homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

JOHAN VALSTAR / AUGUSTUS - OKTOBER 2014

...

De kortfilm ‘Mistertao' als eyeopener

Impressie kindertheologische conferentie Brandenburg 2014

Johan Valstar

Intro

De in september gehouden conferentie van het Duitstalige Netwerk Kindertheologie is de directe aanleiding om het fenomeen van de kortfilm ter Column 4 Prof. Schreiner.JPGsprake te brengen. De originele inbreng van prof. Martin Schreiner, hoogleraar aan de Universität Hildesheim, riep bijzonder veel gespreksstof op. Al eerder behandelde hij opmerkelijke kortfilms rond het thema ‘Geluk' (RPI Loccum 2010).
In Brandenburg begon hij zijn bijdrage met de vertoning van de door Bruno Bozzetto in 1988 gemaakte kortfilm Mistertao. Aansluitend gaf Schreiner een toelichting op zijn onderzoek naar aanleiding van de vertoning van Mistertao aan een viertal kleine gesprekskringen. De leerlingen kwamen respectievelijk uit groep 2 en groep 4 van het basisonderwijs. Onderzoeker Schreiner maakte zelf op empatische wijze deel uit van de kringen. De gesprekken droegen een open karakter. Niet de onderzoeker, maar de leerlingen bepaalden de loop van het gesprek. In één geval voerden zij zonder onderbreking een onderling gesprek dat zowaar 26 minuten duurde.
De presentatie van Schreiner was bedoeld als een tussentijdse rapportage. De video-opnamen zijn inmiddels getranscribeerd. De teksten worden dezer dagen aan een godsdienstpedagogische analyse onderworpen.

Over Mistertao

De kortfilm Mistertao is vele malen bekroond. Onder andere met een prestigieuze Gouden Beer tijdens het Filmfestival in Berlijn (1990). Dat de film Column 5.JPGvan Bruno Bozzetto in de prijzen viel is eigenlijk niet zo verwonderlijk. Zijn kortfilm is tijdloos en blijft dan ook tot op de dag van vandaag fascineren.
Het intrigerende van het geanimeerde beeldverhaal is dat het volstrekt onvoorspelbaar verloopt. Al kijkend naar Mistertao zien we achtereenvolgens een reeks verrassende scènes. Mistertao zoekt het hogerop en wandelt vrolijk steeds verder naar boven. Gaandeweg communiceert hij vriendelijk met een personage op een wolk. Het is niet duidelijk wie zijn gesprekspartner zou kunnen zijn. [Daarover straks meer.] Hoe dan ook, de gedachten die op hoog niveau worden uitgewisseld zijn niet te verstaan. Mistertao vervolgt na dit intermezzo zijn weg naar boven. En uiteindelijk verdwijnt hij uit beeld. Dan volgt plotsklaps de aftiteling van de kortfilm. Een verhelderende betekenisgeving blijft achterwege. De kijkers worden vanwege het open einde volledig in het ongewisse gelaten over de betekenis van de kortfilm. Omdat die verborgen blijft, voelen zij zich uitgedaagd om zelf tot een interpretatie en betekenisgeving te komen. Wellicht is dat ook de kunstzinnige intentie geweest van Bruno Bozzetto en zijn medewerkers.

Aandachtspunten

Zoals uit de bespreking in Brandenburg op voorhand al duidelijk werd, roept de vertoning van de kortfilm Mistertao een veelheid aan vragen op. Zeker wanneer we het godsdienstpedagogisch vermoeden van Schreiner volgen dat deze kortfilm mogelijkheden biedt om met jonge leerlingen vragen over God te overdenken en te bespreken. Hieronder vat ik een aantal godsdienstpedagogische aandachtspunten samen.

