homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

JOHAN VALSTAR / MAART APRIL 2013

...

Investeren in verwerkingen...

Johan Valstar

Verwerkingsactiviteiten

Het zwaartepunt van het godsdienstonderwijs in de basisschool heeft van ouds gelegen bij het vertellen van verhalen. De gedachte dat die verhalen leerlingenBlackboard Pretest 2007 2008 CHN Workshop.jpgte denken kunnen geven staat niet ter discussie en wordt algemeen erkend. Dat mag dan zo zijn, maar naar het zich laat aanzien is de optie van verwerkingsactiviteiten bij verhalen in het onderwijsveld onderbelicht gebleven. Dezelfde signalering kreeg ik in het vorige decennium overigens bij herhaling van de kant van mijn studenten. Veelzeggend waren de reacties van vierdejaarsstudenten die in 2007 / 2008 als aanloop naar hun eindwerkstuk DCBO een oriënterend werkcollege kregen naar aanleiding van de vraag naar ‘goed godsdienstonderwijs'. Daarin gaf ik hen onder andere het advies om met name te investeren in relevante verwerkingsactiviteiten en zinvolle gesprekken. Aan het eind van het college konden de studenten via de elektronische leeromgeving Blackboard hun belangrijkste leermomenten noteren. Hieronder een drietal reacties, zoals die destijds op de Blackboard DCBO van de Pabo Windesheim werden geregistreerd. 

  • Student 1: "Wat mij het meest aan het denken heeft gezet tijdens het eerste college is het feit hoe de meeste godsdienst lessen op dit moment worden gegeven. Tijdens het college ging het erom dat de lessen meestal vrij kort zijn en dat de verwerking niet altijd aansluit op het verhaal. Weinig inhoud. Ik ben toen bij mij zelf na gaan denken hoe ik dat eigenlijk doe. Ik had voor mijzelf altijd het idee dat ik wel een goede dagopening deed. Maar het is waar: ook ik doe het meestal vrij kort. Het verhaal vertellen, er even kort over praten, nog een paar liedjes zingen en dan snel uit de kring om te spelen en te werken. Daarom lijkt het mij ook erg interessant om te gaan kijken hoe ik de lessen voor DCBO ga samenstellen. Ik denk dat het heel anders gaat worden dan de manier waarop ik nu godsdienst les in de groep geef."
  • Student 2: "Ik heb nagedacht over wat nu eigenlijk goed godsdienstonderwijs is. Op een school wordt vaak alleen een bijbelverhaal verteld en wat liedjes gezongen. Ik heb eigenlijk nooit echt nagedacht om het anders te doen. Dit komt ook wel omdat er gewoon geen tijd voor is. Elke dag is er voor de kring een half uurtje gepland. Na het eerste college ben ik eens gaan nadenken hierover. Godsdienstonderwijs vind ik erg belangrijk. Wat mij ook is bijgebleven is dat het heel belangrijk is om te ontdekken dat mensen uit het Bijbelverhaal de zelfde soort vragen en ervaringen hadden als wij dat nu ervaren."
  • Student 3: "Goed Godsdienstonderwijs betekent: De leerlingen (interactief) betrekken bij het verhaal en gebed. Godsdienstonderwijs draagt bij aan hun ontwikkeling. Er moet een verband worden gelegd naar het heden en verleden (tegenwoordige tijd). De betekenis van het verhaal moet duidelijk zijn voor de leerling. Een goede verwerking bij een bijbelverhaal is van groot belang."

Kritische respons 

De bovenstaande opmerkingen zijn exemplarisch voor de toenmalige reacties. Gelet op diverse eerdere Blackboard enquêtes lag de respons in de lijn van de verwachting. Verrassend was evenwel de uitkomst van de expliciet gestelde vragen naar ervaringen met de praktijk van het godsdienstonderwijs op de basisscholen. Ten aanzien van de vraag naar de aandacht van de mentoren / coaches voor verwerkingsactiviteiten werd door het merendeel van de studenten een kritisch beeld geschetst. De aandacht voor het voeren van gesprekken met leerlingen liet volgens de studenten eveneens het een en ander te wensen over. Studente.jpgAnderzijds zou één op de vijf leerkrachten daaraan juist veel aandacht besteden. De respons op de enquête is opleidingsdidactisch bekeken een reden voor een meer systematisch en veel diepergaand onderzoek. Al was het maar omdat Pabo-studenten voor hun kennismaking met de beroepsuitoefening nu eenmaal in niet geringe mate zijn aangewezen op de realiteit van de onderwijspraktijk. In dit verband citeer ik een opmerkelijke uitspraak van hoogleraar P. Robert-Jan Simons (2001). 

