homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

JOHAN VALSTAR / DECEMBER 2013 FEBRUARI 2014

...

 

V&O Lustrum Special.jpg

DECEMBER 2013 / FEBRUARI 2014

Drie vroege vogels uit vervlogen tijden

Anton Lam, Rieuwert Wissink, Joanne Klink

Johan Valstar

Intro

De directe aanleiding om een sprong terug in de tijd te maken is een workshop over kindertheologie. Die vond plaats op een protestants-christelijke basisschool. Een verrassende reactie kwam van een jonge leerkracht: ‘Waarom hoor ik dit verhaal nu pas voor het eerst?' Vervolgens ontstond een boeiend gesprek over verschillende praktijken en visies ten aanzien van het godsdienstonderwijs.
Drie vroege vogels....jpgIn dat verband maakte ik terloops de opmerking dat Nederlandse theologe dr. Joanne Klink de eigenlijke uitvinder van de kindertheologie is. Maar haar naam deed zowaar geen enkel belletje rinkelen. En omdat de tijd ontbrak om op haar ideeën in te gaan, heb ik het er toen maar bij gelaten. Vandaar deze uitvoerige V&O Special over vroege vogels uit vervlogen tijden. Daarmee doel ik op de periode rond het begin van de jaren '70. Toen deden zich geheel los van elkaar enkele veelbelovende ontwikkelingen voor.
Hieronder beperk ik me tot de vermelding van een drietal spraakmakende vernieuwers van toen, zoals de lerarenopleiders Anton Lam en Rieuwert Wissink en de kindertheologe avant la lettre Joanne Klink. Hun publicaties zouden jarenlang een inspiratiebron blijven voor lerarenopleiders en (aankomende) leraren basisonderwijs.

1. Anton Lam: ‘Leren lezen wat er staat'

Anton Lam (1926 - 1970) werkte als pedagoog voor de bijbelvakken aan de Drs. A.B. Lam.jpgchristelijke pedagogische academie de Klokkenberg te Nijmegen. In zijn nog steeds lezenswaardige publicatie: Het gegeven woord. Bijbelse geschiedenis op de basisschool (1968) beschreef hij op een toegankelijke wijze de betekenis van bijbelverhalen, waarbij hij tegelijk de volle aandacht richtte op de ins en outs van het godsdienstonderwijs op de basisschool. Zo wijde hij onder de veelzeggende titel: Het woord aan het woord laten, een hoofdstuk aan het fenomeen van valkuilen. In dat kader noemde hij een drietal hardnekkig terugkerende denkschema´s, die niet alleen in kinderbijbels, maar ook in godsdienstlessen op de basisschool voorkomen. Lam typeerde deze stereotype werkwijze, - waardoor de relevantie van verhalen van toen voor kinderen van nu in feite wordt verduisterd, als het werken met passe-partouts.
Hij noemde er drie: (1) ‘God beloont de goeden en straft de kwaden'; (2) ‘De idealisering van de hoofdpersoon als de voorbeeldige geloofsgetuige'; en (3) ‘God / Jezus kan alles'. Ter verheldering maakte Anton de vergelijking met een dominee die zijn eigen favoriete 'waarheden' voortdurend in zijn preken beklemtoont. De betreffende Bijbeltekst wordt op die manier simpel weg vanuit een persoonlijk cliché geïnterpreteerd. Het door Lam gesignaleerd gebruik van clichématige denkschema's kwam in 1972 opnieuw aan de orde in het NBG / KBS Rapport van een onderzoek naar kinderbijbels. Aan de kwestie van de passe-partouts zou nadien op veel Pabo's de nodige aandacht worden besteed.

Waardering

Ik herinner me dat Het gegeven woord destijds zowel door de protestantse als de katholieke studenten van de Zwolse Comenius Academie met veel waardering werd gelezen. De nieuwe kijk van Anton Lam op de omgang met bijbelverhalen fungeerde zondermeer als eyeopener. Dat hij een breed publiek wist aan te spreken, zal wellicht mede samenhangen met zijn opleiding aan de toenmalige Academie Kerk en Wereld in Driebergen. De focus van de opleiding was gericht op het grensvlak van geloof en samenleving.
Anton zou in 1969 cum laude afstuderen op historische aspecten van het vraagstuk Openbaar of Bijzonder onderwijs. Hij zou daarop kunnen promoveren, maar koos voor een ander onderwerp. Van een dissertatie is het echter niet meer gekomen.

In 1970 werd hij tot ieders verbijstering, - terugkerend van een vergadering van de commissie Diploma Bijbels Onderwijs, slachtoffer van een verkeersongeluk. Zijn vrouw Hanna Lam (meisjesnaam: Johanna Raadgever) bleef met haar drie zonen achter. Zij zou in 1973 de vierde druk van Het gegeven woord verzorgen. In 1982 verscheen nog een 6e druk.

