homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

CHRISTA BORRÉ / MAART APRIL 2014

...

Filosoferen met kinderen is samen op reis gaan!

Christa Borré

Eersteklassertjes

Vrijdagmorgen, op de trein van Leuven naar Genk. Ik heb me knusjes aan het raam gezet met een boek over filosoferen met kinderen. Het is rustig in de trein tot in het station van Landen. Gezwind stappen er eersteklassertjes met hun Christa Borré (1) Trein.JPGjuffen op. Plots steekt een kind het gangpad over naar mij toe. Ze heeft mijn bladwijzer met hoedjes opgemerkt. Een heel spontaan gesprek ontspint zich. Heerlijk om mijn theoretisch boek over filosoferen met kinderen even naar het bagagerek te verstouwen en met deze kinderen naar de praktijk over te stappen. Anderen komen er schoorvoetend bijzitten. De juffen houden plichtsgetrouw een oogje in het zeil. Eerst vraag ik welk hun lievelingshoedje is. Vrij vlug golft het gesprek van hun lievelingshoedje naar een filosofische vraag. Als je je piratenhoed, je fez of je prinsessen-kroontje afzet, ben je dan nog steeds dezelfde persoon? De meningen zijn verdeeld. Eén kind oppert dat je zonder hoofddeksel geen macht meer hebt. Een nieuw geboren vraag ziet het licht. ‘Wat is macht?' Het nadenken hierover wordt even later opgeschort. Hun eindbestemming Bokrijk is immers in zicht.

Definitie

Een beschouwing van een van mijn mooiste, filosofische gesprekken vormt de kern van deze bijdrage. Filosoferen met kinderen kan zo eenvoudig zijn. Vanuit de ervaring om een simpel voorwerp - een bladwijzer- ontstond er een spontane, diepzinnige dialoog. Maar hoe omschrijf je eigenlijk ‘filosoferen'? Samen met mijn zoon-filosoof kwam ik tot de volgende definitie:

 

‘Filosoferen is geïnspireerd door verwondering in oprechte dialoog met jezelf en de anderen, vragen onderzoeken en die zo nauwkeurig mogelijk trachten te beantwoorden.'

 

Wanneer we met kinderen diep gaan nadenken, kunnen we gerust zeggen dat we filosoferen. Elke dag opnieuw stellen kinderen vragen over tientallen dingen en situaties. Hun vragen dienen we steeds volstrekt au sérieux te nemen. Telkens wanneer we met kinderen een gesprek voeren, is er een kans om een filosofische reis te maken.

Filosoferen op school

Gericht filosoferen met kinderen is niet nieuw. Sedert de jaren vijftig hebben kinderfilosofen het belang van deze manier van filosoferen onder de aandacht gebracht. Matthew Lipman, Gareth Matthews, Ekkehard Martens, Berrie Heesen, Richard Anthone, Willy Poppelmonde, Kristof Van Rossem en zoveel anderen zijn hier het voorbeeld van. Iedere kinderfilosoof had of heeft zijn klemtonen voor het voeren van filosofische gesprekken. De school is de ideale plaats om kinderen met verschillende soorten filosofische gesprekken en klemtonen te leren kennismaken. In de samenleving van de school komen kinderen met uiteenlopende achtergronden elkaar tegen. Kinderen ervaren zo dat iedereen zijn waarheid heeft! En dat gegeven levert de uitnodiging op om meer oog te krijgen voor het niet vanzelf-sprekende. En tegelijk de mogelijkheid om mondiger en kritischer met elkaar om te gaan. Wanneer kinderen leren om met elkaar gesprekken aan te gaan, biedt dat kansen om hun sociale vaardigheden te trainen.

 

De filosofisch gespreksleider leert hen kritisch te zijn en weerwerk te bieden. Bijvoorbeeld aan de overvloed aan informatie en reclame. Maar het kan er ook heel speels en speculatief aan toe gaan... Dat is het geval wanneer de vraag wordt gesteld: ‘Wat zou jij veranderen indien jij directeur van de school zou worden...' En nog belangrijker: ‘Waarom zou je dit willen veranderen en op een andere leest schoeien?'

Uiteindelijk vraagt filosoferen met kinderen om de handen uit de mouwen te steken! Samen kan je aan een situatie werken en iets realiseren. Dat ‘iets' kan heel eenvoudig zijn, zoals de klasregels aan het begin van het schooljaar. Of, als je op een grotere impact mikt, kan het bijvoorbeeld regels inhouden om pesten te weren, bijvoorbeeld. Maar laten we nu eerst eenvoudig beginnen met een beschouwing bij mijn ervaring op de trein, zoals in de inleiding te lezen valt.