(1) Welke gedachten zou de filmische verbeelding oproepen bij leerlingen uit groep 2 en groep 4 ?
(2) Hoe zouden de leerlingen op hun beurt de opeenvolgende scènes van de kortfilm interpreteren?
(3) Wat levert de analyse van de interacties van de leerlingen op ten aanzien van hun mental maps?
(4) Met welke vooronderstellingen en verwachtingen is de onderzoeker de gesprekken aangegaan?
(5) Welke rol speelt de onderzoeker tijdens de vier kringgesprekken?
(6) En meer vakspecifiek: Hoe verhoudt de inbreng van de kortfilm Mistertao zich tot de basale kindertheologische drieslag van Friedrich Schweitzer: Theologiseren van kinderen / Theologiseren met kinderen / Theologiseren voor kinderen?
(7) Tenslotte: Welke aangrijpingspunten kan de kortfilm opleveren met het oog op de voorbereiding en het ontwerp van een kindertheologische leeromgeving waarin God ter sprake komt?

[Ter toelichting: het is een misverstand om te veronderstellen dat de kindertheologie praktijk uitsluitend en alleen gericht zou zijn op het voeren van gesprekken. We dienen ons te realiseren dat het kindertheologische gesprek als zodanig één van de cruciale onderdelen is van de meer omvattende reguliere leeromgeving.]


Discussie

De kortfilm Mistertao riep een boeiende discussie op. Die begon met de kritische reactie van prof. Mirjam Zimmermann. Zij had in haar eerdere keynote het criterium gesteld dat methoden en media gericht dienen te zijn op de (vakspecifieke) verwerving van theologische competenties. Zij vroeg zich af of de kortfilm Mistertao zich daartoe leende. En of de vertoning in het kader van een kindertheologisch onderzoek naar Godsvoorstellingen wel de moeite waard zou zijn.
Zij merkte op dat de leerlingen wel over allerlei aspecten in de kortfilm Mistertao in gesprek raakten, maar dat zij aan hun eigen theologische vragen en voorstellingen te weinig toekwamen. Zimmermann: ‘De kinderen brengen niet hun eigen godsvoorstellingen ter sprake. Zij raken in gesprek over de godsvoorstelling in de film. Die omweg is een complicerende factor wanneer je hun godsvoorstellingen wilt onderzoeken'.
6. Prof.  Buttner (links) en (midden) Prof. ...De kindertheoloog van het eerste uur, prof. Gerhard Büttner zag de bijdrage van Martin Schreiner als een mooi voorbeeld van het onderzoek naar het theologiseren van kinderen. De uiteenzetting van Schreiner zette hem aan het denken. Bijvoorbeeld over de vraag hoe er iets van de christelijke theologie ter sprake zou kunnen komen.
Het was hem opgevallen dat de kinderen met hun reacties onmiskenbaar binnen het kader van de film bleven.
Büttner: ‘Kenmerkend voor het theologiseren is juist dat kinderen door de omgang met Bijbelverhalen hun gedachtewereld voortdurend uitbreiden en verdiepen. Dat was bij de kringgesprekken over de kortfilm evenwel niet het geval. Terwijl het toch de bedoeling zal zijn dat de kinderen hun competenties ontwikkelen.' Tenslotte maakte hij de opmerking dat met het oog op de ontwikkeling die competenties, niet alleen kan worden volstaan met het vertonen van de tekenfilm en kringgesprekken.
De statements van prof. Mirjam Zimmermann en prof. Gerhard Büttner riepen diverse reacties op. Tegelijkertijd passeerden ook andere aspecten de revue. Een enkel voorbeeld: zo benadrukte prof. Martin Steinhäuser het belang van videoregistraties. Die kunnen naar zijn opvatting in vergelijking met traditionele gespreksverslagen veel meer en veel dieper gaande analyses opleveren. Tot zover deze impressie.