Naar zijn opvatting zouden studenten in hun oefenscholen zelfs vijf tot tien keer meer leren dan binnen de context van de opleiding het geval is. Deze opvatting van Simons bracht ik als stelling tijdens het tweede college ter sprake. Dat leverde boeiende discussies op over uiteenlopende stage-ervaringen, en over de pedagogische waarde en de doelstellingen van het godsdienstonderwijs, en tenslotte over het gebruik van eigentijdse werkvormen om die doelstellingen te bereiken. Daarbij kon ik van mijn kant teruggrijpen op inzichten, zoals die enkele maanden later in de vakdidactiek Verwonderen & Ontdekken zouden worden gepubliceerd.

 

 

>>> Lees verder

 

ACTIEF LEREN

1.  Actief leren Studielandschap - Werkvormen.JPG ...

 

 

Over leren bestaan allerlei opvattingen. Maar leren is hoe dan ook een activiteit van leerlingen. De Chinese filosoof Confucius stelde zo'n 2500 jaar geleden al: "Wie luistert, vergeet. Wie kijkt, onthoudt. Maar wie doet, leert." Op het zelfde spoor zat Johan Amos Comenius (1592-1670), de geestelijk vader van het moderne schoolboek & het principe van de leeromgeving. Naar zijn opvatting is het verwerven van kennis alleen de moete waard en werkelijk relevant indien de leerlingen hun kennis ook op een concrete manier leren toepassen. Anno nu is de gedachte dat leeractiviteiten van de leerlingen in de school centraal dienen te staan algemeen geaccepteerd. Onderwijskundigen zoals Boeckaerts & Simons wijzen er op dat de kwaliteit van de leerresultaten direct afhangt van de kwaliteit van de leeractiviteiten die de leerlingen zélf ondernemen. Dit gegeven is een ijzersterk argument voor het principe van actief leren. En terecht: onderwijsgevenden mogen dan met de beste bedoelingen van alles en nog wat willen aanreiken, de leerlingen zullen het aanbod van kennis zélf moeten verwerken en toe-eigenen. Die regel geldt ook voor het godsdienstonderwijs.

WERKVORMEN

2. Actief leren Studielandschap - Werkvormen.JPG ...

 

 

Het principe van actief leren verdient alle aandacht. Vandaar ook de nadrukkelijke focus op werkvormen in de V&O-rubriek Studielandschap, die in 2008 werd geschreven.De aandacht voor werkvormen komt voort uit het regelmatig gesignaleerde misverstand dat ‘godsdienst' op de basisschool niet veel meer zou zijn dan een korte dagopening. Zie ook de hiernaast geplaatste respons van student 1. Dat het ook anders kan, wordt globaal geschetst in de respons van student 3. In hoeverre het bij zijn alternatief gaat om een ideaal, of om een reële optie, blijft een interessante vraag. Het antwoord daarop laat zich niet geven. Om de eenvoudige reden dat er vreemd genoeg nauwelijks onderzoek is verricht naar de feitelijke status quo van het godsdienstonderwijs in de basisschool. Om mij tot het protestantse godsdienstonderwijs te beperken: het meest recente landelijke onderzoek naar het godsdienstonderwijs op de werkvloer van het basisonderwijs dateert uit 1993. We noteren hier één van de zes conclusies. "Godsdienstonderwijs doet zich vooral voor in de vorm van een rituele dagopening met een verhaal, een lied en een gebed, waarbij de kinderen voornamelijk stil zitten." Het toenmalige landelijk Onderzoek naar het godsdienstonderwijs in de christelijke basisschool was een initiatief van het NBG, het CPS en de Unie voor Christelijk Onderwijs.