 

>>> Meer informatie over Hanna Lam

 

2. Rieuwert Wissink: ‘Vakspecifiek en schoolbreed werken'

Met zijn cahier De bijbel op school - ja, maar hoe? dat in 1974 verscheen, trok de theoloog Rieuwert Wissink, docent godsdienst aan de Comenius Academie in Drs. R.H. Wissink.jpgZwolle, veel aandacht. Wissink ondernam een poging om in alle voorlopigheid een meeromvattend en schoolbreed plaatje voor het godsdienstonderwijs te schetsen. Het doel van het vak godsdienst omschreef hij als: ‘het leveren van een fundamentele bijdrage aan de menswording van de kinderen door hen te confronteren met de bijbel'. In de toelichting op deze doelstelling bracht hij verhelderingen aan. ‘Het godsdienstonderwijs is een van de vele schoolvakken. Die leveren volgens hun eigen inhoud en methodiek met elkaar hun bijdrage aan de menswording van kinderen. En daarin speelt de bijbel ook steeds zijn rol'. Vanuit die educatieve optiek diende naar zijn menig het isolement van het vak godsdienst zo spoedig mogelijk te worden opgeheven. Het godsdienstonderwijs vertegenwoordigde volgens Wissink een absoluut eigen vakspecifiek domein, dat nu eenmaal niet in andere vakken is terug te vinden. In die lijn voerde hij een pleidooi voor de destijds geheel nieuwe integrale praktijk van thematisch godsdienstonderwijs. Maar wel onder de nadrukkelijke voorwaarde dat die aanpak niet ten koste zou gaan van de eigensoortige kennismaking met de Bijbel. Vermeldenswaardig is dat Wissink zich als eerste lerarenopleider in Nederland heel nadrukkelijk oriënteerde op godsdienstpedagogische ontwikkelingen in Engeland en Duitsland. Hij stond kritisch ten aanzien de opvattingen van Ronald Goldman, die Religious Education voor kinderen in de jaren ‘60 reduceerde tot de behandeling van levensbeschouwelijke ervaringen[1]. Wissink vroeg anderzijds nadrukkelijk aandacht voor de thematische perspectieven van het Duitse RPF - Model. Dat leverde in Nederland gedurende de jaren ‘70 een reeks innovatieve experimenten op in het voortgezet onderwijs.
Vanwege de positieve respons die Rieuwert Wissink op zijn werk kreeg, vatte hij het plan op om samen met zijn collega, de onderwijskundige Bert Scheepmaker, een innovatieve godsdienstdidactiek te schrijven met aandacht voor een projectmatige -/ thematische aanpak. Van de uitwerking daarvan is het echter niet meer gekomen. Wissink werd in 1975 benoemd tot wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Rijksuniversiteit te Groningen[2].

Terzijde

Net benoemd als opvolger van Wissink aan de Comenius Academie en geïnspireerd door het RPF - Model, kwam ik in 1975 tot het besluit om een thematische variant op het niveau van het basisonderwijs te ontwerpen. Het experiment werd onder de naam WBR-Project Naastenliefde uitgevoerd op de basisschool Prins Willem Alexander in Olst en tevens in een videoproductie vastgelegd. Het project zou nog in hetzelfde cursusjaar door zo'n 250 studenten op basisscholen in de wijde regio van Zwolle in praktijk worden gebracht. De opbrengst werd multimediaal gepresenteerd tijdens het Godsdienstpedagogisch Congres Groningen / Kampen (1976), georganiseerd door mijn voorganger Rieuwert Wissink en mijn voortreffelijke leermeester prof. Cor Schippers[3].

 

>>> Lees verder

 


[1] Vgl.: Nieuwenhuis, J. Terwijl de boer slaapt. Opvoeding van kleine gelovigen. Arnhem: Katholiek Service Instituut. 1973.

[2] In de kantlijn nog een opmerking. Wissink vroeg in september 1975 hem te vervangen bij het Netwerk RE-books in Europe. Daarvoor blijf ik hem zeer erkentelijk. Die bijeenkomst resulteerde in een kennismaking met fascinerende ontwikkelingen in de Duitstalige godsdienstpedagogiek.

[3] De samenwerking met Cor Schippers zou vanaf 1978 resulteren in het ontwerp van een nieuw thematisch format voor de huiscatechese onder de titel Samenspel. Werkgroep voor de catechese, Kampen 1979-1988.

Retroperspectief

Lustrum V&O.jpg

 

 

Vijf jaar geleden verscheen de Vakdidactiek V&O. Aansluitend werd een begin gemaakt met deze site. Daarop zijn ontwikkelingen over de afgelopen jaren terug te vinden. Intussen hebben we bepaald niet stil gezeten. Op dit moment wordt hard gewerkt aan de innovatieve Vlaams / Nederlandse DVD-productie ‘Kindertheologisch leren kijken'.

Innoveren is een complexe aangelegenheid. Dat wordt duidelijk in deze column. We gaan we bij wijze van hommage terug naar drie vergeten vernieuwers. In het begin van de jaren '70 leverden zij als vroege vogels belangrijke aanzetten tot de vernieuwing van het godsdienstonderwijs. Maar ja, daar is het sindsdien, - althans in het Nederland, helaas lange tijd bij gebleven. Inmiddels kunnen we spreken over een inhaalslag. Exponenten daarvan zijn op dit moment terug te vinden in de volstrekt tegengestelde benaderingen van Kindertheologie en opties onder de noemer van Levensbeschouwing.
De positieve keerzijde van actuele spanningsveld is het gegeven dat er een discussie op gang zal komen over de plaats en de pedagogische functie van ‘godsdienst' in het basisonderwijs. Vanuit het kindertheologische perspectief gaan wij uit van het recht van kinderen op godsdienstige geletterdheid en betekenisgeving (Schweitzer, 2005). Net zoals de drie vroege vogels waarop we in retroperspectief een spotlight zetten.