Filosofische vragen

Niemand kon vermoeden welke mooie ervaring mij te wachten stond, toen ik die Christa Borré (3) bladwijzer Hoedjes.JPGvrijdagmorgen in Leuven op de trein stapte. Het leek een alledaagse treinrit te worden tot een groep enthousiaste kinderen een zitplaats zocht in mijn wagon.
De aanleiding tot het latere filosofisch gesprek, was een bladwijzer die verwondering opwekte bij een meisje uit de groep. Dat leidde tot een spontane vraag: een gesloten ja/neen-vraag. Ze vroeg of ze mijn bladwijzer mocht hebben. Ik vroeg haar vriendelijk waarom ze in die bladwijzer met hoedjes geïnteresseerd was.
Deze eerste open vraag, die vele antwoorden inhield, was de start van ons filosofisch gesprekje. Deze kinderen op de trein kende ik helemaal niet en ik stelde me ontvankelijk op. Ook had ik geen vooropgezette vraag of verwachting, zoals bij andere, voorbereide filosofische gesprekken in de klas. Het was genieten van het onverwachte dat ik zomaar in de schoot geworpen kreeg: het gezellig samenzijn en de vreugde om het pril onderzoeksmoment.

Na het oppervlakkig heen en weer praten, begon ik met doorvragen met een tweede filosofische vraag, ‘Waarom vind je dat de leukste hoed?' Zo'n vraag leert kinderen nadenken en hun mening verwoorden. Dit argumenteren gebeurt te weinig in de omgang met kinderen. Bij het bespreken van een verhaal in de klas gaat het vaak en vaag over nieuwe woordenschat en inhoudsvraagjes en het aanstippen van gevoelens (blij, bang, boos ...). Het eindigt meestal met het kale zinnetje ‘Ik vond het een leuk verhaaltje!' of ‘Ik vond het niet leuk.'

Van deze open vraag reisden we dan verder naar de derde filosofische vraag. ‘Als je je hoedje afzet, ben je dan nog dezelfde persoon?' De antwoorden waren uiteenlopend.
Op dat moment vroeg het van mij een tactisch spel. Ik onthield wie wat zei, probeerde eenieders mening te horen en stuurde als gespreksleider. Dat is het moeilijkste in een gesprek omdat ik aan de ene kant een bepaalde richting uitging en aan de andere kant wilde dat iedereen betrokken bleef bij de situatie. De neen-zeggers brachten argumenten aan terwijl de ja-zeggers hun mening tijdelijk op een zijspoor plaatsten, luisterden en repliceerden.

Het ging er niet om wie gelijk had maar waarom iemand dit zei. Voor sommige kinderen was dat heel moeilijk. Ze wilden hun ding kost wat kost vertellen. Ik probeerde hen op dat moment te leren luisteren én openstaan voor wat de andere zeiden. Het antwoord van één neen-zegger deed me dan beslissen. Zijn argument was: ‘Neen, want zonder kroon heb je geen macht meer!' Mijn belangstelling om te weten wat macht is door de ogen van een groep zevenjarigen was gewekt.
Christa Borré (4) Close up.JPGIk formuleerde dan kort en duidelijk een vierde filosofische vraag, ‘Wat is macht?'. Ook onderzocht ik of iedereen de vraag verstond en liet ze hertalen tot ‘Wanneer ben ik de baas?' De kinderen leerden van elkaar wat zij onder macht verstaan, hoe zij zelf in situaties macht en onmacht ervaren. Hun leefwereld en hun waarheid werden zo ook de mijne.

Het werd me opnieuw duidelijk dat tijdig even stilstaan en weer verder graven met open vragen, kinderen helpt inzien waarover het gaat. Ze krijgen zo kansen om logisch na te denken, hun gedachten uit te spreken en te luisteren naar elkaar. Zo voelen ze zich een volwaardige deelnemer aan het gesprek. ‘Ik mag er zijn om wie ik ben en om mijn waarheid, niet omwille van mijn status als leerling of leerkracht'. Dit wil ook zeggen, dat als ik als kind niet wil praten, ik er ook niet toe verplicht word. Als filosofisch gespreksleider kan ik wel aansporen en uitnodigen tot het vragen stellen en antwoorden te formuleren.

