homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
ga naar de inhoudsopgave
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

1.1 Stageopdracht

...

Hoe kies je een geschikte werkvorm? Deze vraag zullen we nader bekijken. Daarbij gaan we uit van een praktijkopdracht die je voor een godsdienstles kunt krijgen. De opdracht luidt:

‘Vertel een Bijbelverhaal en kies voor de introductie, of de verwerking een passende werkvorm die de leerlingen aanspreekt.’

 

Studielandschap - Werkvormen - 1.  Stageopdracht.jpg ...Bij zo´n opdacht zal je eerste reactie waarschijnlijk zijn: ok, maar om welk verhaal gaat het eigenlijk? Tegelijk zul je wellicht aan de leerlingen van de betreffende groep denken.

Dat ligt ook voor de hand. Zo maar los van de concrete onderwijssituatie kun je immers geen vertelling voorbereiden, laat staan een passende werkvorm bedenken.

Verder blijft het altijd per definitie een opgave om te bedenken welke werkvorm met het oog op het beoogde leerdoel het meest geschikt is voor de leerlingen. Op voorhand kun je daar geen uitspraak over doen.

In dit verband nog een complicerende factor. Als het gaat om godsdienstlessen in de basisschool, lopen de praktijken nogal uiteen. Er zijn in het basisonderwijs nu eenmaal veel verschillen waar te nemen ten aanzien van het gebruik van werkvormen. De ene leerkracht is gewend om de focus voornamelijk op de overdracht van inhouden te richten. En de ander zal meer inzetten op interacties met de leerlingen. En dat verschil tussen een ´schoolse´ en ´minder schoolse´ benadering maakt voor het leren van de leerlingen nogal wat uit.

De keuze van de werkvormen bij de godsdienstles hangt vaak samen met de cultuur van de school en de gebruikelijke routines. Het is plezierig wanneer je daar weet van hebt. Daar kun je dan rekening mee houden. Maar anderzijds moet je toch je eigen keuzen maken.

 

Stel je voor…

Stel dat je voor een situatie staat zoals hierboven kort is beschreven en stel je voor dat de vertelling dient te gaan over verhaal van ‘De werkers van het laatste uur’ uit Mattheüs 20:1-16. Dan zul je jezelf - nog afgezien van de beginsituatie van de leerlingen - in ieder geval in de tekst en de achtergronden en de wereld van toen moeten verdiepen.

 

• Hieronder vind je een link naar de Bijbel online en tevens een handreiking bij de tekst. Neem de tijd om het verhaal en de handreiking goed door te lezen.

• Daarna kun je verder met de aansluitende opdracht om een goede werkvorm te bedenken.

 

  

Pagina 1 van 4

Lees verder >>>

 

Focus

APS - Video.jpg

Let op: werkvormen kies je niet zomaar omdat zij ‘leuk‘ zijn. De keuze van een bepaalde werkvorm wordt bepaald door de Bedoeling van de godsdienstles en de Betekenis die de leerlingen via hun leeractiviteiten dienen te ontdekken. Wanneer die betekenis daadwerkelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van leerlingen, mag je bij hen een toenemende Betrokkenheid verwachten. Een voorwaarde is wel dat je als leerkracht een Zone van Naaste ontwikkeling creëert (zie V&O, blz. 69 – 72). Door een rijke leeromgeving met betekenisvolle leeractiviteiten en werkvormen aan te bieden (met Incentieven & media), speel je een Bemiddelende rol. In een APS-filmpje van 5 minuten legt Ellen Zonneveld op een elementaire manier de 4 B’s van Ontwikkelingsgericht Onderwijs uit. Hier vind je meer APS-informatie.