Afsluitend

De sessie van prof. Martin Schreiner gaf me nadien nog veel te denken. Ik realiseerde me achteraf onder andere dat de conferentiegangers direct na de Column 7.JPGvertoning van de kortfilm Mistertao prima vista hun reacties hadden moeten geven. Bijvoorbeeld naar aanleiding van de vraag: ‘Waar zie je in deze film iets van een Godsvoorstelling'. Ik kom hierop omdat er tijdens de discussie een aantal malen werd gesproken over ‘de Godsvoorstelling' in de film. Terwijl niet werd aangegeven welke scène uit Mistertao dan wel als een Godsvoorstelling werd geïnterpreteerd. Het blijft gissen, maar het lijkt mij niet onaannemelijk dat gedoeld werd op scène met ‘de personage op de wolk'. Dat was althans ook mijn eerste associatie. Maar in tweede instantie liet ik die gedachte weer varen. En wel vanwege de volgende overweging. De Italiaanse filmmaker Bruno Bozzetto is van huis uit met de katholieke traditie opgevoed. Tegen die achtergrond lijkt het mij niet onwaarschijnlijk dat de personage op de wolk naar Petrus verwijst. Volgens oude tradities (Vgl.: Matteüs 16:19) is Petrus degene die als poortwachter aan overledenen al dan niet toegang tot de hemel verleent. Mocht er in de kortfilm Mistertao werkelijk iets van een Godsvoorstelling zichtbaar zijn, dan komt daar naar mijn idee alleen de slotscène voor in aanmerking. Geheel in overeenstemming met Exodus 20:4 laat Bozzetto, - opmerkelijk genoeg, iedere vorm van een of andere Godsvoorstelling achterwege.
Juist vanwege het open einde biedt de kortfilm aan de leerlingen mogelijkheden om via de methodische processen van Theologiseren met kinderen en Theologiseren voor kinderen iets nieuws te ontdekken. Bijvoorbeeld aan de hand van Psalm 113. Daar wordt in de Bijbelse geheimtaal op een metaforische en paradoxale wijze over JHWH gesproken. Om de eenvoudige reden dat iedere andere talige en beeldende voorstelling per definitie tekort schiet. Zie ook de beschrijving in een eerdere V&O Column van de les van de aankomende leerkracht Loes, die haar leerlingen Psalm 113 liet tekenen.  

 

Drs. J.G. Valstar.jpgJohan Valstar is vakdidacticus en theoloog. Hij werkte op de Pabo Windesheim als senior lerarenopleider godsdienst & levensbeschouwing. Als medewerker van het toenmalige Platform Windesheim Digididact verzorgde hij voor de hogeschool Windesheim en tevens voor godsdienstpedagogische instituten in Europa en Indonesië trainingen op het terrein van de digitale media. Hij verricht thans promotieonderzoek met betrekking tot de innovatie van het godsdienstonderwijs aan de lerarenopleidingen basisonderwijs.

 

LITERATUUR

  • Bastiaens, Th. J. (2013). Pleidooi voor een nieuw vakgebied: mediadidactiek. Bron: www.expertisevisieblad.nl 4.
  • Büttner, G. & Dieterich, V.-J.(2013) Entwicklungspsychologie in der Religionspädagogik. Göttingen.
  • Freudenberg-Lötz, P. & Riegel, U. (2011). Mir würde das auch gefallen, wenn er mir helfen würde. Baustelle Gottesbild im Kindes- und Jugendalter. Stuttgart.
  • Marklein, S. (2010) Kurz und Gut: Kurzfilme für den Religionsunterricht. RPI Loccum.
  • Zimmermann,M. & Zimmermann, R. Hrsg. (2013). Handbuch Bibeldidaktik. Tübingen.

