handelen van de abjecte Samaritaan wordt vervolgens ook nog aan de wetgeleerde als ethisch voorbeeld ter navolging gesteld.

 

Wanneer we deze gelijkenis vanuit de context beschouwen, gaat het niet om het verrichten van naastenliefde maar om het opbrengen van liefde voor je vijand. En dat is voor de wetgeleerde en onmogelijke mogelijkheid. Over het omkeringsprincipe gesproken: Jezus zet met de gelijkenis van de Samaritaan de wereld op z'n kop. Over de het omzien naar anderen valt meer te zeggen,
maar in het beperkte kader van deze column laten we het hierbij.
Resumerend: wie gelijkenissen van Jezus wil verstaan, dient zich om te beginnen te verdiepen in de maatschappelijke, politieke en religieuze contexten van toen. Dan worden de gelijkenissen uit een lang vergeten tijd pas echt interessant. En twee duizend jaar na dato mogelijkerwijze ook nog actueel en relevant voor leerlingen in het basisonderwijs.

 

>>> Lees verder

 

GOED NIEUWS

3 Goed Nieuws.jpg

 

Gelijkenissen bevatten ongebruikelijke zienswijzen op de werkelijkheid en tegelijkertijd nodigen ze de luisteraars en de lezers uit om te komen tot nieuwe zijnswijzen. In de 41 gelijkenissen van Jezus die in de eerste drie Evangeliën staan en daar pakweg 30% van de stof uitmaken, kun je tal van metaforische verwijzingen naar het Koninkrijk van God vinden. Het zijn als het ware puzzelstukjes die met elkaar een beeld geven van de nieuwe wereld waar God het uiteindelijk voor het zeggen krijgt. In die wereld zullen degenen die niet tot hun recht komen van de goedheid van God genieten en gelukkig zijn. Het is niet toevallig dat de Bergrede van Jezus begint met zaligsprekingen. Dat goede nieuws staat haaks op de wereld zoals die zich aan ons voordoet.