homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

JOHAN VALSTAR / SEPTEMBER NOVEMBER 2013

...

Leren voor het leven (1/3)

Johan Valstar

Intro

Het basisonderwijs kent allerlei vakken en annexe vormingsgebieden. Opmerkelijk is dat de helft van de beschikbare onderwijstijd wordt besteed aan taal en rekenen / wiskunde. De vraag waarom leerlingen op school leren lezen, of leren rekenen, zal niet vaak worden gesteld. Mocht dat wel het geval zijn, dan ligt het gebruikelijke antwoord voor de hand: ‘Kinderen hebben gewoon bepaalde kennis en vaardigheden nodig om zich in de samenleving te kunnen redden'.
Op de vraag waar het godsdienstonderwijs goed voor is, laat zich in principe hetzelfde antwoord geven. En dan zijn we natuurlijk snel klaar. Maar daarmee is de vraag nog niet van een redelijk antwoord voorzien.
Prof. G. Ten Dam - Onderwijsraad.jpgDankzij het kritische rapport van de Onderwijsraad onder de veelzeggende titel: ‘Een smalle kijk op onderwijskwaliteit' ligt de vraag naar goed onderwijs weer op tafel. Prof. Geert Ten Dam, de voorzitter van de Onderwijsraad, stelt dat de nieuwe generatie over meer bagage moet beschikken. ‘Om je weg in de samenleving te vinden, zijn vakken als geschiedenis, economie, filosofie, cultuureducatie onontbeerlijk'.
Wat mij betreft laat zich aan dit rijtje het vakdomein godsdienst / levensbeschouwing toevoegen.

 

In deze column veroorloven we ons eerst uitstapje in de geschiedenis. De moderne opvatting dat goed onderwijs een kwestie is van ‘leren voor het leven', laat zich namelijk terugvoeren op Desiderius Erasmus. Hij kreeg destijds in Deventer les van rector Alexander Hegius, die zich op zijn beurt onderwijsinhoudelijk liet inspireren door vermaarde universele geleerde Rudolphus Agricola.
Na een korte historische flash back keren we terug naar het heden en zullen we verkennende wijze stil staan bij enkele aandachtspunten. Tevens attenderen we op een onderwijskundig perspectief dat zich exemplarisch leent voor innovatieve praktijken in het godsdienstonderwijs.

Leren voor het leven

De gedachte dat het onderwijs leerlingen dient voor te bereiden op het leven, Erasmus - Latijnse School Deventer.jpgvinden we terug boven de ingang van de oude Latijnse school in Deventer. Daar staat met krachtige letters het aan Desiderius Erasmus (1466 -1536) toegeschreven beginsel: Non scholae sed vitae discimus. Oftewel: ‘We leren niet voor de school, maar voor het leven'. De regelrechte tegenstelling tussen het schoolse leren enerzijds en het leren leven anderzijds, laat zich niet scherper formuleren.
De moderne gedachte dat de school zowel een venster op de wereld, als een oefenplaats voor het leven zou moeten zijn, komt niet zomaar uit de lucht gevallen.
Ruim vijfhonderd jaar na dato kunnen we stellen dat de brede kijk op de kernfunctie van het onderwijs zich niet in de laatste plaats laat herleiden op innovatieve uitgangspunten van de oude Latijnse school in Deventer.