 

>>> Het V&O Archief bevat 37 Columns met nieuwe notities over de periode 2009 t/m 2014

 

 

NIEUWE TREND

Column 1. .JPG

 

 

Het gebruik van video's en filmfragmenten is in Duitsland en België sterk in opkomst. Die trend zou je ook in het Nederlandse godsdienstonderwijs verwachten. De scholen zijn immers royaal voorzien van digiborden. Dat mag dan zo zijn, er moet nog een inhaalslag worden gemaakt. Ook door de uitgevers van schoolmethoden. Dat is evenwel gemakkelijker gezegd dan gedaan. Volgens prof. Theo Bastiaens bestaat er in het Nederland een grote onwetendheid ten aanzien van mediadidactiek. Daar besteden lerarenopleidingen zeer weinig aandacht aan. Hoe de kaarten liggen ten aanzien van het domein godsdienst & levensbeschouwing is een interessante vraag. In Vlaanderen kunnen onderwijsgevenden in ieder geval met plezier gebruik maken van een rijke database met handreikingen. Daarmee wordt hen een grote dienst bewezen. Inmiddels dient zich overigens de vraag aan naar handreikingen met expliciete godsdienstpedagogische oriëntaties. Daarin zou de toegevoegde waarde van het betreffende filmmateriaal kunnen worden toegelicht. Dit vakinhoudelijke aspect kwam onlangs nadrukkelijk op tafel tijdens de conferentie van het Duitstalige Netwerk Kindertheologie. Die ging deze keer over Methoden en het gebruik van media.

TYPERING KORTFILM

Column 2.JPG

 

 

Wie op Google de zoekterm kortfilm invoert, krijgt 604.000 verwijzingen. De zoekterm Kurzfilm levert ruim 6.000.000 verwijzingen op. De term short film nog veel meer: 14.000.000. In alle gevallen gaat het om films met een tijdsduur die korter is dan die van een reguliere speelfilm. Nu kan de (Vlaamse) aanduiding ‘kortfilm' of de (Nederlandse) variant: ‘korte film' in principe betrekking hebben op een speelfilm die kort is uitgevallen. Om misverstanden te voorkomen reserveren we de term kortfilm in deze column voor het specifieke subgenre dat onder de internationale noemer valt van ‘very short movies'.


Met die benaming wordt gedoeld op zeer compacte films, filmfragmenten en filmanimaties met een tijdsduur van maximaal drie minuten. Daarin komt in de regel één bepaalde kernthematiek aan de orde, die (met name in kunstzinnige producties) veelal impliciet aanwezig is. Anders dan bij langere films, waarin de personages na verloop van tijd een eigen karakter krijgen, worden de figuren in de kortfilm voornamelijk door hun handelingen getypeerd.


De kracht van de kortfilm zit ‘m met name in de beeldtaal. Die kan uitgesproken poëtisch, symbolisch, komisch of tragisch zijn. Het is aan de kijkers om de onderliggende betekenissen te vattenen te verstaan.


Kortfilms zijn gewoonlijk van muziek en geluidseffecten voorzien, maar verder non-verbaal. Het gevolg kan zijn dat ongeoefende kijkers de pointe niet altijd direct zullen verstaan. In dat geval is het gewenst om de kortfilm nogmaals te aanschouwen. Bijvoorkeur stapsgewijs door enkele keren bij de wisseling van scènes heel even te pauzeren. In dit verband attenderen we op de didactiek van leerprocessen bij kortfilms. Enige kennis daarvan kan er toe leiden dat de kortfilm een veel krachtiger educatief rendement oplevert dan bij een kortstondige teaser aan het begin van de godsdienstles het geval zal zijn.

CONFERENTIE 2015

Column 3.JPG

 

 

Het volgend jaar zal de kindertheologische conferentie in Brandenburg eveneens van onderwijskundige aard zijn. Het programma zal volgens organisator OKR Dr. Friedhelm Kraft geheel worden gewijd aan de analyse van innovatieve onderwijspraktijken. Daarmee kunnen we spreken van een 3e kindertheologische ontwikkelingsfase. Die is in de V&O-Column: Friedrich Schweitzer over de didactische uitdaging (januari / februari 2012) reeds beschreven.
In de 3e fase valt de focus op onderwijspraktijken, die de kwalificatie verdienen van krachtige kindertheologische leeromgevingen.