homecontactkennisbankinloggensitemapzoeken  
ga naar de inhoudsopgave
vorige pagina pagina afdrukken
nzv uitgevers

4.1 De traditionele en de actuele indeling

...

Hieronder gaan we nader in op de pedagogische en didactische betekenis van werkvormen. We beginnen eerst met de kwestie van de indeling.

 

De traditionele indeling

Met de regelmaat van de klok zijn er de afgelopen jaren handboeken over werkvormen verschenen. De daarin verzamelde werkvormen bieden inspiratie en handreikingen voor allerlei soorten van onderwijs. Om de enorme veelheid van werkvormen voor de gebruikers (leerkrachten) op een overzichtelijke manier te ordenen, hanteert men in de regel de bekende de traditionele driedeling van

 

1) aanbiedende werkvormen;

2) ontdekkende werkvormen; en

3) gespreksvormen.

 

Bij deze traditionele driedeling wordt uitgegaan van de verschillende verantwoordelijkheden en rollen van de docent en de leerlingen tijdens het proces van leren en onderwijzen.

Zo speelt de onderwijsgevende bij de aanbiedende werkvormen per definitie een sturende rol. Bij de ontdekkende werkvormen staat daarentegen de eigen leeractiviteit van de leerlingen centraal. De taak van de onderwijsgevende bestaat in dat geval vooral uit het selecteren en arrangeren van passende werkvormen. Bij de categorie van de gespreksvormen komt tenslotte een brede range van communicatiemogelijkheden aan bod, waarbij aan de onderwijsgevende vaak de rol van gespreksleider is toebedacht.

[Zie voor nieuwe godsdienstpedagogische benaderingen het meeromvattende hoofdstuk: ‘Theologische gesprekken met kinderen’, V&O blz.: 131 – 159.]

 

De actuele indeling

In de meer recente handboeken kom je een andere ordening tegen, waarbij de werkvormen in de eerste plaats worden opgevat als beschrijvingen van de leeractiviteiten die de leerlingen zélf verrichten. Vanuit die invalshoek gaat de voorkeur uit naar de indeling van

 

1) begrijpen;

2) integreren; en

3) toepassen.

 

Bij werkvormen onder de noemer van begrijpen gaat het erom dat de leerlingen de nieuwe kennis een plaats leren geven in de denkschema’s die zij er op nahouden. Bij integreren is de focus vervolgens gericht op de persoonlijke toe-eigening van de nieuwe kennisgehelen. En wel zodanig dat de betekenis daarvan op een zinvolle manier kan gaan fungeren. Werkvormen die zich laten ordenen onder de noemer van toepassen, hebben meer betrekking op het inoefenen van de verworven kennis en het maken van mogelijke transfers naar andere soortgelijke situaties.

Wat de actuele indeling van werkvormen in het domein van godsdienstonderwijs betreft: daar kun je een globaal onderscheid tegenkomen tussen werkvormen die gericht zijn op de ontsluiting van de ervaringen van leerlingen enerzijds en de ontsluiting van de Bijbel en de godsdienstige traditie anderzijds. We komen daar in paragraaf 4 op terug.

 

 

Pagina 1 van 6

Lees verder >>>