En verder

Achtergrondgeluiden verraadden dat hun bestemming in zicht was. Het was tijd om het gesprek af te ronden met de uiteindelijke vraag wat we ontdekt hadden: macht heeft niet alleen te maken met een hoofddeksel en is niet voor eeuwig en altijd.
Toen de trein in het station van Bokrijk aankwam, had iedereen zijn jas aan en zijn tas mee. Hun rugzakjes zagen er uiterlijk nog hetzelfde uit. Ik hoopte stiekem dat er iets van deze filosofische ervaring in hun rugzakje verzeild was. Nog even dag zeggen en nieuwe belevenissen stonden hen te wachten. De kinderen stapten af. Ik reisde verder in gedachten hoe ik een vervolg zou breien aan dit gesprek, mochten deze kinderen in mijn klas zitten. Een filosofisch gesprek kent immers geen einde. Er zitten zoveel vragen en antwoorden in een kinderhoofd. Gelukkig maar! Ook hield ik mezelf, als filosofisch gespreksleider, naar aanleiding van deze ervaring een spiegel voor.
Het is steeds mijn bedoeling om mij tussen de kinderen te plaatsen met een houding van niet-weten. Op de trein lukte me dat heel goed. Als ik in de klas filosofeer met mijn kinderen, verloopt dit niet steeds zoals het hoort. Ik ben dan vaak eerder leerkracht. Dan stel ik vragen in functie van het antwoord dat ik verlang. Dit is de basis van een leergesprek en niet van een filosofisch gesprek. Er is dan geen sprake meer van een open dialoog.

Op reis gaan ...

In de trein had ik geprobeerd om deze kinderen op deze korte tijdspanne te laten ervaren waartoe macht in staat is of niet in staat is.
Filosoferen met kinderen is telkens opnieuw op reis gaan. Soms stap je samen op een trein, kies jij de bestemming en neem je de kinderen bij de hand. Soms brengt de reis de kinderen en jou naar een onbekende plek. Maar steeds zijn wij samen onderweg. Het blijft elke keer opnieuw een boeiende ervaring van vragen en vaak onverwachte antwoorden, van nieuwe ideeën om anders naar de wereld te kijken. Waarop zou je als leerkracht wachten om er mee te beginnen?

 

Christa Borré (5) slot.JPGChrista Borré is van opleiding leerkracht basisonderwijs, remedial teacher, bibliothecaris en filosofisch gespreksleider. Ze is al jaren aan de slag in de Basisschoool Don Bosco te Heverlee (België). Momenteel werkt ze als lerares in het tweede leerjaar (groep 4).

 

 

 

 

 

>>> Naar het archief

 

OP KINDERMAAT

 

Christa Borré (2) Kadertekst.JPG

 

 

Christa Borré, de schrijfster van deze Column, maakt deel uit van het Vlaams / Nederlandse DVD -Project. Over haar pedagogische invalshoek merkt zij het volgende op. ‘ Naast groeien in vrijheid, verantwoordelijkheid en verbondenheid is er ook het groeien in zingeving. Dit zijn de salesiaanse opvoedingsprincipes die in mijn lesgeven en in het omgaan met kinderen verweven zitten. Dit meervoudig groeiproces beoog ik ook door met hen te filosoferen en te theologiseren. Leerkracht en leerlingen worden zo zielsverwanten. Vanuit de verwondering ervaren kinderen dat het geschenk van het leven niet ‘vanzelf-sprekend' is. Soms leiden onze ervaringen tot verontwaardiging.
Wanneer kinderen kennismaken met Jezusverhalen, de Bergrede en parabels, ... kunnen verwondering en verontwaardiging ook tot uiting komen. Het perspectief van hoop is, ook hier, nooit ver weg. Kinderen herkennen zichzelf vaak in verhalen en vinden misschien antwoorden op hun eigen vragen. Er is ook respect voor de anderen en hun verhalen. Godsdienstonderwijs, dat aandacht schenkt aan wie die man van Nazareth is, hoe Hij leefde én welke boodschap Hij brengt, biedt steeds een meerwaarde. In het Kindertheologische project boeit mij vooral de overgang van filosoferen naar theologiseren met kinderen en vice versa. Soms zijn deze activiteiten gewoon vlechtwerk. Om levenskunstenaars te worden hebben kinderen, net als volwassenen, levenslang doorgroeivermogen en vitaliteit nodig. Als filosoferen en theologiseren op kindermaat hierbij een steentje kunnen bijdragen, is mijn opdracht als leerkracht en als mens geslaagd!