Geletterdheid

De Latijnse school van Deventer verdient met recht het eervolle predicaat van de kraamkamer van het humanisme in de Nederlanden. Dat kenmerkte zich met name door de herontdekking van de betekenis van de klassieke cultuur. De humanisten (tussen haakjes: niet te verwarren met het Humanistisch Verbond) keerden terug naar de rijke bronnen van de Romeinse en Griekse beschaving, om daaraan de nodige inspiratie te ontlenen voor een krachtige upgrade van het eigen geestelijke en maatschappelijke leven. Daarbij voeren zij op het kompas van de spirituele vernieuwingsprincipes van de Moderne Devotie, waarvan Geert Grote (1340 - 1384) uit Deventer de grondlegger was.
De meest bekende representant van de vernieuwingsbeweging is Thomas a Kempis (ca.1380 - 1472). Hij schreef in zijn klooster op de Agnietenberg te Zwolle het honderden malen herdrukte boek De imitatio Christi. Tot de velen die zich door zijn Christusmystiek lieten inspireren, behoorde ook Alexander Hegius (1433 - 1498), die in 1483 tot rector werd benoemd van de Latijnse school in Deventer. Hegius beschouwde de opvoeding tot geletterdheid als het eigenlijke hart van het onderwijs. Dat inzicht had hij van zijn leermeester Rudolphus Agricola (1444 -1485), de inspirator van het humanisme in de noordelijke Nederlanden. Rector Hegius brak met de traditionele benadering van het scholastieke onderwijs en ontwierp een nieuw eigentijds curriculum voor zijn school. Opmerkelijk is ook dat hij als eerste in Noord Europa de Griekse taal op het rooster van de Latijnse school heeft gezet. Erasmus zou dientengevolge later een uiterst belangrijke Griekse editie verzorgen van het Nieuwe Testament.

Agricola

Rond 1480 bracht de vermaarde Rudolphus Agricola (Roelof Huesman, geboren in het Groningse dorp Baflo) een bezoek aan rector Hegius in Deventer. En passant gaf Agricola een gastcollege aan de Latijnse school. Daarvan was leerling Erasmus getuige. Bovendien kreeg hij een van de eminente geleerde tot Omslag - De inventione dialectica - 1528.jpgzijn grote verrassing zowaar een compliment voor een zelf geschreven Latijnse tekst. Erasmus heeft er later bij herhaling op gewezen dat de kennismaking met de geleerde Agricola op hem een diepe indruk heeft gemaakt. Erasmus omschreef hun ontmoeting zelfs als het regelrechte hoogtepunt in zijn leven. Dat is begrijpelijk, want Agricola was een buitengewoon begaafde en inspirerende wetenschapper, theoloog, filosoof, redenaar, schrijver, musicus en schilder. Hij had ondermeer gestudeerd aan de universiteiten van Erfurt, Keulen en Leuven. Tijdens een langdurig verblijf in Italië maakte hij zich aan de universiteiten van Pavia en Ferrara het nieuwe gedachtegoed eigen van het Italiaanse humanisme. Zijn nieuw verworven geestelijke en culturele inzichten verspreide Agricola nadien in Duitsland en Nederland.
Na zijn dood werd zijn in 1479 geschreven meesterwerk De inventione dialectica gepubliceerd. Daarin gaf hij een begrijpelijke systematische inleiding op het leren denken en spreken. Met zijn nieuwe zienswijzen doorbrak Agricola de rigide monocultuur van het toenmalige levensvreemde scholastieke denken. We kunnen het effect van zijn werk dan ook zondermeer kwalificeren als een intellectuele omslag in alle domeinen van de wetenschapsbeoefening.

 

>>> Lees verder

 

SMALLE KIJK

Cover - Onderwijsraad 2013.jpg

 

 

Om de vier jaar presenteert de Onderwijsraad als onafhankelijk adviescollege van de Nederlandse regering en de volksvertegenwoordiging de zogenoemde Stand van Educatief Nederland. Voorafgaand aan de rapportage ‘Een smalle kijk op onderwijskwaliteit' die onlangs op 4 november verscheen, schreef prof. Geert Ten Dam, de voorzitter van de Nederlandse Onderwijsraad, een waarschuwende bijdrage in NRC Handelsblad.
Zij signaleerde een eenzijdige opvatting van onderwijskwaliteit in de vorm van meetbare doelen ten aanzien van taal- en rekenprestaties.
De Onderwijsraad waarschuwt in haar kritische rapportage dat een smalle kijk op onderwijskwaliteit alleen maar leidt tot en verschraling van het onderwijsaanbod. Met andere woorden: de beperkte zienswijze van de Nederlandse overheid zou de werkelijke verbetering van het onderwijs in de weg staan.